Genderidentiteitstoornis Genezen
Een rapport door
Hans Stam
![]()
Met dit werk zal ik een nieuw licht op
genderidentiteitstoornis schijnen en al de nodige informatie aan patiënten en andere
geïnteresseerden geven om hen te helpen een therapie op te zetten die kan
leiden tot volledige genezing. De sleutels die in dit werk worden aangereikt
kunnen helpen voorkomen dat mensen die aan deze stoornis lijden, middels
hormoontherapie en geslachtsveranderende plastische chirurgie aan een gezond
lichaam laten knoeien.
Vanuit mijn
eigen levenservaring, zal ik een volledige uiteenzetting geven van het proces
van mijn genezing van genderidentiteitstoornis, ook wel genderidentiteit
syndroom, genderdysforia of cross-gender disorder en in de volksmond ook wel
transseksualiteit genoemd.
1.
Een grove schets van een protocol van een Genderteam.
2.
Een beknopt levensoverzicht; de belangrijkste stappen.
4.
Anapanasati en Vipassana kammatthana; twee
meditatieoefeningen.
5.
Het karnen in de Melkzee door hebzucht en aversie.
6.
Theologie, Religie en de gevolgen van een juiste en van een
onjuiste interpretatie.
7.
De boeken en hun sleutels tot inzicht.
9.
Een
lijst van literatuur en muziek die mij inspireerde.
![]()
Op 3 december 1959
kwam ik als een gezonde jongen ter wereld. Plotseling tijdens m’n 7e
levensjaar overviel mij - als een voldongen feit - de overtuiging dat ik een
meisje was. Die identiteit heeft m’n hele leven in hoge mate frustrerend
gewerkt op m’n ontplooiing als mens, m’n ontwikkeling in de samenleving en m’n
zelfvertrouwen. Vaak voelde ik me zo diep ongelukkig dat ik het leven niet meer
zag zitten. Op mijn 35e levensjaar vroeg ik hulp aan een team
medisch specialisten van het medisch centrum van de Vrije Universiteit in
Amsterdam. Ik vroeg ze om, middels hormoontherapie en geslachtsveranderende
plastische chirurgie, het mannelijk uiterlijk van het fysieke lichaam naar een
vrouwelijk uiterlijk te veranderen. Na jarenlang zoeken naar een oplossing was
ik ten einde raad en zag dit als enige oplossing om in ieder geval nog iets van
mijn leven te kunnen maken. De reguliere geneeskunde had mij daarvoor keer op
keer verzekerd, dat vele jaren van intensief onderzoek hadden aangetoond, dat
alle tot dan toe bekende vormen van psychotherapie geen effect hadden op deze
psychische ziekte.
In de jaren die
volgden zocht ik ook naar innerlijke rust en zelfvertrouwen, waarbij ik tijdens
het ontwikkelen van een therapie bij toeval op de bron van deze ziekte in
mijzelf stuitte.
Nadat ik de bron
van de ziekte in mezelf gevonden had, nam het ongeveer 2½ jaar aan intensieve therapie in beslag om me
volledig te bevrijden van m’n genderidentiteit.
Vanaf het moment
van de volledige genezing, deed het er niet meer toe welke vorm het fysieke
lichaam had, of dat anderen mij zagen als een man of een vrouw.
Ik had mijzelf
volledig bevrijd van de diep gewortelde innerlijke behoefte één van hen te
zijn.
![]()
Bij het
schrijven van dit werk heb ik vooral gedacht aan diegenen die worstelen met hun
genderidentiteit en hun familie en vrienden. Het is mijn bedoeling geweest om
het vooral voor hen zo begrijpelijk mogelijk te schrijven. Maar het is zeker
ook geschreven voor diegenen die werken of studeren in de geneeskunde. Vooral
voor hen die het lef hebben zich buiten de door de wetenschap bepaalde paden te
begeven. Voor diegenen die in de jungle van hun eigen geest een weg durven te kappen naar díeper inzicht naar het
ontstaan van hun ego én de
consequenties daarvan.
In dit werk zet
ik tevens uiteen hoe Religie en Theologie, althans in de juiste interpretatie
daarvan, een zeer bruikbare basis kunnen vormen voor een therapie die kan
leiden tot volledige genezing van deze bijzonder hardnekkige geestesziekte.
Daarom kan dit praktijkvoorbeeld ook bestudeert worden door mensen die zich in
het helende aspect van Religie en Theologie willen verdiepen.
Vanuit het
inzicht in de ware betekenis, kan Religie weer die heilige functie in het
menselijk bestaan hervinden waar het oorspronkelijk voor bedoeld was. Namelijk
het hervinden van een onvoorwaardelijke innerlijke vrede.
Verder kan dit
werk ook belangrijke informatie verschaffen aan allerlei instanties die zich
zijdelings bezighouden met geestelijk welzijn, zoals het Ministerie van Volksgezondheid
en ziektekostenverzekeraars, om aanvullende sociale en financiële hulp te
kunnen verlenen aan patiënten die bereid zijn hard te werken aan hun genezing.
Maar het
belangrijkste is dat, naar mijn overtuiging, dit werk in wezen een ander licht
schijnt op de mens. Geheel verschillend van wat velen tegenwoordig gewend zijn
voetstoots aan te nemen als ‘wetenschappelijk bewezen en dus feitelijk waar’.
Een ander licht
op het ontstaan van het ego, het ontstaan van ideeën als ‘mijzelf’, ‘ik’ en
‘mijn’. Een ander licht op hoe we binnen de mensheid komen tot het ervaren van
een identiteit, afgescheiden van de rest van de wereld van verschijnselen. Een
ander licht, dat de mogelijkheid schept voor iedereen, tot het maken van een
innerlijke reis en het ontdekken van de bron waaruit de ideeën van ons zelf
zijn ontstaan. Een ander licht dat het mogelijk maakt van een diepgewortelde
geestesziekte volledig te genezen.
Stap voor stap
zet ik aan de hand van mijn genezingsproces uiteen, hoe en waarom menselijk bewustzijn
wordt geboren en hoe een identiteit zich hieruit afscheidt. Vervolgens hoe z’n
problemen hieruit én uit de interpretatie van de wereld van verschijnselen
ontstaan.
In mijn
uiteenzetting geef ik een aantal essentiële sleutels die ik tijdens mijn genezingsproces in mezelf heb gevonden en die een
universele waarde hebben bij het oplossen van identiteitsproblemen.
Met dit werk
hoop ik de andere kant van de medaille, van hetgeen men als ziekte ervaart, te
laten zien. Vanuit mijn eigen levenservaring wil ik graag de rijkdom tonen die
verscholen ligt onder de manifestatie van een ziekte. Ze is voor iedereen te
ontdekken in de loop van een genezingsproces. Voor iedereen die bereid is hard
aan zichzelf te werken om daarmee een genezingsproces in gang te zetten en te
houden.
De wijsheid die
zich openbaart in het genezingsproces en de daaruit voortvloeiende ervaring van
innerlijke vrede en geluk, wordt vandaag de dag helaas sterk overschaduwt door
de alom heersende misvattingen dat ‘het in onze genen zit’ en dat het de dokter
is die ons moet genezen. Maar hormoonbehandeling, plastische chirurgie en
psychofarmaca bestrijden enkel de symptomen van ziekte. Dat is iets heel anders
dan genezing bewerkstelligen.
Met dit werk wil
ik aantonen hoe een spirituele ontwikkeling een genezingsproces in gang zet.
Het geeft de gelegenheid tot het verkrijgen van bijzonder diep inzicht in
jezelf en het leven. Hiermee biedt het de mogelijkheid tot het ervaren van
innerlijke rust en geluk dat vele malen superieur is aan de ervaring van ‘het
naar je zin hebben’.
Enige uitleg over de subtitel en de hoofdstukken.
In de subtitel
heb ik gekozen voor de term genderidentiteitstoornis, omdat vanuit mijn
ervaring de in de volksmond gebruikte uitdrukking ‘transseksualiteit’ velen ten
onrechte het idee geeft dat het hier een seksuele voorkeur betreft, of een
aangeboren afwijking die vast in de genen zit, hetgeen zeker níet het geval is!
Het is juist deze wijdverspreide misvatting en de onwetendheid van de
werkelijke oorzaak van genoemde ziekte, die het onmogelijk maakt om een
therapie op te zetten die werkelijk leidt tot genezing.
Het is een
onjuiste kijk op deze ziekte, die de deur sluit voor de mogelijkheid om jezelf
te ontwikkelen, te leren van je eigen struikelblokken en zo de werkelijke bron
van een identiteitstoornis in jezelf te vinden. De heersende onjuiste kijk,
maakt het de huidige medisch specialisten onmogelijk een therapie op te zetten
die tot een waarlijk volledige genezing kan leiden.
Om te
benadrukken dat de ziekte een psychische stoornis is, waarvan je wel degelijk
met behulp van een op maat gesneden vorm van psychotherapie volledig kunt
genezen en de oorzaak níet ligt in een verkeerd gevormd lichaam (foutje van de
natuur dat met een hormoonbehandeling en plastische chirurgie kan worden
gecorrigeerd), heb ik in de titel voor de term genderidentiteitstoornis
gekozen.
In de opzet van
de hoofdstukken ben ik enigszins schetsmatig te werk gegaan. Ik ben niet echt
zo’n schrijver, ik schilder liever. Wanneer ik mijn hele levensverhaal tot in
detail zou beschrijven, zou het werk de omvang krijgen van de Mahabharata, waar
voor de meeste mensen geen doorkomen aan is. Vanuit mijn ervaring laten
situatieschetsen meer ruimte aan de lezer voor een eigen inleving in het
verhaal en moedigt het meer aan tot introspectie. Ik realiseer me daarbij ook
dat ik zo het een en ander uit mijn leven onvolledig weergeef. Het zou daardoor
mogelijk kunnen zijn dat, wanneer bepaalde lezers zichzelf tegenkomen in dit
werk, zij een andere opvatting over bepaalde gebeurtenissen kunnen hebben. Het
is echter niet mijn bedoeling geweest om mijn memoires te schrijven. Mijn doel
is om mensen die ernstig lijden een weg uit hun misère te helpen vinden. Om hun
privacy te beschermen zijn de namen van enkele personen die in dit werk
voorkomen gefingeerd.
In hoofdstuk 1 geef ik in een grove schets het werk van een
team van medisch specialisten weer, in hun poging om het leed van hun patiënten
te verlichten, terwijl zij in feite onwetend zijn van de werkelijke oorzaak van
deze ziekte.
In hoofdstuk 2 geef ik aan de hand van een serie schetsen
uit mijn leven aan, welke problemen er rezen nadat ik hulp van dit medisch team
had gekregen en welke stappen ik vervolgens ondernam om werkelijk te genezen
van mijn ziekte. Stap voor stap neem ik je mee door alle stadia waarin mijn
inzicht zich ontwikkelde, tot ik de werkelijke bron van mijn ziekte in mijzelf
had ontdekt, waarna ik mezelf uiteindelijk uit mijn lijden wist te verlossen.
In hoofdstuk 3 ga ik dieper in op de voetsteunen en
handvatten waarop ik mijn therapie steeds verder kon ontwikkelen. Deze schetsen
zijn vooral bedoeld ter contemplatie bij het helpen vinden van de oorzaak van
je problemen in jezelf.
Hoofdstuk 4 geeft een meditatieoefening die nodig is om
enkele aspecten uit hoofdstuk 3 te ervaren en daardoor beter te kunnen begrijpen.
Tevens geeft deze oefening, naast alle contemplatie, balans in je leven en is
hij essentieel om werkelijk te genezen. Verder vind je in dit hoofdstuk een
verwijzing naar een meditatieoefening die je helpt bij het verkrijgen van
inzicht in het ontstaan van je identiteit.
In hoofdstuk 5 leg ik uit wat de oorzaak is van ademen en
wat de rol van ademen in de schepping is. Dit vooral om je de noodzaak voor het
beoefenen van de juiste meditatie te helpen beseffen. Verder geef ik daarin nog
een tip voor ouders van kinderen die kampen met genderidentiteitstoornis.
In hoofdstuk 6 schets ik de onderbouwing van mijn therapie
aan de hand van een aantal scheppingsverhalen, waarin het ontstaan en de
ontwikkeling van het menselijk bewustzijn in metaforen wordt beschreven.
Middels het uiteenzetten van de werkelijke betekenis van die metaforen, laat ik
zien welke schat aan wijsheid deze verhalen diep in zich dragen. Een schat die
een bijzondere bijdrage kan leveren bij het vinden van innerlijke rust en
genezing.
In hoofdstuk 7 beschrijf ik welke bijzondere betekenis de
boeken, die ik in de loop van mijn genezingsproces bestudeerd heb, voor mijn
genezing hadden. Ik laat de sleutels zien die ik daarin gevonden heb, welke
nodig waren om een kijk op het leven te vormen waardoor ik mijzelf kon genezen.
Als een van de sleutels, vind je in dit hoofdstuk ook een Pali tekst om te
reciteren en te ervaren wat dit reciteren met je doet. Zo kun je de diepere
kracht van geluid ervaren.
Aan het eind van
dit hoofdstuk schijn ik nog even een licht op een tweetal boeken die ik na mijn
genezing heb bestudeert, om meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de
geneeskunde. Hiervan uit geef ik een kritische kijk op het werk van het
genderteam, om de beperkingen die zij zichzelf oplegt te duiden. Dit laatste is
niet zozeer bedoeld als kritiek op dat medisch team, maar om de beperkingen van
de reguliere geneeskunde tot je door te laten dringen.
Hoofdstuk 8 sluit dit werk af met een aantal
overwegingen die hopelijk bijdragen aan het besef om toch vooral zelf de
verantwoordelijkheid op je te leren nemen voor je genezingsproces. Hopelijk
dragen deze bij tot een gezonde ontwikkeling in de geneeskunde.
![]()
1. Een grove schets van een
protocol van een Genderteam.
Genderteam is de
naam voor een team van medisch specialisten die medische hulp bieden aan mensen
die kampen met genderidentiteitstoornis. In de praktijk houdt dit in dat zij de
uiterlijke verschijning van het fysieke lichaam van de patiënt veranderen
middels hormoonbehandeling en plastische chirurgie. Ik zal in het kort mijn
ervaring met het genderteam van het VUmc (voorheen AZVU) in Amsterdam, ten tijde
dat ik daar onder behandeling was, uiteenzetten.
In 1989 had ik
mijn eerste consult bij dr. Verschoor, een psycholoog die er in slaagde mij nog
eens goed te laten overwegen of het veranderen van mijn lichamelijke uiterlijk
wel de oplossing was voor mijn probleem. In de drie jaar die daarop volgden
kwam ik in contact met dr. Henneberg, een onafhankelijke psychiater die niet in
staat bleek een juiste diagnose te stellen, laat staan dat deze enige hulp kon
bieden. Verder ontmoette ik alleen maar mensen die me waren voorgegaan in het
laten veranderen van het fysieke lichaam en ontdekte ik geen andere weg uit
mijn lijden.
In 1993
overlegde ik met dr. Kuiper, een psychiater van het Genderteam, over de
mogelijkheden die dit team mij kon bieden. Dr. Kuiper vertelde me dat jarenlang
onderzoek had aangetoond dat er geen psychotherapie bestond die mogelijkheid
bood tot genezing.
Er volgde een
gesprek met dr. Gooren, het hoofd van het genderteam en hoogleraar in de
transseksuologie, met wie ik nogmaals de problemen besprak waarmee ik kampte en
waarin ik hem vroeg mij te helpen. Hij bevestigde dat er geen psychotherapie
bestond om de ziekte te genezen en dat hetgeen het genderteam bood in strikte
zin ook geen genezing was, maar het beste wat de huidige stand van geneeskunde
kon bieden om het lijden te verlichten.
Hij besprak mijn
problemen met psychiater dr. Kuiper en met dr. Verschoor die ik drie jaar
daarvoor had geconsulteerd. Hij besloot daarop mij te helpen middels het laten
veranderen van de uiterlijke verschijning van mijn fysieke lichaam van
mannelijk naar vrouwelijk.
Vervolgens had
ik een afspraak met endocrinoloog dr. Asscheman, die deel uitmaakte van het
genderteam. Dr. Gooren had hem ingelicht over mijn identiteitsproblematiek en
hem gevraagd om mee te werken aan het veranderen van de uiterlijke verschijning
van mijn fysieke lichaam. Dr. Asscheman deed een medisch onderzoek, vooral naar
het functioneren van mijn lever. Hij vertelde me welke de effecten ik van de
hormoontherapie kon verwachten en schreef een recept uit voor Androcur®
50 en Estraderm TTS® 50. We spraken af dat ik na drie maanden terug
zou komen voor een nieuw medisch onderzoek. Als alles dan goed ging kreeg ik
een nieuw recept voor Androcur® 50 en Estraderm TTS® 100.
Elk jaar zou er een nieuw medisch onderzoek volgen. Er is ook een DEXA scan van
mijn bottenstelsel gemaakt.
Voor of na een
afspraak met de endocrinoloog werd ik zo nu en dan gevraagd om mee te werken
aan een psychologische test. Gedurende het eerste jaar bezocht ik ook
regelmatig een psychiater verbonden aan het AZVU die mijn geestelijke
ontwikkeling volgde. In januari 1995 onderging ik op 35 jarige leeftijd een
geslachtsveranderende operatie. In de periode van 1994 tot halverwege 1996 werd
mijn gezichtsbeharing geëpileerd door een dermatoloog.
![]()
2. Een beknopt levensoverzicht;
de belangrijkste stappen.
Op een ochtend
toen ik samen met mijn vriendinnetje Marion over een veldje liep op weg naar
onze school, overviel mij plotseling de overtuiging dat ik een meisje was. En met
dit voor mij voldongen feit, kwam de angst in mijn jonge leven. Angst en de
wetenschap dat ik dit nooit aan mijn ouders kon vertellen, want die zouden dit
niet kunnen dragen. Ik zou ze er intens verdriet mee doen. Is het niet
frappant, dat je op zeven jarige leeftijd al kunt weten hoe je ouders op een
bepaalde situatie gaan reageren? Achtentwintig jaar later bleek dat ik toen
inderdaad gelijk had. Onze band liep zware averij op toen ik mijn ouders
vertelde met welk probleem ik kampte en hoe ik het zou gaan oplossen. Ons
onderlinge onbegrip, de hoogoplopende frustraties en de bittere teleurstelling
in elkaar die daar weer uit voortvloeide, deden onze relatie uiteindelijk op de
klippen lopen.
Mijn jaren op de
lagere school verliepen niet echt problematisch. Als kind viel mijn identiteit
mij nog niet zo lastig. Wel had ik vaak problemen met concentreren en raakte ik
regelmatig erg gespannen door de grote hoeveelheid leerstof die ik maar
moeilijk in me op kon nemen. De daardoor hoog oplopende spanningen deden me
soms in huilen uitbarsten. Waarom moest ik in hemelsnaam van alles en nog wat
uit m’n hoofd leren als het allemaal toch in boeken weer terug te vinden is? Ik
hield er van om buiten te spelen, op een braakliggend stuk land achter ons
huis. Ik herinner me nog de geur van de wilde bloemen die daar bloeiden en van
het vochtige zand, waarin mijn kinderhanden groeven en waarmee ik mijn
fantasiewereldje opbouwde. Er was nog een fantasiewereldje, op de zolder in
onze woning. Daar creëerde ik een miniatuurwereld met treinen en auto’s en
huisjes met echte verlichting. Alles was daar zo levend en echt. Ik kon
helemaal opgaan in mijn spel. Regelmatig kwam mijn jongere zusje kijken. Vooral
’s avonds, wanneer het donker was en de lampjes in de huisjes brandden, genoten
we samen van de sprookjesachtige sfeer.
Maar deze
veilige droomwereld zou niet lang bestaan. De pubertijd kondigde zich aan, met
de zo kenmerkende lichamelijke veranderingen die mij dwongen de rol van een man
te spelen. Een rol waarin ik me niet thuis voelde. In de jaren die volgden viel
het me steeds moeilijker mijn ware identiteit te onderdrukken. Van tijd tot
tijd verkleedde ik me als vrouw, om die steeds maar oplopende druk van de ketel
te nemen. Maar ik ervoer dit met gemengde gevoelens. Enerzijds omdat ik faalde
die identiteit te onderdrukken, anderzijds omdat ik de walging van mijn ouders
ervoer, ook al waren ze niet van mijn gedrag op de hoogte. Bovendien voelde ik
me opgesloten in die paar uurtjes op een zondag, wanneer mijn ouders met mijn
zusjes op visite gingen naar mijn grootouders. Verkleden bleek niet de
oplossing voor het probleem waar ik mee kampte. Ik moest mijn ware identiteit
gewoon kunnen beleven tussen alle mensen in het dagelijkse leven. Maar dat
durfde ik niet. En zo zat ik meer en meer gespannen gevangen door deze
identiteit. Vaak smeekte ik ’s avonds in stilte voor het slapengaan om een
nieuw lichaam. Een wonder, om terug te mogen in een baarmoeder waarin mijn
lichaam zou kunnen veranderen. En even vaak wenste ik dat, wanneer ik de
volgende morgen wakker zou worden, deze volslagen waanzin gewoon over zou zijn.
Ik telde de jaren. Vooral bij het ontwaken op mijn verjaardag viel het me zwaar
dat het er nog steeds was en dat ik de rol van een man moest spelen. Ik voelde
me onzeker, hoog gespannen en kon maar geen innerlijke rust vinden, hoe ik ook
zocht.
Op de middelbare
school had ik vaak moeite om te concentreren op de les. Vooral de vraag waarom
ik in hemelsnaam het een of ander moest leren, of waarom ik überhaupt moest
studeren, hield me vaak bezig en zorgde er voor dat ik regelmatig spijbelde.
Vaak reed ik dan op mijn bromfiets naar de ruïne van Brederode. In die rustige
omgeving overpeinsde waarom ik zo’n leven had als het mijne en wat ik toch met
mijn leven aanmoest. Met totaal geen toekomst voor ogen kon ik weinig
enthousiasme opbrengen om te studeren, of ook maar iets anders aan pakken om
een leven op te zetten. Mijn schoolvrienden gingen achter de meiden aan en ik
deed, zo goed en zo kwaad als dat ging, ook mee. Maar diep in mij voelde ik me
daarbij niet op m’n gemak. Vooral niet bij de manier waarop mijn vrienden de
meisjes benaderden. Vriendschap sluiten met meisjes was voor mij geen probleem.
Sterker nog, ik voelde me daar heel gelukkig mee. Maar met hen flirten of de
liefde bedrijven en zo, dat was voor mij niet op te brengen. Ergens hadden
meisjes en vrouwen voor mij zelfs iets sacraals. Op een of andere manier had ik
veel respect voor hen en hield ik vandaar uit ook een bepaalde afstandelijkheid
ten opzichte van hen.
Mijn identiteit
zocht de geborgenheid en liefde van een sterke man. In mijn overtuiging was ik
een vrouw. Ik paste niet in die mannenwereld waarin ik verzeild was geraakt. Ze
was zo leeg en arrogant. Maar ik zag geen mogelijkheid om uit die wereld te
ontsnappen. En omdat het leven me geen alternatief bood, maakte ik er maar het
beste van. Als je het gedrag kopieert van een aantal populaire jongens en je
doet dat goed, dan wordt je vanzelf ook wel populair merkte ik. Maar die
populariteit maakte me niet echt gelukkig, leeg als ze was. Ondanks alle
moeilijkheden wist ik toch, weliswaar met de hakken over de sloot, mijn HAVO
diploma te behalen.
![]()
Ergens midden in
de jaren tachtig van de vorige eeuw vond ik in de openbare bibliotheek van mijn
woonplaats een boek, getiteld: ‘Ik, Monique, een vrouw’. Daarin werd het
levensverhaal beschreven van iemand die het uiterlijk van zijn fysieke lichaam
had laten veranderen van mannelijk in vrouwelijk. De persoon die deze
verandering onderging werd ‘transseksueel’ genoemd. Ik ontdekte dat ik veel
overeenkomsten had met deze persoon. Wellicht was hetgeen deze persoon met z’n
lichaam had laten doen ook wel de oplossing voor mijn probleem. Ik realiseerde
me dat ik toch een keer actie moest gaan ondernemen om mijn probleem op te lossen.
Toch duurde het nog een aantal jaren eer ik het lef had om de eerste stap te
zetten. Eerlijk gezegd kon ik op een gegeven moment mijn ware identiteit niet
langer meer onderdrukken. Het was eind jaren tachtig en mij identiteit
schreeuwde om tot leven te mogen komen. Het was onmogelijk geworden om nog
langer de lege rol van ‘man’ te spelen. Ik was een vrouw en als een vrouw zou
ik gaan leven. Eerst voorzichtig gewoon thuis. Op mijn werk of als ik bij
vrienden op visite was, móest ik wel weer in mijn oude rol terug. Maar ik was
zo moe van al dat acteren, van steeds maar de schijn ophouden. Het maakte me
aldoor zo onzeker en gespannen. Ik móest gewoon mezelf kunnen zijn in elke
levenssituatie. De waarheid moest maar eens aan het licht komen. Tijdens een ontmoetingsavond
bij de NVSH in Haarlem vond ik een aantal mensen die met het zelfde probleem
kampten. Van één van hen, die al onder behandeling was kreeg, ik het
contactadres van het genderteam van het VU medisch centrum in Amsterdam.
Via de
coördinator van het genderteam, kwam ik eerst bij een psycholoog terecht die
mij vroeg hoe ik in hemelsnaam toch op het idee was gekomen dat ik een vrouw
was. Ik kon het hem niet uitleggen. Geen flauw idee hoe het kwam dat ik zoiets
zomaar als een voldongen feit ervoer. En ondanks de vele gevallen die hij al
had onderzocht, was het ook hem niet duidelijk hoe dit ontstond. Het gesprek
maakte me aan het twijfelen of het veranderen van m’n fysieke lichaam wel de
juiste oplossing voor mij was. Ik zocht diep in mezelf, maar vond door de hoog
oplopende spanningen en verwarring geen antwoord op mijn vraag wat ik moest
doen. Ik besloot daarom de identiteit met al
mijn kracht te onderdrukken, maar ontdekte al snel dat dit onmogelijk
was. En dan was er nog die waarheid. Ik moest gewoon leven naar waarheid. Die
waarheid was mijn identiteit. Ik moest eerlijk zijn. Ik bén een vrouw, ik móet
leven als een vrouw en ik zál gaan leven als vrouw. Maar in die tijd was ik al
niet meer in staat om met de hoog oplopende spanningen in mijn leven om te
gaan. Ik was niet meer in staat de dingen voor mezelf op een rijtje te zetten
en had duidelijk hulp nodig. Zwaar overspannen smeet ik uit pure frustratie
alle luxe in mijn appartement aan diggelen. Iedere dag bezatte ik me, om elke
confrontatie met mezelf en de wereld die ik was gaan haten uit de weg te gaan.
Ik haatte z’n leegte, z’n arrogantie, z’n volslagen waanzin. Vrienden van mij
zagen me worstelen met mezelf. Ze zagen hoe ik steeds verder in de problemen
raakte. Op een dag brachten ze me naar een ziekenhuis. De psychiater die daar
werkte hoorde mijn verhaal aan en stelde de diagnose ‘travestie’. Hij
adviseerde me een leuke jurk te kopen en een leuke vrouw te vinden die het niet
erg vond wanneer ik me zo nu en dan zou verkleden. Einde van zijn betoog. Omdat
ik zwaar overspannen was, erg verward en niet meer in staat om op mezelf te
wonen, werd ik opgenomen op de afdeling psychiatrie. Ik kreeg slaappillen en
tranquillizers, maar geen therapie die me van mijn overspannenheid af zou
helpen. Iedere vrijdag was er een groepssamenkomst van zo’n acht tot tien
patiënten met de behandelend psychiater. Het enige wat ik me van deze
samenkomsten kan herinneren, is dat ze me volkomen uitputten. Ik moest alle
problemen van andere patiënten aanhoren en kreeg, gezien de privacy die ik
ervoor nodig had, geen gelegenheid om mijn probleem te bespreken. Zo nu en dan
kwam ik de psychiater in de gang van de afdeling tegen, waarbij hij tegen me
riep: “Mijn hemel, bent u nog steeds hier?”. Vervolgens liep hij al Portugees
pratend en volkomen in zichzelf gekeerd door. Het Portugees had hij in z’n
favoriete vakantieland geleerd. En terwijl geen enkele patiënt op zijn afdeling
die taal begreep gaf hij regelmatig een kleine demonstratie van zijn kunnen.
Om mijn
gedachten wat op een rijtje te zetten, begon ik met het bijhouden van een
dagboek Ook begon ik te tekenen en te schilderen. Lezen was erg moeilijk. Ik
kon me maar korte tijd concentreren en ik was snel mentaal uitgeput. Ik weet
bij god niet hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar na een half jaar mocht
ik het ziekenhuis uit en weer terug naar mijn zwaar gehavende appartement. Het
nam nog een half jaar in beslag eer ik terug kwam in mijn oude werk, maar ik
voelde me allesbehalve goed. Voordat ik weer goedgekeurd zou worden om te
werken, kreeg ik nog een laatste gesprek met een keuringsarts van het GAK. De
arts beet me woedend toe, hoe ik me in godsnaam zo idioot had kunnen gedragen
en hoeveel geld het de gemeenschap allemaal wel niet gekost had. Alsof hij het
uit z’n eigen zak had moeten betalen. Hevig fulminerend veegde hij mij de tent
uit. Geschrokken liet het allemaal over me heengaan. Niet in staat, gezien mijn
mentale vermoeidheid, er adequaat op te reageren. Nog jaren, nadat ik uit het
ziekenhuis was ontslagen, zag ik alles alsof ik door een koker keek. Ik had
veel moeite met concentreren en was snel hoog gespannen. Nog steeds dronk ik
erg veel. Ik wist te overleven. Doodongelukkig probeerde ik aan mijn wereld te
ontsnappen door veel naar luide muziek te luisteren. Vooral muziek van Pink Floyd: ‘Us and Them’, ‘Comfortably Numb’. Nee, mijn
buren waren daar niet erg blij mee.
![]()
En toen gebeurde
er iets bijzonders. Ik werd verliefd. Tja, waarop werd ik eigenlijk verliefd… Ik
ontmoette Irene, een jonge vrouw die door een moeilijke tijd in haar leven
ging. Het klikte tussen ons. We hadden samen plezier en als het ter discussie
kwam praatten we over haar problemen. Het mijne bleef geheim. Zo vond ik een
uitweg om me vooral niet met mezelf bezig te houden. Het was ook een mooie
gelegenheid om veel minder te gaan drinken. Zowaar, de zon brak door in mijn
leven, ik voelde me heel erg gelukkig bij haar. Hoewel zo af en toe mijn ware
identiteit om de hoek kwam kijken, wist ik die opmerkelijk genoeg te negeren.
Tot ik Irene op een dag kwam ophalen bij haar flat en haar zag praten met
iemand bij de liftdeur die z’n hoofd in z’n capuchon verborg. Gezien het feit
dat we binnen stonden en ook het weer buiten niet van dien aard was dat je een
capuchon zou moeten opzetten, kwam dit enigszins vreemd op me over. Op een
afstandje wachtte ik tot ze uitgepraat waren. Irene kwam naar me toe, kuste me
en zei toen: “Diegene waar ik net mee sprak is een transseksueel, maar dat vind
ik niet erg. Ze heeft een moeilijk leven en ik voel erg met haar mee”.
Onze relatie was
niet voorbestemd lang te duren. Wat de werkelijke oorzaak was zal ik wel nooit
te weten komen, maar op een dag kreeg ze enorme angst. Op een of andere manier had
ik waarschijnlijk iets bij haar naar boven gehaald wat ze nog niet verwerkt
had. Ze vroeg me bij haar weg te gaan. Meer dan een jaar lang wist ik mijn
identiteit en mijn waarheid die daarin besloten lag, te onderdrukken. Meer dan
een jaar wist ik mijn oude vriend Alcohol buiten de deur te houden. In die tijd
probeerde ik te begrijpen wat liefde nou werkelijk inhield. En ik moest
toegeven dat ik wellicht niet zo zeer verliefd was geweest op Irene, maar
eerder op de hele situatie waarin ik beland was. Ik was meer verliefd op onze
relatie en het feit dat deze relatie mijn ouders verblijdde. De waarheid sloeg
me hard in het gezicht toen ik in die spiegel keek. En als in een boze droom
lachte mijn ware identiteit me toe.
Ik moest iets
ondernemen om deze waarheid te gaan beleven. Ik moest mezelf kunnen zijn. Er
was geen ontkomen meer aan om deze weg te gaan. Ik moest er doorheen. Ik moest
léven, niet óverleven. “Hoe?!”, riep ik in vertwijfeling uit. “Meditatie,
meditatie”, hoorde ik een stem. “Maar wat ís meditatie? Wat moet ik doen?” Er
kwam geen antwoord. In de openbare bibliotheek vond ik wel enige informatie
hierover, maar niets wat mij aansprak.
![]()
Tijdens een
rustige voorjaarsvakantie in Tarragona, overwoog ik nog eens hoe ik met mijn
leven verder moest. Daar besloot ik om mijn lichaam te laten veranderen en
verder als vrouw door het leven te gaan. Weer thuisgekomen nam ik contact op
met het genderteam van het VU medisch centrum in Amsterdam. Ik maakte een
afspraak om mijn situatie nog eens door te nemen. Eerst had ik een gesprek met
een psychiater, waarin ik mijn probleem nog eens uit de doeken deed. Ik vroeg
hem of het wellicht mogelijk was, om mijn transseksualiteit te behandelen met
een vorm van psychotherapie, zoals schizofrenie wordt behandeld. Maar de
psychiater vertelde me, dat vele jaren onderzoek naar de mogelijkheid om deze
ziekte met een vorm van psychotherapie te behandelen, geen enkel positief
resultaat had opgeleverd. Hij gaf wel toe dat, hetgeen het genderteam aan hulp
bood, in strikte zin geen genezing was. Maar afgaande op de reacties van
patiënten, wel het beste wat ze konden bieden om het lijden te verminderen. Er
volgde een gesprek met het hoofd van het genderteam, waarin nogmaals mijn
probleem en de oplossingen die het genderteam kon bieden, werden besproken.
Hierin besloten we dat een psychiater mijn ontwikkeling zou volgen. Mocht de
toestand uit de hand lopen, dan kon er in ieder geval adequaat hulp worden
geboden. Van de endocrinoloog kreeg ik een recept voor hormoonpreparaten. Deze
zouden langzaamaan de mannelijke lichaamsbeharing wegnemen en voor wat meer
vrouwelijke vetverdeling zorgen. Mijn gezichtsbeharing zou gedurende een aantal
jaar worden geëpileerd door een dermatoloog. Zo zou mijn lichaam in de loop van
de tijd een vrouwelijker verschijning krijgen. We kwamen overeen dat ik
minstens een jaar als vrouw door het leven moest gaan, voordat ik in aanmerking
zou komen voor een geslachtsveranderende operatie. In dat jaar bezocht ik
regelmatig een psychiater waarmee ik mijn ontwikkeling en alle problemen waar
ik tegenaan liep besprak. Ook de wijze waarop ik deze trachtte op te lossen,
werd besproken.
Ondanks mijn
aanhoudende mentale vermoeidheid trachtte ik mijzelf te bestuderen aan de hand
van een aantal boeken van Von Dürckheim, Jung, en Lama Anagarika Govinda. Boeken die ik intuïtief
had gekocht. Deze boeken maakte me duidelijk, dat er een mogelijkheid bestond
om de oplossing voor mijn problemen in mijzelf te vinden. In die tijd kon ik me
niet langer dan een minuut of tien concentreren op mijn leeswerk. Daarna moest
ik rust nemen om alles te laten bezinken. De psychiater die mijn
veranderingsproces volgde nam zwangerschapsverlof. Een collega nam het werk van
haar over. Met een joviaal “Niels” stelde hij zichzelf voor. Niels stond van
het begin af aan heel onbevangen tegenover de merkwaardige persoon die zo bij
toeval in z’n leven kwam. Hij toonde diepe interesse in de manier waarop ik met
mijn problemen omging en deze trachtte op te lossen met behulp van de boeken
die ik daarvoor bestudeerde. In die tijd las ik in een tijdschrift een artikel
over Rachel Carson. Zij was een biologe die in de zestiger jaren van de vorige
eeuw een boek had geschreven met de titel ‘Silent Spring’. Haar boek ontketende een ware oorlog tussen enerzijds de chemische
industrie die grote financiële belangen had in de productie van DDT en de
boeren die deze insecticide graag gebruikten om de opbrengst van hun land te
vergroten. En anderzijds de vele mensen die in korte tijd de catastrofale
gevolgen van het gebruik van DDT voor de hele natuur zagen. Bij het artikel
stond een foto van haar. Die nam ik als voorbeeld om voor Niels een klein
schilderijtje van haar oor te maken. Rachels oor, als teken van dank voor zijn
onbevangenheid en oprechte belangstelling voor mijn ontwikkeling.
Na mijn bezoek
aan het hoofd van het genderteam en de endocrinoloog, moest ik mijn familie en
vrienden, mijn werkgever en al mijn collega’s op de hoogte stellen van de stap
die ik in mijn leven zou nemen. Mijn vrienden vingen het goed op. Ergens
verwachtten zij al zoiets. Geen van hen had het me ooit gezegd, maar velen van
hen dachten dat ik wellicht homoseksueel was. Nee, homoseksueel was ik beslist
niet. Hoewel ik soms wel eens droomde van een relatie met een man. Maar in die
droomwereld was ik een vrouw met een vrouwelijk lichaam. In eerste instantie
bewonderden de meeste collega’s mijn stap. Mijn werkgever beloofde me alles in
het werk te stellen om me zo goed mogelijk door de komende periode van
verandering heen te helpen. Na deze belofte gaf ik hem in alle vertrouwen
toestemming, om bij het genderteam te informeren welke gevolgen mijn stap zou
hebben voor mijn werkinzet. Tot dan toe ging alles goed. Ook mijn buren en de
vele kennissen uit mijn omgeving namen het opvallend goed op.
Bij mijn twee
jongere zussen viel de klap zwaar. Het krijgen van een nieuwe zus kon bij hun
de pijn niet wegnemen van het verlies van hun grote broer. Voor mijn ouders was
de klap te zwaar. Hun hele wereld van verwachtingen en alle ideeën die ze van
mij hadden, viel in één keer in duigen. Ze wisten zich geen raad met de
ontstane situatie en wilden me niet meer zien.
Op mijn werk
zorgde mijn nieuwe identiteit soms wel voor problemen. Niet alle klanten in de
winkel waar ik werkte stelden het op prijs om door een vrouw te worden
geholpen. Sommigen zeker niet door een vrouw met en wat mannelijk gezicht.
Ondanks het feit dat ik met mijn collega’s had afgesproken, mij open en eerlijk
te zeggen wanneer ze problemen hadden met mijn verschijning of met mijn gedrag,
waren een aantal van hen daartoe niet in staat. En zo groeiden er steeds meer
problemen tussen ons die niet werden opgelost. Tot deze zover opliepen, dat
mijn aanwezigheid in de winkel niet meer vol te houden was. Mijn werkgever gaf
me een baantje op kantoor, waar eigenlijk niets voor mij te doen was. Bovendien
had ik noch een relevante opleiding, noch enige ervaring in kantoorwerk. Verder
deed de afdeling waar ik voor werkte verwoede pogingen om goederen aan de VS te
verkopen, terwijl de koers van de Dollar zo laag stond dat je beter goederen
daar vandaan kon importeren. Winstgevend was deze afdeling zeker niet. Ook in
de rest van het bedrijf ging het niet volgens verwachtingen en mijn werkgever
zocht naarstig naar mogelijkheden om de verliezen tegen te gaan. Door de
onzinnige werkzaamheden waarmee ik werd opgescheept voelde ik me steeds
ongelukkiger en ik vond geen weg uit de almaar toenemende narigheid waarin ik
belandde. Op mijn werk liepen de spanningen steeds hoger op, ik werd ziek,
raakte overspannen en opgebrand, waarna ik het bedrijf werd uitgeschopt.
![]()
Gelukkig waren
er ook een aantal positieve ontwikkelingen. Eén daarvan was een warme
vriendschap met Iris, de dermatoloog waarbij ik onder behandeling was. Eens per
week ging ik bij haar op bezoek om mijn gezichtsbeharing te laten epileren.
Terwijl ze me behandelde luisterde Iris geboeid naar mijn verhalen over mijn
zoektocht naar de Waarheid, innerlijke rust en zelfvertrouwen in mijn leven en
de dromen die ik de week daarvoor had gehad. Ze stelde me voor, om samen haar
meditatieleraar te bezoeken en hem te vragen of ik bij hem in de leer kon. Of
ik die Waarheid zou vinden wist ze niet, maar vanuit haar eigen ervaring zouden
zijn meditatieoefeningen me zeker meer innerlijke rust geven.
Zo kwam het dat
Iris me op een dag meenam naar een groot huis in een rustige woonwijk. Er was
een meditatieruimte en ook een winkel in gevestigd, waar boeken en
Boeddhabeelden werden verkocht. Daar zou ik Peter, Iris’ meditatieleraar ontmoeten. Nadat Peter een lezing had gegeven voor
een klein gezelschap over Boeddhisme, vroeg ik aan hem of die
meditatieoefeningen die hij gaf me zouden helpen bij het vinden van
zelfvertrouwen. Hij dacht diep na over mijn vraag, en zei toen bijna spottend:
“Tja, dát zou óók nog kunnen”. “Dan wil ik wel les nemen”, zei ik, niet zonder
enige twijfel.
Het zou nog wel
enige tijd duren eer ik begreep wat ‘meditatie’ werkelijk betekende. Door
introspectie en regelmatig meditatieoefeningen te doen, kreeg ik beetje bij
beetje inzicht in mezelf. Mijn wekelijkse bezoeken aan Peter en de
meditatiegroep, deden me veel goed. José, die de zaak bestierde, was bijzonder
vriendelijk en behulpzaam bij het vinden van studieboeken die in mijn
ontwikkeling pasten. Na een jaar stelde Peter mij voor om met hem mee te gaan
op reis naar Thailand om zijn meditatieleraar, een Boeddhistische monnik, te
ontmoeten. Mijn hart zei: “Doen, doen, doen!”. Mijn portemonnee liet echter
zien dat er, voor de reis kon aanvangen, een klein probleempje moest worden
opgelost. Nog zeven maanden te gaan. Waar zou ik het geld vandaan halen om de
reis en verblijfskosten te betalen? Zou ik, nu ik zelfs nog niet in staat was
om mijn werk te hervatten, tegen die tijd wel fit genoeg zijn om het avontuur
tegemoet te gaan?
Toen mijn
werkgever mij de deur wees kon hij me niet ontslaan. De Nederlandse wet
verbiedt het ontslaan van zieke werknemers. Mijn salaris kreeg ik volledig
doorbetaald door een ziektekostenverzekering. Het zat me behoorlijk dwars dat
ik ziek was en niet meer in staat om zelf mijn geld te verdienen. Ik voelde me
schuldig omdat ik voor mijn idee gefaald had. Schuldig omdat ik afhankelijk was
geworden van anderen die voor mijn inkomen moesten werken. Iris zag het anders.
Nu ik zonder werk zat had ik alle gelegenheid om te werken aan mijn spirituele
ontwikkeling die nodig was voor mijn genezing, was haar visie.
Natuurlijk was
ik razend toen mijn werkgever me de deur wees. Maar later, dat ik me in zijn
positie trachtte in te leven, kon ik hem wel begrijpen en kon ik hem vergeven.
Ik realiseerde me hoeveel innerlijke rust me dit gaf.
De maandelijkse
lasten van de hypotheek op mijn appartement werden onbetaalbaar toen ik in
april 1995 in de WAO belandde. Mijn inkomen daalde met dertig procent.
Noodgedwongen moest ik het appartement verkopen en verhuizen naar een goedkope
huurflat. Van die nood maakte ik echter al snel een deugd, want van de winst
uit de verkoop kon ik op reis naar Thailand. Een schitterend mooi land, waar ik
een aantal bijzondere mensen ontmoette. Ik genoot van het warme weer en de
levenssfeer van de Thai, waarin ik me heerlijk kon ontspannen en plezier maken.
Vooral bijzonder
waren de ontmoetingen met een aantal oude monniken. De sfeer in hun tempels was
heel sereen. Enkelen van hen, Luang Phoo Noi en Luang Pho Khaam, vertelde mij
ieder een klein verhaaltje. Een verhaaltje waarvan ik de bedoeling op dat
moment niet begreep.
Jarenlang heb ik
me afgevraagd wat die verhaaltjes toch zouden betekenen. In de loop van mijn ontwikkeling
groeide het besef van de ware betekenis van deze verhaaltjes en leidde mij tot
diep inzicht in het leven. Ze openden deuren naar een ontwikkeling van mezelf,
die ik nooit voor mogelijk had gehouden.
Nog steeds ben
ik heel dankbaar voor deze bijzondere hulp van deze vriendelijke monniken.
Wanneer ik daartoe in staat ben zal ook ik me inzetten om anderen helpen zoals
zij mij eens hebben geholpen.
![]()
In mijn nieuwe
flat vond ik het moeilijk om de rust te vinden die ik zo nodig had om te
genezen van mijn overspannenheid en burnout. Rust, ook om me te kunnen
concentreren op mijn studie. Het was een in het begin van de zestiger jaren
snel uit de grond gestampte flat, die vreselijk gehorig was. Mijn buren leefden
letterlijk bij mij in de woonkamer. Het gebrek aan privacy was een bron van
ergernis en van soms hoog oplopende spanningen tussen alle bewoners. Mijn
Turkse buren waren over het algemeen wel rustig. Ik heb hen leren kennen als
sociaal bewogen mensen. De situatie was voor mij min of meer dragelijk, maar ik
werd niet beter. Spanningen namen bij mij sterk toe toen een aantal Turkse
buren gingen verhuizen en er Nederlanders met stereo installaties voor in de
plaats kwamen. Een koekje van eigen deeg voor de tijd dat ik in mijn vorige
appartement mijn luide muziek aan mijn buren opdrong. Ik moest harde
maatregelen treffen om er voor te zorgen dat ik in mijn woning tot rust kon
komen en genezen. Of het nu muziek van de buren was, in winkels tijdens het
boodschappen doen, of een pierement in de straat, muziek irriteerde me
mateloos. Zelfs wanneer ik thuis naar mijn eigen muziek wilde luisteren ging me
dat snel irriteren. Ik besefte maar al te goed dat, hoe laag ik de volumeknop
ook had staan, mijn muziek toch doordrong bij de buren in huis. Ik besloot mijn
oude geluidsinstallatie, die zo buiten gebruik was geraakt, in te ruilen voor
een nieuwe cd speler en een goede hoofdtelefoon. Dat was mijn aandeel in de
rust in het flatgebouw. Nu kon ik ook mijn buren beter overtuigen om hun
muziekinstallaties niet al te luid te zetten. Althans, dat dacht ik. Enkelen
waren niet te overtuigen, ongevoelig als ze waren voor de argumenten dat ik
ziek was en rust nodig had voor mijn genezing.
Een WAO
uitkering krijgen was een andere bron van veel frustraties en hoog oplopende
spanningen. De artsen die mij keurden waren niet opgeleid om psychische
problemen te diagnosticeren. Elk bezoek was als Russische roulette. Iedere keer
kreeg ik te maken met weer een andere arts die er geen verstand van had. Dan
weer een arts die zich nauwelijks in mijn dossier had verdiept. Dan weer een
arts die de problemen waarmee ik kampte, weinig kon schelen. En iedere keer
kreeg ik te horen dat ze eigenlijk niet over me konden oordelen, omdat ze
daarvoor geen opleiding hadden gehad.
Ik vroeg Niels
om voor hen een rapport te schrijven over mijn situatie en mijn ontwikkeling,
zodat er op goede gronden een oordeel zou kunnen worden geveld over de mate van
mijn arbeidsmogelijkheden. In die tijd werkte Niels niet meer voor het
genderteam en was een praktijk voor zich zelf begonnen. We spraken af dat ik
eens per maand bij hem op visite zou komen om mijn ontwikkeling te bespreken.
Na negen maanden zou Niels een rapport daarover schrijven voor de keuringsarts.
Dagelijks
schreef ik in mijn dagboek alles op waar ik tegenaan liep in het leven, de
vragen waarmee ik worstelde en de antwoorden die me toevielen. Met Niels
besprak ik mijn voortschrijdend inzicht en de ontwikkeling die ik doorging. De
problemen waar ik over struikelde, het doorlopend uitgeput zijn, mijn probleem
om me te kunnen concentreren en mijn slapeloosheid kwamen ter sprake. Ook de
frustraties over de manier waarop ik door keuringsartsen werd behandeld besprak
ik met hem. Ik voelde me niet thuis in deze wereld.
Dan was er nog
het intense verdriet van het verlies van mijn ouders, mijn ontslag en van al
die jaren van frustraties en de hoge spanning waarin ik had geleefd, op zoek
naar een uitweg uit mijn misère.
Ik had een hoop
te verwerken. Maar ik wist ook dat, als mij de gelegenheid zou worden gegeven,
ik zeker in staat zou zijn als een ware Alchemist, Lood in Goud om te zetten.
Als ik maar de gelegenheid zou krijgen, zou ik mijn levenslast kunnen omzetten
in wijsheid, genezing en geluk. Ook Niels was er stellig van overtuigd dat ik
daartoe in staat zou zijn. “Eigenlijk heb jij helemaal geen psychiater nodig”,
zei hij eens, mijn ontwikkeling en mij initiatieven in ogenschouw nemend: “jij
kunt het in je eentje”.
Het was zowel
voor Niels als voor mij onmogelijk om in te schatten wanneer ik in staat zou
zijn om weer terug te kunnen keren in het arbeidsproces. Ik had duidelijk tijd
nodig om te genezen van mijn overspannenheid en burnout. Na acht visites
oordeelde Niels dat het beter was de situatie over een half jaar nog eens te
onderzoeken voordat hij een oordeel zou kunnen vellen over mijn
arbeidsgeschiktheid.
De keuringsarts
die me deze keer ‘keurde’ voor mijn WAO uitkering ‘dacht’ daar echter anders
over. Eerst vertelde hij me dat hij eigenlijk niet in staat was om over me te
oordelen, daar mijn problemen van psychische aard waren. Vervolgens schoof hij
het psychiatrisch rapport van Niels terzijde en vertelde me zonder dit te
motiveren, dat hij ‘dacht’ dat ik wel voor halve dagen zou kunnen werken. In
mijn hele leven heeft nog nooit iemand me zo woedend gekregen. Hoe kon hij,
gegeven het feit dat hij geen opleiding had genoten om over mij te oordelen, zo
mateloos arrogant en volslagen stupide zijn om een psychiatrisch rapport, dat
gebaseerd was op acht visites van elk een uur, genomen over een periode van
negen maanden, te negeren, en vervolgens vanuit één simpele gedachte te
‘oordelen’ dat ik wel in staat zou zijn om weer voor halve dagen te kunnen
werken. Het artsendiploma van deze persoon had nog minder waarde dan de
tweehonderd lege velletjes op een rol in mijn toilet.
In plaats dat ik
de tijd kreeg om aan mijn genezing te werken, werd ik in mijn pogingen om de
gevolgen van zijn oordeel ongedaan te krijgen, opgescheept met een half jaar
van bureaucratisch geklungel, waarin de spanningen bij mij alleen maar hoger
opliepen.
In plaats van te
genezen ging mijn gezondheid achteruit. Bovendien moest ik zes maanden lang
zien rond te komen van een gehalveerd inkomen. Gelukkig werd de Detam, de
instelling waarbij ik werd gekeurd, overgenomen door een andere instantie.
Tijdens een overnameonderzoek ontdekte een keuringsarts van de nieuwe instantie
in mijn dossier, dat er erg veel fout was gegaan en er onjuiste beslissingen
waren genomen. Met veel excuses werd het geldbedrag dat ten onrechte van mijn uitkering
was ingehouden door de nieuwe instantie uitgekeerd. Financieel kreeg ik weer
lucht, maar in mijn hele leven heb ik me nog nooit zo ziek en volkomen uitgeput
gevoeld als in die tijd.
In mijn huis was
het een puinhoop geworden omdat ik niet meer in staat was het huishouden te
doen. Vaak was ik ook niet eens in staat om te fietsen of te lopen om de
boodschappen te doen. Niet meer in staat om op mijn benen te blijven staan viel
ik dan op de vloer. Huilend wenste ik dat de dood me weg zou nemen van deze ‘humane’
wereld. Ik was mijn stem kwijt, was volledig opgebrand en een nerveus wrak dat
leed aan furieuze haataanvallen tegen iedereen in het bezit van een
artsendiploma. In mijn fantasie vermoorde ik artsen per dozijn, joeg hen
miljoenen kogels door de kop of beet hen als een wild dier de strot door.
Tegelijkertijd
realiseerde ik me zo hoe Adolf Hitler, Jozef Stalin en Pol Pot tot hun
weerzinwekkende daden waren gekomen en ik voelde me hun gelijke. Die furie
moest ik beslist uit mijn leven zien te bannen, want zelfs de kleinste
incidentjes deden me in enorme woede uitbarsten en uiterst agressief reageren.
Het incident met de keuringsarts van de Detam had er ook voor gezorgd dat het
vertrouwen in alle medewerkers van deze instantie een doodsteek had gekregen.
Feitelijk was álle vertrouwen in ‘gecertificeerde geneeskundigen’ volledig
verdwenen. De enige uitzondering was Niels. Niels was eerlijk en oprecht. Hij
kon me niet helpen, zei hij me eens. En toch hielp hij me. Jarenlang
correspondeerden we met elkaar. Zo’n twee keer per jaar schreef ik hem over
mijn ontwikkelingen en dan antwoordde hij met iets ter contemplatie, een
suggestie voor een boek dat ik beslist eens zou moeten lezen, bood z’n excuses
aan omdat hij iets uit mijn brief niet goed begrepen had en complimenteerde me
met mijn vorderingen en inzichten. Ik ben er van overtuigd dat ik op deze
manier de beste psychiatrische hulp heb gekregen die mogelijk was. In Niels had
ik iemand gevonden met oprechte belangstelling voor mijn ontwikkeling en
genezing.
![]()
Niet eerder dan
in 1998 kreeg ik, beetje bij beetje, grip op mijn furie. Door bestudering van
de Majjhima-nikaya, een boek waarin Boeddha Gotama zijn leer uiteenzet, werd
mij duidelijk hoe mijn emoties ontstonden vanuit mijn interpretatie van de
wereld van verschijnselen.
Voor het eerst
drong het tot mij door hoe mijn emoties zich ontwikkelden en hoe ik de
ontwikkeling van mijn emoties zelf kon beïnvloeden. Het hielp mij inzien en
accepteren hoe ik zelf verantwoordelijk was voor mijn gedragingen. Het besef
drong tot mij door dat mijn gedrag voortkwam uit míjn interpretatie van een
situatie. Als ik in staat zou zijn die interpretatie te veranderen, dan zou ik
ook anders reageren.
In die tijd kwam
een duidelijk voorbeeld, hoe mensen verschillend reageren in een bepaalde
situatie, met een televisiedocumentaire over een brand op een passagiersschip
in volle zee. Het was een oud schip met een houten dek en het vuur greep snel
om zich heen. De meeste passagiers raakten in paniek toen ze er achter kwamen
dat de reddingsboten niet langszij konden worden gemanoeuvreerd, omdat de
davits waar ze in hingen onbeweeglijk vastzaten door een dikke laag verf. Eén
man raakte echter niet in paniek en was daardoor in staat veel mensen naar een
veiliger plek op het schip te leiden, in afwachting van hulp van andere schepen
in de buurt. Hoe was het toch mogelijk dat deze man, in een situatie waarin de
meeste mensen in paniek raakten en voor hun leven vreesden, innerlijk rustig
bleef? Hoe zou ik die innerlijke rust kunnen vinden in situaties waarin ik
normaal gesproken hoog gespannen en furieus werd?
![]()
In de zomer van
1997 kwam mijn leraar, mijn Ahdjaan, Phra Khru Phra Phat Thammaransri Pikul
naar Nederland. Tijdens mijn eerste bezoek aan Thailand, in 1995, werd hij mijn
persoonlijke leraar en ik zijn Looksit, zijn leerling. Ahdjaan is geen gewone
leraar. Hij is een Boeddhistische monnik en de abt van Wat Ku Tao, een tempel
in het noorden van Chiang Mai. Hij is een zeer ervaren, eenvoudige en
vriendelijke monnik, wiens inzicht in het leven ver boven mijn
bevattingsvermogen uitstijgt.
Gedurende zijn
bezoek aan Nederland maakte hij me duidelijk dat mijn genezing niet alleen voor
mijn eigen gelukservaren was, maar dat mijn levenservaring en mijn
voortschrijdend inzicht op den duur ook konden dienen om anderen te helpen.
Ahdjaan werd voor mij een verpersoonlijking van de zin van het leven. Met zijn
komst gaf hij mij de beste reden om te leven.
En zo gebeurde
het op een dag in de meditatieruimte van José, dat ik voor een Boeddhabeeld
knielde en daar in het bijzijn van Ahdjaan, in alle oprechtheid wenste dat de
wijsheid, het mededogen, en de liefdevolle vriendelijkheid van Boeddha mij zou
doordrenken, in al mijn denken, spreken en handelen, opdat ik in staat zou zijn
alle levende wezens helpen ontsnappen uit hun lijden. Daarna wenste ik, dat
deze wens mijn leraar zou ondersteunen en inspireren om mij daarbij te helpen.
Deze sterke en oprechte wensen initieerden een bijzonder sterke ontwikkeling in
mijn genezingsproces.
Ahdjaan bleek
een welkome hulp bij mijn zoektocht naar de waarheid en genezing. Alleen kon ik
toen niet vermoeden dat ik veel meer zou vinden dan zelfvertrouwen en genezing
van burnout en overspannenheid. Tijdens zijn verblijf in Nederland gaf hij
enkele lezingen en toonde Ahdjaan diepe interesse in de wijze waarop de
Hollanders hun land op de zee hadden veroverd. Vanwege mijn slechte gezondheid
kon ik hem niet zo vaak ontmoeten als ik had gewild en samen met hem en de
groep medeleerlingen op stap gaan. Maar die paar keer dat we elkaar ontmoetten
waren voldoende om te beseffen welke richting ik op moest met mijn leven, om te
genezen en uit mijn misère te komen.
In de jaren na
zijn bezoek werd ik zieker en zieker. Ik kreeg hevige pijn aan mijn lever en ’s
nachts kon ik niet slapen omdat ik dikke slijm ophoestte uit mijn longen. Alle
nachten doezelde ik zittend op de bank in de woonkamer, mijn lichaam
ondersteund door kussens om het rechtop te houden. Het was onmogelijk voor mij
om te gaan liggen, want dan zou ik stikken in mijn eigen slijm. Het duurde twee
en half jaar voordat ik weer eens horizontaal in mijn bed kon slapen. In die
tijd nam de pijn in mijn lever steeds maar toe en putte me totaal uit. Uit de
jaarlijkse onderzoeken door de endocrinoloog kwam niets dat uitwees dat er iets
met mijn lever aan de hand was. De pijn moest dus alles te maken hebben met
mijn geestelijke ontwikkeling. Intussen bestudeerde ik ‘De Mystiek van het
Tibetaans Boeddhisme’, een boek geschreven door Lama Anagarika Govinda en de
Majjhima-nikaya. Het bestuderen én begrijpen van deze werken was vers één. De
waarheid ervan in mezelf vinden was vers twee, een studie apart. Ik ontdekte
dat, wanneer ik mijn gedachten tot rust kreeg, er spontaan antwoorden op mijn
vragen kwamen. En het beoefenen van Anapanasati, een meditatieoefening uit de
Majjhima-nikaya, bleek dé methode om die innerlijke rust te vinden. Wanneer ik
weer eens in mijn dagboek over een of ander probleem zat te filosoferen, eindigde
mijn verhaal meestal met de conclusie: “…en dus moet ik Anapanasati beoefenen”.
![]()
Anapanasati
(Pali, de taal die Boeddha Gotama sprak) betekend
‘oplettendheid-bij-in-en-uit-ademen’. Meestal wanneer we aan ademen denken,
denken we alleen aan de functie van onze longen. Maar als je het hele
fysiologische systeem dat het fysieke lichaam opbouwt eens goed onder ogen
neemt, zie je dat het een heel systeem is van in en uitademprocessen. En het
ademen in de longen beïnvloed al die andere processen. Peter, mijn
meditatieleraar in Nederland, heeft me eens laten ervaren hoe sterk deze
beïnvloeding kan zijn op de psyche. Hij vroeg me ongeveer twee keer zo snel in
en uitademen als ik normaal deed. Al doende voelde ik me al snel zo onaangenaam
dat ik bijna in huilen uitbarstte. Dit liet duidelijk zien dat de manier van
ademhalen in de longen niet alleen de rest van het fysiologische proces in het
fysieke lichaam beïnvloed, maar ook direct mijn geestelijk welbevinden.
Het bestuderen
van de Majjhima-nikaya en mijn meditatieoefeningen bleken een bijzonder goede
hulp bij het verkrijgen van inzicht in het ontstaan van mijn identiteit. Het
scheen een duidelijk licht op de bron van mij identiteitstoornis. De inzichten
die ik kreeg waren kolosaal en zeer gedetailleerd. Ze overvielen mij op de
meest onverwachte momenten. Omdat het voor mij onmogelijk was mijn inzichten te
beschrijven, vertaalde ik ze in metaforen en maakte daar vervolgens
schilderijen van om ze levend te houden.
Het begon tot
mij door te dringen dat, vooral door níet op mijn zelf te vertrouwen, de enige
manier was om zekerheid in het leven te vinden. Als ik innerlijke rust zou
willen vinden, dan had ik zelfvertrouwen op te geven voor vertrouwen in het
leven. Zelf, zo besefte ik, is een creatie om alles over het ontstaan daarvan
tot op de bodem te leren begrijpen. En eenmaal volledig begrepen, verliest het
zelf z’n noodzaak tot bestaan en kan het worden losgelaten. Ik bedoel hiermee
niet dat je dan zonder zelf of ego leeft, maar je bent niet meer gebonden aan
een vast idee ervan. Het werd me duidelijk dat mijn zelf, mijn identiteit, een
soort barricade was waarachter ik me trachtte te verschuilen voor iets dat heel
diep in mijn onderbewustzijn lag. Mijn geweten rees vanuit een pijlloze diepte
en confronteerde me met iets wat mij op een of andere manier veel angst
inboezemde. Maar ik kon mij onmogelijk herinneren welk voorval of welk gedrag
van mij de aanleiding hiertoe was. Vanaf de eerste dag dat het tot mijn
bewustzijn kwam, waren mijn angst en mijn behoefte aan geborgenheid netjes
ingekapseld in een algemeen aanvaard idee van een meisje. Daarom was niemand in
staat de oorzaak van mijn meisjesidentiteit, die mij op zevenjarige leeftijd
als een voldongen feit overviel, te ontdekken.
Dus moest ik
mijn kijk op het leven volledig
veranderen om mij van mijn zelf, mijn identiteit en de problemen die daaruit
ontstonden, te bevrijden. De onjuiste kijk op de wereld van verschijnselen,
waar mijn identiteit op gebaseerd was, moest worden ingeruild voor een juiste
kijk, een juiste interpretatie van de wereld van verschijnselen. Hier kwam de
Waarheid in zicht. De Waarheid die zo veel jaren verscholen had gelegen achter
de vele sluiers van mijn identiteit. De Waarheid die, toen het toeval enkele
tipjes van die sluiers oplichtte, mij het seintje gaf: “meditatie, meditatie”.
De Waarheid, die ik mijn hele leven al bij mij droeg, zag eindelijk in mij het
levenslicht. Haar sereniteit scheen mij vriendelijk toe.
In de
Majjhima-nikaya vond ik de meest duidelijke uiteenzetting (sutta) over hoe een
identiteit ontstaat en tot leven komt. De Madhupindikasutta daarin, geeft stap
voor stap weer hoe de vesting van het zelf wordt opgebouwd. Hoe geestelijke
barricades worden opgericht op grond van een onjuiste interpretatie van de
wereld van verschijnselen en hoe dit leidt tot obsessies. Voordat ik deze sutta
volledig en juist kon begrijpen moest ik eerst mijzelf bestuderen aan de hand
van de voorgaande sutta’s en enkele andere boeken. Wijsheid kreeg ik zeker niet
cadeau. Ik had veel moeite om me te concentreren op mijn studie en was snel
mentaal uitgeput. De aanhoudende pijn in mijn lever maakte het er ook niet
gemakkelijker op. Ik ging duidelijk door een soort sterfproces, of misschien
kun je het ook wel een rouwproces noemen. Het was behoorlijk pijnlijk om
geconfronteerd te worden met de gevolgen van mijn eigen onwetendheid en mijn
onjuiste kijk op de wereld van verschijnselen. Het was een loodzware klus om
alles wat mijn geweten mij voorschotelde te verwerken en er van te leren, tot
dat ik het volledig begreep. Daarna kwam het tot rust, viel het als een blok
van me af en ervoer ik met grote opluchting en blijdschap dat iets in mij was
genezen.
Vaak voelde ik
me eenzaam op mijn ontdekkingstocht, opgescheept met al mijn gevoelens die ik
zo moeilijk met anderen kon delen. Ik denk dat alleen Ahdjaan, Niels en Iris
enigszins in staat waren te beseffen welke strijd ik streed en hoe diep
ellendig ik me vaak voelde. Mijn innerlijke drang om zo snel mogelijk uit deze
misère te komen zorgde vaak voor hoog oplopende spanningen en een hoop
frustraties. Ik moest leren mij er bij neer te leggen dat genezing tijd nodig
had. Om de problemen die het leven mij voorschotelde te accepteren en te
verwerken kon ik niet meer dan mijn best doen. In het hele proces om mijn
inzicht te laten groeien, mijn problemen bij de bron weg te nemen en te
genezen, viel niets af te dwingen.
![]()
![]()
Het jaar 2000
was het jaar dat alle stukjes van mijn grote puzzel in elkaar vielen. Ik was klaar
met mijn studie van het eerste van de drie delen van de Majjhima-nikaya en ik
was toe aan wat verandering van spijs. In februari kocht ik Ovidius’
Metamorphosen. Vanuit mijn studie van de Majjhima-nikaya was het
verbazingwekkend eenvoudig om Ovidius’ werk te begrijpen. De mensen die zo’n
2000 jaar geleden zijn epos over gedaanteverwisselingen begrepen, moeten in een
andere staat van bewustzijn hebben geleefd dan de meeste mensen nu doen.
Om een voorbeeld
te geven: het idee dat de zon het centrum van ons zonnestelsel is, is een idee
dat net zo in ons denken is gefixeerd als toentertijd bij onze voorvaderen het
idee, dat de zon om de aarde draaide. Diegenen die Ovidius’ werk juist
begrepen, interpreteerden dat gegeven niet als een wetenschappelijk onderbouwd
feit, maar zagen de zon als een metafoor voor de initiatie van het aardse
bewustzijn. Met de opkomende zon ontwaakt men, komt het aardse bewustzijn tot
leven en ontwikkelt zich. Gaat de zon weer onder, dan dooft het aardse
bewustzijn; men valt in slaap. De zon is hier de oppergod van het aardse
bewustzijn. Met oppergod bedoel ik, de initiator en hoogste macht in de creatie
van het aardse bewustzijn. In Ovidius’ Metamorfosen wordt deze macht
gepersonifieerd door Apollo. De hele verdere ontwikkeling van Ovidius’ verhaal
heeft tot doel de ontwikkeling van het aardse menselijk bewustzijn uit te
beelden. Het Romeinse pantheon is een model dat bedoeld is om inzicht te geven
in het ontstaan van ons zelf, ons ego, onze identiteit en alles wat die
identiteit met zich meebrengt, zowel welvaart als narigheid en ziekte. In die
zin zou het best als basis voor een vorm van psychotherapie hebben kunnen
dienen, waarin men zichzelf kon spiegelen, tot inzicht komen en een uitweg
vinden uit ontstane problemen.
De fysieke wereld
van verschijnselen is er om de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn in te
spiegelen, niet om zich ermee te identificeren.
Wat voor pijn we
ook ervaren, pijn is altijd een spirituele ervaring. Het is niet het fysieke
lichaam dat pijn of narigheid ervaart, dit lichaam geeft slechts een signaaltje
door, er wordt iets gedetecteerd. Pijn ervaren is afhankelijk van bewustzijn en
de interpretatie van een indruk op een of een combinatie van de zes zintuigen.
![]()
Die zomer kocht
ik de Nederlandse vertaling van de Nag Hammadi-geschriften, de Upanishaden en
de Tao Tê Tjing. Deze boekwerken schenen ieder weer een ander licht op mijn
problemen en hun ontstaan. Ook nu bleek mijn voorgaande studie van de
Majjhima-nikaya mij bijzonder behulpzaam te zijn bij het begrijpen van deze
werken en traktaten. Alles tezamen gaven ze mij een volledig beeld van hoe en
waarom de mensheid was ontstaan en het doel van mijn ontwikkeling. Met dit
volledige beeld van de schepping, het ontstaan van mijn gender-identiteit en de
problemen die daar uit rezen, kon ik mijn gender-identiteit loslaten. Er was
geen noodzaak meer voor deze identiteit om in leven te blijven, omdat ik
volledig begreep dat het geen basis had om mij te beschermen. Ik realiseerde me
dat in absolute zin er noch mannen noch vrouwen bestaan. Er bestaan fysieke
lichamen, menselijke lichamen. Menselijke lichamen spiegelen menselijk bestaan.
Ze spiegelen vreugde en verdriet, voor en tegenspoed, jong en oud. Ze spiegelen
het menselijk leven naar elkaar.
Zo bevrijdde ik mijzelf
door uit die spiegel te stappen die we ‘eigen lichaam’ noemen, waarmee ik
mijzelf vanuit een dwaling van mijn denken een groot deel van mijn leven had
geïdentificeerd.
In die tijd
kreeg ik een visioen van een vreemde wereld van atomen waarin alle fysieke
lichamen oplosten in een spel van nerveus trillende glimmertjes. Ik zag hoe
immense gedachtekrachten hierop inwerkten, karnden en hen zo in bepaalde vormen
brachten. Hoe futiel waren mijn eigen krachten in dit creatieproces. Het was
mij wel duidelijk dat ik onmogelijk enige grip op dit proces kon krijgen, laat
staan op een manier dat het mij langdurig geluk en vrede zou brengen zoals de
meeste mensen dit tegenwoordig nastreven. Ik realiseerde me dat alle pogingen
om te krijgen wat ik zou willen en af te komen van alles wat ik níet wil,
alleen maar averechts werken. Al mijn streven zou een perpetuum mobile creëren
waarin het ene probleem het andere oplost, waar ik nog vele levens in gevangen
zou blijven, als ik niet tot inzicht was gekomen welke dwaling in de kijk op
het leven dit alles in stand hield.
Nu was het me
ook duidelijk wat Jezus van Nazareth bedoelde met ‘mijn vader’, ‘het koninkrijk
van mijn vader’, en ‘zijn zoon’. Ik begreep duidelijk hoe mijn hemels
bewustzijn mijn identiteit vanuit schaamte en angst had gevormd, in een poging
te schuilen achter de barricades van deze identiteit, voor de gevolgen van
onjuist denken, spreken en handelen in vorig leven. Ik erkende mijn onnozelheid
en mijn arrogantie waarmee ik getracht had de consequenties van mijn vorig
leven te ontlopen. Ik voelde diep berouw voor alles wat als een loden last in
mijn onderbewustzijn verborgen lag.
In het besef van
de ware boodschap van de Parabel van de Verloren Zoon, riep ik in gedachte mijn
vader aan en wenste, dat zijn rechter hand Jezus, mij de weg zou helpen
terugvinden naar zijn koninkrijk; zijn onvoorwaardelijke liefde en compassie,
vrede en geluk. Dit in het besef dat ik dit doel, alleen door alle sluiers van mijn onderbewustzijn heen, in mijzelf kon
bereiken. De wens opende de deur voor een bijzondere ontdekkingsreis. Tijdens
deze ontdekkingsreis zouden de uiteenzettingen van Gotama Boeddha en het
beoefenen van Anapanasati mij zeker helpen. In mijn ogen zijn Jezus van
Nazareth en Boeddha Gotama broers van elkaar. Allebei helpen ze mij op hun
eigen manier, maar wel vanuit één en dezelfde Waarheid.
![]()
Nu het fundament
eronder was verdwenen, stierf mijn genderidentiteit. De behoefte om als een
vrouw te leven verdween. In vrouwelijke kleding voelde ik me zelfs ongemakkelijk.
Het was een inhoudsloze show geworden. Make-up gebruikte ik van meet af aan met
mate. Nu stopte ik daar helemaal mee. Ik ging door een enorme metamorfose. Veel van mijn kleding paste niet
meer bij een oplosbare identiteit, een identiteit die noch mannelijk noch
vrouwelijk was. Ik nam ze uit mijn kledingkast en gaf ze aan het Leger des
Heils.
Toch bleek het
stoppen met de hormoonbehandeling geen eenvoudige opgave. “Stel dat ik naar
Thailand wil gaan”, dacht ik, “dan moet ik door de paspoortcontrole en in mijn
paspoort staat dat ik van het vrouwelijke geslacht ben. Dan moet ik doen alsof
ik een vrouw ben terwijl ik dat niet ben. Maar ik kan toch niet doorgaan met
hormonen slikken, alleen maar om door de douane in Thailand te komen of naar
andermans ideeën te leven dat er alleen maar mannen en vrouwen bestaan en dat
ik aan het idee van een van die twee moet beantwoorden?”
Hoe moest ik
gaan leven in een wereld die gebaseerd was op vaste ideeën van man en vrouw? Om
als vrouw door het leven te gaan móest ik doorgaan met die hormoonbehandeling.
Om als man door het leven te gaan, was een onmogelijke opgave vanwege de
geslachtsveranderende operatie die ik in 1995 had ondergaan. Op mijn
geboorteakte was vanuit een juridische uitspraak een aantekening gemaakt dat
mijn geslacht was veranderd van mannelijk naar vrouwelijk. Al mijn
identiteitsdocumenten waren nu hierop gebaseerd.
Mijn geweten
bevool mij naar Waarheid te leven, eerlijk te zijn en te stoppen met de
hormoonbehandeling. Na nog eens twee maanden van innerlijk conflict was het
uiteindelijk mijn lever die een sterk signaal gaf, dat als ik door wilde gaan
met leven ik direct met de hormoonbehandeling moest stoppen. In december 2000
werd de pijn in mijn lever steeds scherper en werd ik steeds vermoeider. Vaak
lag ik de hele dag doodziek op bed. Ik moest de dood van mijn oude identiteit
duidelijk verwerken. In februari 2001 was ik zover om het los te laten en kon
ik definitief stoppen met de hormoonbehandeling. Daarna duurde het zeker nog
een jaar van rouwverwerking, waarin mijn inzicht tot volle wasdom kwam en ik in
staat werd er naar te leven.
Het was op een
koude dag in februari 2002, toen een scholier van de middelbare school bij mij
aan de overkant mij wat vertwijfeld aankeek en vroeg: “Mevrouw…, bent u nou een
man of een vrouw?” Heel zelfverzekerd en met een grote glimlach keek ik hem aan
en antwoordde: “Geen van beiden”. Sprakeloos liet ik de jonge scholier staan en
ik voelde me bijzonder gelukkig en vredig. Ik wist dat ik me volledig had
genezen van mijn genderidentiteitstoornis. Nooit eerder in mijn leven had ik me
zo bevrijd gevoeld en innerlijk zo gelukkig en tevreden.
![]()
![]()
Omdat Westerse
artsen een opleiding hebben gevolgd die gebaseerd is op een biochemisch wetenschappelijke
kijk op de mens, heeft ‘meditatie’ voor velen van hen iets zweverigs, waardoor
het volgens hen niet past binnen de reguliere geneeskunde. Door een onjuist
idee van meditatie en een vooringenomen mening, zijn weinigen van hen te
motiveren zich in het onderwerp te verdiepen. Laat staan dat ze de moeite
zullen nemen zich te bekwamen in een meditatieoefening om zelf de werking ervan
te ervaren.
Niet alleen hun
biochemische kijk op de wereld houdt hen tegen. Veel mensen die meditatie
beoefenen zijn niet in staat begrijpelijk uit te leggen wat met meditatie nu
werkelijk wordt bedoeld en hoe een oefening werkt. Bovendien zijn er
meditatieoefeningen die zich niet laten uitleggen. Deze oefeningen kun je
alleen leren van een geïnitieerd leraar die op de hoogte is van de eventuele
gevaren die in bepaalde meditatieoefeningen schuilen.
Jammer genoeg
hebben de afgelopen decennia van de New Age rage meer bijgedragen aan deze
onduidelijkheid en vooringenomenheid, dan dat ze verheldering schiep. Er wordt
op een hoop onzinnigs gemediteerd. Want, voor alle duidelijkheid: er is
meditatie en er is juiste meditatie.
In dit hoofdstuk
hoop ik duidelijk te maken wat met meditatie feitelijk wordt bedoeld en hoe een
juiste meditatie je kan helpen in een genezingsproces.
In de
Majjhima-nikaya kun je een heel duidelijke en eenvoudige uiteenzetting vinden
van een meditatieoefening die Anapanasati heet. Anapanasati zul je moeten
oefenen om het effect ervan op jezelf te ervaren. Zij is onontbeerlijk voor het
genezingsproces. In het volgende hoofdstuk zal ik deze oefening uitvoerig
beschrijven.
Om je te
motiveren om Anapanasati te gaan beoefenen, zal ik nu eerst uitleggen wat ik
bedoel met ‘juiste meditatie’. Deze uiteenzetting is tevens essentieel voor het
leren zien hoe en van waaruit een identiteit ontstaat en hoe je die identiteit
ook weer kan doen oplossen.
Wat ik feitelijk
bedoel met ‘meditatie’ is ‘staat van bewustzijn’. Daar waar het bewustzijn zich
bevindt. Waar het bewustzijn in is geconcentreerd.
Een voorbeeld:
Nu je dit aan
het lezen bent, is je staat van bewustzijn geconcentreerd op hetgeen hier
geschreven staat. Daardoor word je ook beïnvloed door wat hier geschreven
staat.
Maar als je naar
dit blad kijkt met deze tekst, kun je je ook focussen op het idee ‘er staat een
zin’. Wát er dan in die zin geschreven staat heeft dan geen invloed meer op je.
Een volgende
stap is bijvoorbeeld, dat je je alleen nog concentreert op het idee dat je
zwart en wit ziet. Denkend: “Er is zwart en er is wit”, word je niet meer
beïnvloed door het idee dat er een zin geschreven staat. Laat staan dat de
inhoud van de zin nog invloed op je heeft.
Weer een
volgende stap denk je: “Er is visueel bewustzijn”. Zo word je niet langer
beïnvloed door het idee dat er zwart en wit is. Zo trekt je bewustzijn zich
stapje voor stapje terug naar een minder
uitgekristalliseerde toestand.
Bovenstaand
voorbeeld kun je bestuderen en oefenen om te ervaren dat het hele idee van
jezelf, je identiteit, iets is wat veranderlijk is. Je identiteit is
afhankelijk van de interpretatie van de wereld van verschijnselen.
Om te genezen is
het van cruciaal belang dat je leert ervaren hoe je je eigen identiteit
creëert. Alleen zo kun je je bewust worden dat je in staat bent, de problemen
die vanuit deze identiteit ontstaan, daadwerkelijk op te lossen. Door je kijk
op de wereld van verschijnselen te veranderen, veranderd ook je houding ten
opzichte van die wereld van verschijnselen.
Met ‘de wereld
van verschijnselen’ bedoel ik alles wat een indruk maakt op onze zintuigen. Bijvoorbeeld
datgene wat we licht, geluid of geur noemen of hetgeen we voelen. Maar ook de
mentale objecten die we ervaren als we dromen, fantaseren, of ons iets
herinneren.
Ook hetgeen men
hallucinaties of wanen noemt, behoort tot de wereld van verschijnselen.
![]()
Als je naar het
lichaam kijkt en je denkt: “Dit lichaam is van mij”, dan beïnvloedt deze
gedachte je. Wanneer de verschijning ervan je bevalt, zal dit oordeel je blij
maken.
Wanneer die
verschijning je niet bevalt, zal je je door
dit oordeel ongelukkig gaan voelen.
En als je er
neutraal tegenover staat, kun je je interesse erin verliezen en het lichaam
verwaarlozen.
Wanneer je blij
bent met je fysieke verschijning zal je er wellicht van alles aan willen doen
om het zo te houden. Fysieke lichamen hebben nou eenmaal de gewoonte om te
veranderen en verliezen met de jaren hun jeugdige aantrekkingskracht.
Wanneer je je
ongelukkig voelt met de verschijning van je fysieke lichaam, kun je van alles
ondernemen om te trachten het de verschijning te geven die naar je zin is.
Plastische chirurgie kan daar bijzonder behulpzaam bij zijn. Maar ook het
resultaat van dit soort ingrepen heeft niet het eeuwige leven. Bovendien heeft
elke ingreep wel een andere kant van de medaille, die zich wellicht pas veel
later na de ingreep laat zien. Niet iedereen durft zich over eventuele
tegenvallers en nieuwe ontstane problemen open en eerlijk uit te laten. Dit
gegeven draagt weer bij tot een vertekend beeld van de werkelijkheid, dat een
geheel eigen leven kan gaan leiden in de samenleving. Veel mensen die problemen
met hun uiterlijk hebben, raken dermate depressief dat ze antidepressiva gaan
slikken om de mentale pijn te onderdrukken. De kans is groot dat diegenen die
zo hun symptomen bestrijden, daarmee ook het besef om de bron van hun lijden in
zichzelf aan te pakken, uit het oog verliezen.
Zowel het
aanpassen van het fysieke lichaam aan het idee dat je van jezelf hebt, als het
onderdrukken van de geestelijke pijn met psychofarmaca, brengt je geen genezing
van je obsessie.
Het lichaam
verwaarlozen is ook geen gezonde levensinstelling.
Of de
verschijning je nu bevalt, niet bevalt of niet interesseert, al deze drie
verschillende zienswijzen op het idee ‘eigen lichaam’ geven geen innerlijke
rust en langdurig geluk.
Hoe ben je in
hemelsnaam toch aan dat idee gekomen dat je je eigen lichaam bent? Hoe in hemelsnaam ben je overtuigd
geraakt van het idee dat je je eigen lichaam bezit? Ga dit eens na in jezelf! Deze ideeën hebben we ons allemaal
eigen gemaakt zonder er bij na te denken, zonder ons ervan bewust te zijn hoe
deze ideeën zijn ontstaan. We hebben ze voetstoots als voldongen feiten
aangenomen. We hebben ons nooit afgevraagd waarop deze ideeën zijn gebaseerd.
We hebben ons nooit afgevraagd hoe ideeën als ‘jongen’ en ‘meisje’ of ‘man’ en ‘vrouw’ tot leven kwamen,
evolueerden en als voldongen feiten worden ervaren. Zonder er bij na te denken
en vanuit totale onwetendheid voeden we elkaar dag in dag uit met een onjuist mensbeeld.
Op die manier creëren we met z’n allen een ‘mannenwereld’ en een
‘vrouwenwereld’. We creëren van jongs af aan een ‘jongenswereld’ en een
‘meisjeswereld’, waarbij we uit het oog verliezen dat we in onze kern allemaal
gelijke menselijke wezens zijn.
Hoe creëren we
deze ideeën? Waarom creëren we deze ideeën?
Word je bewust
van wat je nu aan het doen bent.
Inderdaad, je leest. Maar is deze actie alleen tot stand gekomen vanuit jouw nieuwsgierigheid? Nee, natuurlijk
niet. Iemand anders heeft dit geschreven en dit beïnvloed nu mede jouw ogen om
tot leven te komen, om je te concentreren op wat hier geschreven staat. De
lezer en de schrijver samen brengen
nu de ogen tot leven plus de rest van het lichaam dat deze organen in hun
functioneren ondersteunt. Niemand bezit een eigen lichaam.
Het idee van
‘eigen lichaam’ ontstaat vanuit het idee van Twee: ‘Ik hier’ en ‘Iemand of iets
anders daar’. Nu schrijf ik dat iets anders:
‘Ik-hier-en-iemand-of-iets-anders-daar’ en noem dat het idee van Eén. Laat dit
eens op je inwerken en zie hoe het idee van Eén uit het idee van Twee ontstaat
en andersom. Eenvoudigweg door een andere interpretatie ontstaat een veranderde
staat van bewustzijn.
Net zoals het
idee ‘Laag’ onmogelijk kan bestaan zonder het idee ‘Hoog’, kan het idee ‘Nat’
niet bestaan zonder het idee ‘Droog’, kan het idee ‘Heet’ niet zonder ‘Koud’,
kan ‘Jong’ niet zonder ‘Oud’, kan het idee van ‘Ik hier’ niet kan bestaan
zonder het idee ‘De ander daar’. Zo is het idee van ‘Mannelijk’ onverbrekelijk
gepaard aan het idee van ‘Vrouwelijk’.
Deze manier waarop
ideeën geboren worden noemen we Dualiteit. De oorsprong van Dualiteit is
Eénheid. Je kunt het zo zien, dat Dualiteit geborgen ligt in Eénheid; [.
‘Laag’ en
‘Hoog’, ‘Nat’ en ‘Droog’, ‘Heet’ en ‘Koud’, ‘Jong’ en ‘Oud’, ‘Ik hier’ en ‘De
ander daar’, ‘Mannelijk’ en ‘Vrouwelijk’, al deze ideeën worden tegelijkertijd
uit elkaar geboren. Ze kunnen onmogelijk zonder elkaar bestaan. En nu het mooie
hiervan: ze lossen ook weer in elkaar op. Dat is nog eens relativeren!
![]()
In het Bijbelboek
Genesis staat beschreven hoe tijdens een diepe slaap van de mens de vrouw uit
een van zijn ribben werd geschapen. Je moet goed begrijpen dat met ‘mens’ een
staat van bewustzijn wordt bedoeld. De mens lag niet een dutje te doen, maar de
staat waarin het menselijk bewustzijn zich bevond was van dien aard, dat het
zich niet verder kon ontwikkelen om van het leven te leren. Je moet dit
Bijbelverhaal niet letterlijk nemen. De auteur van dit verhaal wilde duidelijk maken hoe menselijk
bewustzijn evolueert. Dit is onmogelijk in een feitenrelaas weer te gegeven. De
beeldspraak die de auteur gebruikte bij het schrijven van dit werk, zal in de
tijd van de conceptie van het verhaal, door lezers en toehoorders ervan
wellicht wél juist begrepen zijn. In de kern laat dit Bijbelverhaal zien hoe
mensheid tot bewustzijn komt door scheiding. Hoe het menselijk bewustzijn
evolueert door onderscheid aan te brengen in de wereld van verschijnselen. Door
het creëren van Dualiteit in het bewustzijn dat daarvoor als Eénheid werd
ervaren.
Dit is een
cruciale stap in de ontwikkeling van menselijk bewustzijn. Het creëren van Twee
uit Eén: God-en-Mens, Adam-en-Eva, [.
Dit is niet
alleen een noodzakelijke stap, maar
tevens het basis idee waarop
menselijk bewustzijn zich verder ontwikkelt. Het boek laat zien hoe bewustzijn
steeds verder uitkristalliseert door namen te geven aan de wereld van
verschijnselen. Deze ontwikkeling heeft iedere identiteit vanaf z’n geboorte
doorgemaakt.
Het is
belangrijk je van deze ontwikkeling weer bewust te worden, om zo te leren
begrijpen hoe je identiteit zich heeft ontwikkelt.
Voor het
scheppen van menselijk bewustzijn wordt gebruik gemaakt van het aanbrengen van
onderscheid. Dualiteit creëren uit Eénheid; Divisie. Vanuit die staat van
bewustzijn kun je gaan oordelen. Vanuit het oordelen bouwt de identiteit verder
uit. Hier beginnen mensen langzaamaan verstrikt te raken in hun eigen creatie.
Elk oordeel dat je velt over de ander, valt namelijk even hard over jezelf.
Religie beoogd
het tegenovergestelde van Dualiteit, namelijk van Twee weer Eén maken. Haar
doel is het bewustzijn te brengen naar een Eénheidservaren. Religie (re + ligare; “verbinden”, uit Latijn)
betekent letterlijk Eénheid realiseren. Door vanuit inzicht te beseffen dat ‘Ik
hier’ en ‘de rest van de wereld daar’ enkel ideeën zijn die zich in elkaar
spiegelen en in feite een eenheid vormen.
‘Ik hier’ en ‘de
rest van de wereld daar’ zijn twee ideeën die tegelijkertijd uit elkaar worden
geboren en ook weer in elkaar kunnen oplossen. Ze doven als het ware in elkaar
uit.
Verdiep je in
het bovenstaande én jezelf en wordt eens wakker!
Bergafwaarts in
Divisie, gefixeerd op een onjuiste interpretatie van de wereld van
verschijnselen, zal je identiteit steeds verder uitkristalliseren en rigide worden.
Wanneer je zo
een wereld van ‘mannen’ en ‘vrouwen’ creëert, zal je hunkeren naar die
identiteit, die naar jouw idee een veilige haven zal bieden voor datgene
waarvoor je vanuit je onderbewustzijn op de vlucht ben. Feitelijk creëer je zo
meer en meer onrust en problemen.
Bergopwaarts in
Religie, vanuit een juiste interpretatie van de wereld van verschijnselen wordt
je identiteit flexibel, lost je identiteit op. Het onthecht zich van
vaststaande ideeën en geeft zo een ervaren van langdurige innerlijke rust en
gelukzaligheid.
Een juiste
interpretatie van de wereld van verschijnselen is de basis voor juist denken,
juist spreken en juist handelen. Juist denken, juist spreken en juist handelen
zijn de voertuigen om je op een juiste manier te ontwikkelen. Zij vormen de
basis voor een juiste levenswijze. Een levenswijze vrij van alle vormen van
hebzucht en aversie. Vrij van het idee van een zelf zorgt voor een
altruïstische inzet in de samenleving. Het zorgt voor een juiste oplettendheid,
zodat eventuele verleidingen die je in de problemen kunnen doen geraken geen
grip meer op je hebben. Het helpt je het leven te ervaren op een hoger (nee,
niet daar boven, maar zuiverder: verschoond van allerlei vormen van hebzucht en
aversie) bewustzijnsniveau. Het helpt je geconcentreerd te zijn op wat
wérkelijk van belang is in het leven.
Wanneer je deze
levenshouding volledig beheerst, is er sprake van juiste meditatie.
Het hele leven
is een uitdaging om je hier in te oefenen.
![]()
Dus om van je
genderidentiteit (of welke andere identiteitsproblemen ook) af te komen zul je
een ommekeer in je leven moeten maken. Je zult je levenswandel bergopwaarts
moeten gaan vervolgen in Religie. Hopelijk wordt het je nu duidelijk dat een
religieus leven niets met bidden en angstvallig vasthouden aan kerkelijke
doctrines te maken heeft, maar met inzicht in het leven. Vanuit het juiste
inzicht in het leven kun je het idee van je zelf relativeren. Vanuit het
diepste inzicht kun je het idee van je zelf volledig laten uitdoven.
Nu wordt in het
algemeen met ‘bekering’, het veranderen of aangaan van een verbintenis met een
bepaalde geestelijke stroming bedoeld. Maar, van werkelijke bekering is enkel sprake, wanneer je het
zelfgerelateerde bewustzijn inwisselt voor een universeel bewustzijn.
Wanneer de
Dualiteit wordt overstegen en er Eénheid wordt ervaren, dan pas is er sprake
van een werkelijk religieus leven. Hiervoor zal je een draai van 180° op je
levenspad moeten maken. Vanuit het besef dat Divisie de weg creëert naar het
ervaren van jezelf als afgescheiden van de rest van de wereld van
verschijnselen en dat Religie de weg terug naar het ervaren van Eénheid is. Een
Eénheid, waarbinnen je identiteit enkel in verbondenheid met de rest van de
wereld van verschijnselen bestaat. Een Eénheid waarbinnen enkel door een
dwaling van het denken, aparte ideeën uit elkaar geboren worden. Ideeën die
door hun manier van ontstaan, gelukkig ook weer volledig in elkaar kunnen
oplossen.
Om van het
onjuiste idee van jezelf, dat zoveel narigheid met zich meebrengt, verlost te
worden zal je deze ommekeer in het bewustzijn moeten maken. Wanneer je inziet dat het fundament van je identiteit
ontstaan is vanuit een onjuiste interpretatie van de wereld van verschijnselen,
neemt dit inzicht elk fundament onder je identiteit weg. Als je inziet hoe je
je identiteit ontwikkelt en beseft op welke ongrijpbare leegte ze is gebaseerd,
besef je tevens dat je identiteit niet meer is dan een luchtkasteel. Vanuit een
juiste interpretatie van de wereld van verschijnselen wordt je identiteit met
alle problemen die deze met zich mee brengt, bewerkbaar en oplosbaar.
Wanneer je
afhankelijk bent van een vast idee van jezelf, ben je dus in wezen afhankelijk
van een onjuiste interpretatie van de wereld van verschijnselen. Daarom kan
zelfvertrouwen, een idee dat daaruit voortvloeit, altijd worden ondermijnt.
Zelfvertrouwen kan nooit een langdurige ervaring van geluk en innerlijke rust
geven. Hier bevindt zich de hoofdschakelaar in het leven die moet worden
omgezet. Deze moet worden omgezet van het nastreven van zelfvertrouwen naar onafhankelijk zijn van een idee van
zelf.
Dat kan alleen
wanneer je ziet dat het ‘ik’ gerichte zelf geboren wordt uit de ideeën ‘ik’ en
‘de rest van de wereld van verschijnselen’, waarbij de scheiding tussen deze twee
ideeën feitelijk ongegrond is. Vanuit het inzicht dat beide ideeën altijd met
elkaar verbonden zijn, uit elkaar geboren zijn en in feite een éénheid zijn.
Vanuit het inzicht dat noch het idee ‘ik’, noch het idee ‘de rest van de wereld
van verschijnselen’, een absolute bestaansgrond hebben. Beide ideeën komen
voort uit een ongrijpbare leegte.
Je zult een
bekering moeten maken in de manier waarop je de wereld van verschijnselen
interpreteert. Je zult je bewust moeten worden van die oneindige leegte waarop al
je ideeën zijn gebaseerd.
Je kunt een ik-gerelateerd bewustzijn creëren vanuit
het idee dat ‘ik hier’ en ‘de ander daar’ van elkaar gescheiden zijn.
Je kunt een universeel bewustzijn creëren vanuit het
inzicht dat deze twee ideeën met elkaar verbonden zijn, uit elkaar geboren zijn
en een éénheid zijn.
Het eerste wordt
een onjuiste kijk op de wereld van
verschijnselen genoemd, omdat deze problemen veroorzaakt. Het tweede wordt een juiste kijk op de wereld van
verschijnselen, omdat die problemen oplost.
![]()
Samen met
Divisie is er een andere kracht werkzaam in Creatie. Deze kracht is het Woord.
Door namen te geven aan gedachtenformaties als ‘iemand’ of ‘iets’, kunnen deze
verder tot leven komen. Doordat we deze formaties als zodanig kunnen onthouden
en erover kunnen discussiëren, evolueert het leven verder.
Hier wordt de
Faculteit van Redenatie geboren, waarin we standpunten kunnen innemen en
stellingen poneren. We kunnen, ieder voor zich, kolossale mentale forten bouwen
(inderdaad, luchtkastelen). Van daaruit kunnen we een discussie of een debat
met elkaar voeren. Het hoeft geen betoog dat dit kan nog veel verder uit de
hand kan lopen.
Het leven laat
duidelijk zien dat wanneer je aangevallen wordt, dit inherent is aan het feit
dat je een standpunt hebt genomen. Je hebt een stelling geponeerd. Hier valt
geen langdurige vrede te behalen. Je zult ongetwijfeld met deze fase in Creatie
geconfronteerd zijn. Er is een manier om je hieraan te hechten en dus ook een manier
om je ervan te onthechten. Laten we nog eens kijken hoe het allemaal tot leven
komt:
Er zijn ogen en
er is materiele vorm. Uit die twee wordt visueel bewustzijn geboren.
Er zijn oren en
er is geluid. Uit die twee wordt auditief bewustzijn geboren.
Er zij neuzen en
er is geur. Uit die twee wordt geur bewustzijn geboren.
Er zijn tongen
en er zijn smaken. Uit die twee wordt smaak bewustzijn geboren.
Er zijn lichamen
en er zij aanrakingen. Uit die twee wordt tast bewustzijn geboren.
Er zijn hersenen
en er zijn mentale objecten. Uit die twee wordt mentaal bewustzijn geboren.
Vervolgens maak
je een combinatie van delen uit deze verschillende sferen van bewustzijn.
Bijvoorbeeld: Deze vorm plus deze geur plus dit geluid. Daarna geef je deze
combinatie een naam: Hond.
Door het een
naam te geven, geef je jezelf de mogelijkheid er een standpunt over in te nemen
en er over te discussiëren. ‘Hond’ is nu een idee dat is opgebouwd uit een
bepaalde vorm plus een bepaalde geur plus een bepaald geluid.
Om dit idee te
fixeren gebruiken we het woordje ‘is’. Zo ontstaat een idee-fixe.
Probeer maar:
‘Dit noemen we een hond’ geeft een andere impressie dan ‘Dit is een hond’.
Probeer je zo
eens te verplaatsen in de ontwikkeling van het bewustzijn tijdens de eerste
twee levensjaren van een kind.
Over kinderen
gesproken. Op een dag ging ik op visite bij m’n zus. Haar twee kinderen
speelden ‘vadertje-moedertje’. Midden in de woonkamer waren ze hun ‘huis’ aan
het bouwen van de eetkamerstoelen, bijzettafeltjes en stapels lectuur, van
waaruit ze hun fantasiehuis met muren en ramen en deuren creëerden. Toen de
jongste van de twee tussen twee stapels lectuur doorliep, reageerde haar oudere
zus boos: “Daar mag je niet doorheen lopen! We hadden afgesproken dat daar het
raam was, de deur is hier!”, wijzend
tussen een stoel en een stapel boeken.
Dit is nu een
frappant voorbeeld hoe we onze eigen wereld creëren (en wat er kan gebeuren als
we een afspraak niet serieus nemen). Maar dit fantasiespel van deze twee jonge
kinderen is in wezen niet anders dan wat veel volwassenen als ‘de harde
werkelijkheid’ ervaren. De meeste volwassenen zijn vergeten dat in feite alles
‘zo genaamd’ is. Ze hebben zichzelf zonder er bij na te denken overtuigd dat
dingen en wezens in absolute zin bestaan. De problemen waar we als mensheid
tegenwoordig mee geconfronteerd worden, laten op z’n minst zien dat we allemaal
op z’n tijd ons zelf niet weten te relativeren. Zeg nou eens eerlijk, ben je absoluut een man. Ben je absoluut een vrouw?
Maak van
‘mannelijk’ geen man en maak van ‘vrouwelijk’ geen vrouw. Maar maak van
mannelijk en vrouwelijk Eén. Vanuit het inzicht dat ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’
niet meer zijn dan ideeën die op één en hetzelfde moment uit elkaar geboren
worden. Iedereen heeft zo z’n eigen idee van wat mannelijk is en wat
vrouwelijk. Het hoeft niet eens iets met geslacht te maken te hebben. Je kunt
het ook zien als actie en reactie, of een talent en de mogelijkheid dit talent
te cultiveren. ‘Mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ zijn feitelijk lege vaten die we
vanuit een eigen levenservaring vullen met onze persoonlijke interpretaties.
Wees je bewust dat deze ideeën alleen maar als absolute realiteit worden
ervaren door een dwaling van je gedachten.
Door het combineren
uit de zes eerder genoemde verschillende sferen van bewustzijn, ontstaat
‘ding-heid’. Door daar vervolgens weer allemaal verschillende namen aan te
geven komen de verschillende dingen tot leven. Vervolgens nog even met elkaar
afspreken dat ‘dit ding is…’ en hups
het gaat vastzitten in ons geheugen. Zo gaat het een eigen leven leiden dat als
een absoluut bestaand iets wordt ervaren. Als je daar verder zonder bij na te
denken mee doorgaat, raak je gevangen in en vicieuze cirkel van onjuiste interpretaties van de wereld
van verschijnselen.
Om daar weer uit
te geraken moet je er voor zorgen dat je vanuit een juiste kijk op de wereld van verschijnselen gaat leven.
‘Eigen lichaam’
is een onjuist idee van het fysieke lichaam. Niemand bezit een ‘eigen lichaam’.
De manier waarop we ‘eigen lichaam’ ervaren is niet anders dan hoe we de rest
van de wereld van verschijnselen ervaren. Beide ervaringen komen in feite
ongescheiden, als een eenheid via zintuiglijke prikkeling tot het menselijk
bewustzijn.
De scheiding
tussen die twee ontstaat alleen maar vanuit een onjuiste interpretatie van dit
geheel aan zintuiglijke prikkelingen waarvan we ons bewust zijn. De ervaring
van afgescheidenheid komt voort uit een onjuiste interpretatie van de totale
wereld van verschijnselen binnen ons bewustzijn. Een interpretatie dat ‘ik hier’ afzonderlijk leeft van ‘de ander daar’.
Plus een volledig ongegronde identificatie van ‘ik hier’ met wat we ‘eigen
lichaam’ noemen. Het hele idee van jezelf is feitelijk ontstaan vanuit een dwaling
van je gedachten. De enige weg terug uit dit doolhof is de kennis van de weg.
En aangezien iedereen zijn eigen doolhof creëert, bestaat er niemand buiten je
die je hieruit kan halen.
Zie dat ‘ik
hier’ geboren wordt uit ‘de ander daar’ en tegelijkertijd ‘de ander daar’ uit
‘ik hier’. Het idee ‘ik hier’ kan onmogelijk bestaan zonder het idee ‘de ander
daar’ en zijn in wezen één ervaring.
Hoe ‘eigen
lichaam’ ook tot leven komt en beweegt, het reageert altijd als resultaat van
een spirituele dwaling, de nergens op gebaseerde ideeën van ‘ik hier’ en ‘de
ander daar’, van ‘ik’, ‘mijzelf’, ‘mij’,
‘mijn’ en ‘jouw’.
Ideeën als ‘ik’, ‘mijzelf’ en ‘eigen lichaam’ zijn
drie verschillende ideeën die feitelijk geen absoluut fundament van bestaan
hebben. Vanuit een onjuiste interpretatie van en identificatie met deze
fenomenen, kunnen ze echter tot de overtuiging leiden dat er een afzonderlijk
persoon bestaat die zijn lichaam is, zijn lichaam heeft of in zijn lichaam
aanwezig is.
Dit kan een levensgroot probleem vormen, wanneer het
idee ‘mijzelf’ vanuit z’n karakter als ‘vrouwelijk’ wordt beoordeeld en
vervolgens vanuit een onjuiste interpretatie daarvan tot de overtuiging komt
‘een vrouw’ te zijn.
En op hetzelfde moment van ‘eigen lichaam’ wordt
geoordeeld dat dit ‘mannelijk’ is en vanuit een onjuiste interpretatie daarvan
tot de overtuiging komt ‘een man’ te zijn.
Wanneer in dit geval ‘mijzelf’ zich identificeert
met ‘eigen lichaam’ is de geboorte van genderidentiteitstoornis een feit!
![]()
De
Majjhima-nikaya geeft, op verscheidene manieren, stap voor stap uitleg hoe
menselijk bewustzijn tot volle wasdom komt. In dat boekwerk zet Boeddha Gotama
beknopt uiteen, hoe een onjuiste kijk op de wereld van verschijnselen leidt tot
gevangenschap in een vicieuze cirkelgang van leven, waarin men hunkert naar
hetgeen men niet heeft en lijdt onder hetgeen men niet wil.
In dat werk vind
je ook talloze aanwijzingen om zelf een uitweg uit deze vicieuze cirkel te
vinden. Jezelf bevrijden van je ziekte is enkel mogelijk wanneer je jezelf
bevrijdt van de onwetendheid hoe je dit zelf creëert. Buiten het bestuderen van
boekwerken met aanwijzingen, is het dus absoluut noodzakelijk jezelf te
bestuderen. Dat is namelijk de enige manier om te kunnen oordelen welke
aanwijzingen daarin voor jouw genezing nuttig zijn.
Laat het
duidelijk zijn dat je alles, wat je moet ondergaan om het uiterlijk van hetgeen
je ‘eigen lichaam’ noemt te veranderen, kunt vermijden. Je kunt al het
aanmodderen met een gezond fysiek lichaam vermijden, als je maar tot het
inzicht komt hoe je dit idee van jezelf hebt gecreëerd. Vanuit het inzicht dat
het idee van jezelf geen absolute basis heeft, kun je het volledig laten
verdwijnen.
Stel je toch
eens voor hoe vredig je leven zou zijn, als al dat gedoe met dat fysieke lichaam
niet nodig was! Stel je voor, dat je dat fysieke lichaam gewoon kunt accepteren
zoals het is. Dat het je om het even is, welk geslacht en wat voor functie dit
heeft.
Neem de moeite
om te onderzoeken wat de werkelijke bron van je genderidentiteit is en daarmee
de werkelijke bron van je problemen.
Interpreteer het
feit, dat geslachtsverandering tegenwoordig normaal gevonden wordt, niet als
een verantwoord argument om aan het uiterlijk van ‘eigen lichaam’ te laten
sleutelen. Als je dat toch doet en je weigert de ware oorzaak van je
identiteitsproblematiek in jezelf te zoeken, dan leer je niets van de
belangrijke levenslessen waar je feitelijk tegenop loopt. Nu krijg je de kans
om van het leven te leren. Als je deze kans laat liggen wordt het er in de toekomst
niet makkelijker op. Hoe verder je dit uitstelt, hoe moeilijker de oplossing
van dit probleem wordt.
Zelfs het
beëindigen van het aardse leven zal je niet vrijwaren voor de confrontatie met jezelf.
Het Tibetaans Dodenboek geeft een indruk van wat je kunt ervaren na beëindiging
van het aardse leven en het uiteenvallen van het fysieke lichaam. Wanneer je
dat boek bestudeert, moet je wel terdege beseffen, dat het is geschreven vanuit
een Tibetaans Boeddhistische wijze van contemplatie en meditatie. Besef dus dat
de verschijningen die daar in zijn beschreven, interpretaties zijn vanuit een
Tibetaans Boeddhistische kijk op het leven. Om het doel van het Tibetaans
Dodenboek beter te leren begrijpen, kan ik je aanraden om daarnaast de
Openbaring van Paulus uit de Nag Hammadi-geschriften bestuderen. Beide boeken
geven een afspiegeling weer van hetgeen er in het onderbewustzijn leeft. Ze
kunnen je daarmee helpen om inzicht te krijgen in de tendensen die voorafgaan
aan het ontstaan van het idee van jezelf.
De sleutel tot
het oplossen van je identiteitstoornis, is het verwerven van het inzicht in het
ontstaan van jezelf. Vele boeken zijn geschreven in een poging om mensen daarin
te begeleiden. Maar al te goed besef ik, dat ook ik met dit werk helaas niet
meer kan bieden dan wat voetsteunen en handgrepen. Je zult uiteindelijk zelf
uit de put moeten klimmen.
Neem daarom
nooit en te nimmer, hetgeen gezegd is of geschreven staat voor waarheid aan,
voordat je het als waarheid in jezelf hebt gevonden. Je merkt vanzelf wanneer
je op het juiste pad bent. Want eenmaal op het juiste pad zul je ervaren dat
obsessies wegvallen, behoeften uitdoven en je geest meer en meer tot rust komt.
![]()
Het fysieke
lichaam is eigenlijk niet meer dan een verzameling spiegelende organen. Het
spiegelt hoe binnen de mensheid, je bewustzijn zich ontwikkeld, middels het
toepassen van Divisie en Taal in de wereld van verschijnselen. De feitelijke
basis voor deze ontwikkeling is een zoektocht naar díe innerlijke vrede waar je
identiteit ooit uit is ontstaan. Maar vanuit een onjuiste kijk op de wereld van
verschijnselen tracht je, door weg te duwen wat je niet wilt en te grijpen naar
wat je niet hebt, het jezelf naar de zin te maken. Door al dat trekken en duwen
creëer je juist onrust en daarmee ook je struikelblokken in het leven. In die
struikelblokken liggen echter ook je levenslessen besloten. Levenslessen die je
de kans geven om te ontdekken, hoe je door je onjuiste kijk op de wereld van
verschijnselen zelf de narigheid creëert waarin je bent beland.
Het is de éne
menselijke geest die vanuit een interpretatie van de wereld van verschijnselen
een verscheidenheid aan menselijke identiteiten creëert. Middels een identiteit
kun je het leven in geluk of ongeluk of neutraal ervaren.
Vanuit je
huidige staat van bewustzijn, kun je leren hoe je identiteit tot leven is
gekomen en wat de bron is van waaruit ze is ontstaan. Wanneer die bron in
jezelf gevonden is en daarmee het inzicht in het leven kompleet, kun je leren
je van deze bron en van alles wat uit deze bron voortkomt te verlossen. Dat
laatste is iets wat je in je dagelijkse belevenissen kunt oefenen.
Het fysieke
lichaam is er om deze menselijke ontwikkeling op aarde te weerspiegelen.
Zie het fysieke
lichaam als een verzameling organen. Zintuiglijke prikkelingen zijn het enige
wat deze organen doorgeven aan het brein. Hoe je de hersenen ook verder
onderzoekt, je kúnt dat interpreteren als een biochemisch proces. ‘Biochemisch
proces’ is maar een interpretatie van het waarnemen van veranderingen. We
kunnen over het hele gebeuren in de hersenen op een bepaalde manier praten,
omdat we ze op een bepaalde manier
bekijken en we die beperkte visie ‘biochemisch proces’ hebben genoemd. De pijn,
die je ervaart wanneer je een flinke trap geeft tegen iets dat zich helaas niet
wil verplaatsen, voel je noch in je tenen, noch in je hersenen. Gelukkig treed
er een lichamelijke reactie op als moeder natuur haar best doet om te repareren
wat stuk is gegaan. Hetgeen je als pijn ervaart komt voort uit de interpretatie
van de wereld van verschijnselen en is afhankelijk van je staat van bewustzijn.
Het ervaren van pijn is afhankelijk van de mogelijkheid die je al of niet hebt
om je bewustzijn hier op te concentreren.
De mens op aarde
spiegelt zich in fysieke lichamen. Hetgeen we tegenwoordig ‘menselijk lichaam’
noemen is iets wat de mensheid heeft gecreëerd vanaf het prille ontstaan, door
het karnen van gedachten. Gedachten, gedragen door hebzucht en aversie en geboren
uit onwetendheid. Daarom is de vorm van ‘je eigen lichaam’ niet alleen het
resultaat van een genetische mix. Zij komt niet alleen voort uit een combinatie
van genen van je ouders, van je grootouders en hún ouders en hún ouders et
cetera tot ‘In den beginne’. Maar is zij het resultaat van alle geestelijke creativiteit, vanaf het ontstaan hiervan.
Of we het nu
‘eigen lichaam’ noemen of ‘moeder aarde’, allebei zijn ze in feite één
materiele wereld. Eén en dezelfde stof: materie (Latijn: materia “fysieke substantie”,
van mater “moeder”) in vorm.
Het maakt niet uit hoe je deze materie nu bekijkt. Vanuit een model uit de
oudheid, waarin deze werd opgesplitst in de elementen Aarde, Water, Lucht en
Vuur. Of dat je het opdeelt in chemische elementen met ieder een eigen
atoomnummer. Hoe je het ook bekijkt, materie is onderhevig aan veranderingen
waar we met al onze moeite maar weinig vat op hebben. Het leven van het fysieke
lichaam verloopt niet anders dan dat van de aardbol waarop zij leeft en waarvan
zij deel uitmaakt. De metamorfoses die ze doorlopend ondergaat, hebben we niet
in onze macht. Het is de ware Alchemist die op deze metamorfoses mediteert, in
het besef dat deze een afspiegeling is van een geestelijke proces.
![]()
Er zijn mensen
die de verhalen in ‘heilige geschriften’ letterlijk nemen, of anderszins
onjuist interpreteren. Ik heb ‘heilige geschriften’ even tussen haakjes gezet
omdat, naar mijn ervaring, geschriften op zich niet heilig kunnen zijn. Ze
kunnen hooguit een heilige bedoeling in zich dragen. Een doel om mensen inzicht
in het leven te helpen vinden, om vanuit dit inzicht onvoorwaardelijke
innerlijke vrede te vinden. Het helende kan alleen uit deze boeken en
geschriften worden gedestilleerd, door een juiste interpretatie van hetgeen
daarin staat geschreven. Ze kunnen je alleen helpen wanneer je ze kritisch
leest, daarbij jezelf bestudeert en ook bereid bent aan jezelf te werken. Ook
‘heilige geschriften’ kunnen geen inzicht in het leven overbrengen. Ze kunnen
je enkel stimuleren en ideeën aandragen om eens kritisch naar jezelf te kijken
en met jezelf aan de slag te gaan. Net zoals dit werk, kunnen ze niet meer
bieden dan voetsteunen en handvatten, om je te motiveren een kijk op het leven
te vormen die je uit je misère kan halen. Ze kunnen niet meer dan aanwijzingen
geven, om jezelf uit het moeras van je onwetendheid te bevrijden. Diegenen die
boeken en geschriften letterlijk nemen, begrijpen de bedoeling er niet van.
Laat staan dat zij in staat zijn een ander uit dat moeras van onwetendheid, waar
ze zelf tot aan hun nek instaan, kunnen trekken. Je zult je zelf uit de
narigheid waarin je je bevindt moeten bevrijden. Je zult proefondervindelijk
moeten uitzoeken welke voetsteunen en handgrepen voor jou de juiste zijn. Welke
dat zijn kan alleen jij beoordelen aan het feit, dat ze er toe leiden dat je
obsessies verdwijnen en je geest tot rust komt.
Ik zal een
poging doen om de ware bedoeling van een verhaal uit een ‘heilig geschrift’ te
verduidelijken. De volgende uiteenzetting is mijn interpretatie die mij heeft
geholpen bij het vinden van genezing. In het begin van dit hoofdstuk heb ik het
verhaal al even aangeroerd.
Het Bijbelboek
Genesis (2: 21-25), beschrijft dat God de vrouw creëerde uit de rib van de mens
terwijl de mens lag te slapen. Dit gegeven moet je niet letterlijk nemen. De
auteur tracht hier uit te leggen hoe menselijk
bewustzijn evolueert. Niet hoe menselijke lichamen, in het prille begin van
onze evolutie, zich opsplitsten. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de auteur
daarbij aanwezig was. Laat staan dat hij een feitenrelaas daarvan heeft kunnen
optekenen.
Voor het ‘In den
beginne’ was er Chaos. Niet zoals na een aardbeving of een auto ongeluk, maar
met Chaos wordt hier ‘niet-iets’ bedoeld, hetgeen men in het Boeddhisme
‘Suññata’ noemt; ‘Leegheid’. Er is een wereld van verschijnselen, maar het
bewustzijn is hiervan nog niet afgescheiden. Er is sprake van een volledige
eenheidservaring. Door een eerste oordeel ontstaat binnen de eenheid een eerste
scheiding. Uit het ‘niet-iets’ ontstaat ineens ‘iets’, een verschijnsel dat
zichzelf apart zet. Met deze eerste stap in de evolutie van de mensheid (‘iets’
komt tot bewustzijn in relatie tot het ‘niet-iets’), ontstaat de eerste staat
van afgescheidenheid in het menselijk bewustzijn. Wanneer dit afgescheiden deel
z’n oorsprong de rug toe keert, uit schaamte voor z’n daad en angst voor de
gevolgen van z’n eigen oordeel, ontwikkelt dit zich verder door meer
onderscheid te creëren in de wereld van verschijnselen en zich vervolgens weer
af te wenden voor de gevolgen van z’n eigen oordelen.
Zo ontwikkelt
het menselijk bewustzijn, vanuit een zelf gecreëerde onvrede, binnen de wereld
van verschijnselen in toenemende mate allerlei aparte ideeën. Deze ideeën komen
verder tot leven door ze te benoemen. In deze ontwikkeling verwijdert het
zichzelf steeds verder van de bron, de ervaring van eenheid en vrede.
In Genesis wordt
de eerste scheiding gemaakt tussen ‘hemel’ en ‘aarde’. Hier worden twee verschillende
staten van bewustzijn uit elkaar geboren. Van daar uit worden meer
onderscheidingen gecreëerd. Zo evolueert het menselijk bewustzijn tot hetgeen
we nu als aparte individuen ervaren. Deze hele evolutie ligt tevens in ieder
individu besloten.
Wie werkelijk
inzicht wil verwerven in het ontstaan van een identiteit, zal zich moeten
verdiepen in de geestelijke aspecten die daaraan ten grondslag liggen. Niet in
de fysieke manifestatie daarvan, want dat geeft geen toegang tot de peilloze
diepte waaruit zij voortkomt.
De wetenschap
laat duidelijk zien dat zij in haar studie van de fysieke wereld van
verschijnselen steeds meer onderscheidingen weet aan te brengen. Waar zij meent
iets nieuws te ontdekken is zij feitelijk bezig iets nieuws te creëren. In al
haar pogingen het mysterie van het leven te ontdekken, raakt zij daar steeds
verder van verwijderd.
Wanneer je je
kritisch verdiept in de ontwikkeling van de wetenschap, zie je dat zij zichzelf
de laatste decennia maar al te vaak tegenkomt. Medicijnen verliezen hun
werking. Er ontstaan nieuwe virussen die een gevaar voor de gezondheid
opleveren. De snelheid van het licht als absoluut hoogst haalbare snelheid
staat ter discussie sinds wetenschappelijke proeven hebben uitgewezen, dat
fotonen zich niet in een rechte lijn van bron naar waarnemer begeven, maar zich
in een onvoorspelbaar willekeurig patroon bewegen. In de subatomaire wereld van
verschijnselen doen zich onbegrijpelijke dingen voor, die niet stroken met de
schoonheid van de wetenschappelijke formules waarmee we een satelliet in een
baan om de aarde kunnen brengen. Laat dit duidelijk maken dat de hele fysieke
wereld van verschijnselen maar een relatieve wereld van verschijnselen is. De
zekerheden die we er uit ontlenen hebben een beperkte levensduur en zijn
feitelijk ongegrond. Diegenen die hierop een theorie baseren voor de menselijke
evolutie, komen feitelijk met een broodje aap verhaal.
Staat het eerste
oordeel aan de basis van een ervaren van afgescheidenheid en identiteit, met
het laatste oordeel offert het zichzelf volledig op en geeft het zich over aan
de eenheidservaring. Daar dooft het volledig en komt niet meer tot leven.
Het is dus je
eigen oordelen dat je problemen geeft. Stoppen met oordelen voorkomt problemen.
![]()
Niet alleen het
Bijbelboek Genesis geeft, althans voor de goede lezer, een idee hoe menselijk
bewustzijn ontstaat. De Katholieke kerk mag ze dan verwerpen, maar de Nag
Hammadi-geschriften geven, ondanks het ontbreken van vele fragmenten tekst, een
redelijke indruk hoe de Christelijke gemeenschap zich in de eerste eeuwen van
haar bestaan ontwikkelde. Ze schept een beeld van een gemeenschap die, vrij van
doctrines, zichzelf verdiepte in het leven, om vanuit inzicht een juiste manier
van leven te ontwikkelen. Ze maakten daarvoor niet alleen gebruik van
uiteenzettingen van Jezus van Nazareth en zijn apostelen, maar ook van andere
filosofen en gnostici. Van regels en doctrines is in deze geschriften geen
sprake. Dit geeft aan dat deze gemeenschap zich maar al te goed besefte dat regels
en doctrines geboren worden uit oordelen. Oordelen strookt niet met Religie.
Gnosis, wijsheid is hier de leidraad in het leven.
Wie de Nag
Hammadi-geschriften op juiste wijze bestudeert, vindt daarin duidelijke
aanwijzingen waaruit het menselijk bewustzijn ontstaat. Hoe vervolgens daaruit
een identiteit ontstaat en evolueert. Zij geeft hiermee tevens het doel van het
menselijk bestaan weer. Al deze verhalen en uiteenzettingen zijn niet bedoeld
om als een feitenrelaas voetstoots te worden aangenomen. Ze zijn bedoeld om een
afspiegeling van de ontwikkeling van jezelf te geven. Ze zijn bedoeld om te
ontdekken hoe het idee van je zelf is ontstaan. Vooral om de lezer te helpen
ontdekken, dat het idee van je zelf, je identiteit, feitelijk geen fundament
heeft.
Een verhaal dat
zeer tot mijn verbeelding sprak bij het vinden van dit inzicht, was de Parabel
van de Verloren Zoon (Lucas 15: 11-32). Buiten de vergevingsgezindheid die deze
parabel siert, heeft zij nog een diepere betekenis. De diepere betekenis ligt verborgen
in de levensweg die de jongste zoon gaat. Deze verborgen betekenis maakt zich
kenbaar wanneer je het verhaal transponeert naar de ontwikkeling van het
menselijk bewustzijn. De zoon, die metafoor is voor het afgescheiden
bewustzijn, maakt een levensreis vanuit onwetendheid (aan het eind van het
verhaal staat: ‘…want uw broeder hier was dood…’. Dood is hier een metafoor
voor onwetendheid). Tijdens deze reis door het leven, wordt hij blootgesteld
aan verleidingen waar hij graag aan toegeeft en narigheid waar hij graag vanaf
wil. Dit is een noodzakelijke reis die ieder mens door het leven maakt, waarin
hij levenservaring opdoet en zijn bewustzijn tot volle wasdom komt. Vervolgens
vanuit zijn levenservaring kan hij tot het inzicht te komen dat hij, om zijn
innerlijke rust te hervinden, zijn bewustzijn terug moet brengen naar de bron
waaruit het ooit is ontstaan.
Jezus van
Nazareth noemde deze bron ‘mijn Vader’. Deze ‘Vader’ is dus geen man met een
baard op een wolk, die op miraculeuze wijze buiten ons gezichtsveld het leven
op aarde regeert, maar een staat waarin het hele idee van jezelf op lost. Deze
‘Vader’ is feitelijk ongrijpbaar en onmogelijk in ideeën te vatten. Het is het
onnoembare waaraan niets vooraf gaat. Een mysterieuze bron van leven, die iedereen
via een innerlijke reis door zichzelf, terug kan vinden. De sleutel tot het
vinden ervan is: daar waar jij bent, is hij niet.
Het afscheid van
deze ‘Vader’ is de geboorte van de identiteit die zich, door steeds meer
onderscheidingen te maken in de wereld van verschijnselen, steeds verder
uitkristalliseert. De weg terug is Religie. Het her-verbinden (Latijn, re-ligare), van alles wat daarvoor
vanuit onwetendheid is opgedeeld. Het relativeren van hetgeen vanuit een
onjuiste kijk op de totale wereld van verschijnselen is gescheiden. Gescheiden
in ideeën ‘hoog’ en ‘laag’, ‘nat’ en ‘droog’, ‘ik’ en ‘de rest van de wereld
van verschijnselen’, ‘hemel’ en ‘aarde’, et cetera. De identiteit moet weer
volledig gerelativeerd worden, hetgeen ertoe leidt dat uiteindelijk Eénheid
wordt ervaren. Deze Eénheidservaring dooft tenslotte uit in ‘de Vader’.
Dit is geen
toestand waar je vanzelf na je overlijden in terugvalt, maar een uitdoving die
je middels een meditatie oefening door alle verschillende sferen van bewustzijn, tijdens je leven, stapje voor stapje moet
leren herontdekken. Vipassana Kammatthana is zo’n meditatie oefening. Deze
oefening is mij geleerd door mijn leraar Phra Khru Phra Phat Thammaransri
Pikul, een Thaise monnik. In Nederland zijn verschillende meditatieleraren die
je deze oefening kunnen bijbrengen. Recente informatie hierover vind je in
Boeddhistische tijdschriften en wellicht ook via het internet.
Wanneer je niet
leert hoe je deze zoektocht moet ondernemen tijdens dit leven op aarde, dan zul
je ook na je overlijden geen vrede kunnen vinden. Je onwetendheid zal er toe
leiden, dat je vanuit al je niet uitgedoofde bronnen van hebzucht en aversie,
terugvalt in een nieuwe geboorte. Zo ontstaat een vicieuze cirkel van geboorte,
ziekte, ouderdom en sterven, waarin je gevangen blijft zolang je niet weet wat
de ware oorzaak hiervan is.
Iedere
identiteit heeft ooit een eerste geboorte gehad. Jezus van Nazareth was zo’n
eerstgeborene. Dit betekend dat hij voorafgaand aan zijn geboorte geen eerder
leven heeft gehad. De identiteit die we Jezus van Nazareth noemen, is direct
uit de meest zuivere geestestoestand, die hij metaforisch ‘mijn Vader’ noemde,
ontstaan. En om die zuiverheid van zijn geboorte te benadrukken zegt men, dat
hij is geboren uit de ‘Maagd Maria’. De uitdrukking ‘Maagd’ heeft dus
betrekking op de geboorte van de identiteit genaamd Jezus van Nazareth, niet op
de kuisheid van zijn moeder.
![]()
Vaak heb ik de
Parabel van de Goede Samaritaan (Lucas 10: 25-37) uitgelegd gekregen, met de
bedoeling hier uit te leren dat je je medemens in nood moet helpen.
De uitleg van de
Katholieke Kerk, zoals ik hem onlang nog in een parochieblad heb gelezen,
eindigt met de conclusie dat de Samaritaan goed was. De Priester en de Leviet
slecht. Deze conclusie is op z’n minst verdacht te noemen.
De bedoeling van
Religie is vooral, om toch ook begrip, liefde en vergevingsgezindheid voor
diegenen te kweken, die op het slechte pad zijn beland.
Laat er geen
twijfel over bestaan dat Jezus van Nazareth opriep tot samenleven, onderling
begrip, éénheid, onvoorwaardelijke liefde en alomvattend mededogen. Niet tot
oordelen, discriminatie en haat.
De uitleg van de
Katholieke Kerk wringt hier. Zij kan zelfs leiden tot meedogenloos oordelen en
discrimineren. Benadrukken dat ‘goed’ en ‘slecht’ een absolute betekenis
hebben, is de oorzaak van zowel materialistisch, als
‘religieus’-fundamentalistisch denken. Beide denkwijzen leiden zelfs tot
oorlogen en terrorisme, waar heel veel mensen diep onder lijden. Beide
denkwijzen laten in de praktijk zien, beslist níet met Religie te stroken.
De conclusie van
de Katholieke Kerk laat tevens een open eind aan het verhaal, hetgeen niet
strookt met het overbrengen van de leer. Haar uitleg geeft de lezer of
toehoorder geen handvatten en voetsteunen om het ‘slechte’ in zichzelf te
helpen uitdoven.
En áls Jezus van
Nazareth al de bedoeling had gehad, om alleen maar goed en slecht gedrag te
definiëren, had hij dan in plaats van de Priester en de Leviet, geen ander
persoon ten tonele kunnen voeren?
Welke bedoeling
heeft Jezus van Nazareth met de Priester en de Leviet? Hoe moet ik deze parabel
interpreteren zodat hij strookt met zijn leer?
Deze vragen
hebben mij nogal bezig gehouden. Zij hebben mij geleidt tot een interpretatie
die een veel diepere en bovendien heel zuivere betekenis van deze parabel bloot
legt. Van uit deze zuivere betekenis heeft deze parabel mij geholpen bij het
oplossen van mijn identiteitstoornis. Ik zal deze diepere visie stap voor stap
uiteenzetten. Wie gaat er schuil achter de personages in deze parabel?
In deze Parabel
is de Priester de metafoor voor inzicht in de schepping. Inzicht in hoe en
waarom menselijk bewustzijn en een identiteit ontstaat. Inzicht ook, in hoe dit
geestelijk proces de materie vorm geeft om deze evolutie in het menselijk
bewustzijn te spiegelen.
De Leviet, die
assistent is van de Priester, kun je zien als een metafoor voor Moeder Natuur.
Hij is de brenger van de substantie die het vuur in de tempel moet voeden.
Tevens is hij de verpersoonlijking van wilskracht.
Tijdens mijn
studie van Alchemie, vond ik in een traktaat, ‘…een assistent die zorg draagt
voor het vuur in de oven, om het op de juiste temperatuur te houden voor het
chemische proces, terwijl de Alchemist op reis is…’. De assistent beheert hier
het fysiologische proces dat we ‘eigen lichaam’ noemen. Hij kan in zijn taak
worden beïnvloedt door fanatisme waardoor het vuur te hoog oplaait, of door
luiheid en gebrek aan interesse waardoor het vuur uit gaat. Beide
karaktertrekken manifesteren zich in ziekte. Het fysiologische proces is er om
een spirituele ontwikkeling bestudeerbaar te maken. Een spirituele ontwikkeling
waarin de Alchemist vanuit contemplatie, mediterend op transmutatie, de Steen
der Wijzen ontdekt. Met Steen der Wijzen wordt bedoeld, het ware inzicht in de
evolutie van menselijk bewustzijn en het ontstaan van zijn identiteit. Dit
inzicht leidt, samen met juiste meditatie, tot het ervaren van een
onaantastbare innerlijke vrede.
De Leviet kun je
zo dus zien als de fysieke basis waarop het geestelijk inzicht van de Priester
kan evolueren. Zie ze als een onafscheidelijke eenheid, waarvan twee kanten
worden getoond. Een eenheid, die goed in balans moet zijn om juist te kunnen
functioneren. Want wilskracht zonder inzicht is doelloos, inzicht zonder
wilskracht is nutteloos.
De Samaritaan is
een metafoor voor liefde en compassie.
Inzicht,
wilskracht en liefde, alle drie de eigenschappen zijn in jezelf terug te
vinden.
De Samaritaan is
er om het kille inzicht van de Priester te leiden door liefde. De wijsheid van
de Priester zorgt er op zijn beurt voor, dat die liefde niet gecorrumpeerd wordt door zelfzuchtige belangen of blinde
passie. De Priester zorgt er dus voor dat de liefde zuiver en onvoorwaardelijk
is. In goede harmonie vormen ze samen de basis voor deugd. En samen met de
Leviet de basis voor een deugdzaam leven.
De Priester, de
Leviet en de Samaritaan nemen alle drie deel aan de spirituele ontwikkeling van
je zelf, je ego, je identiteit. Gedrieën vormen ze in éénheid, diegene die de
man hielp die afdaalde van Jeruzalem naar Jericho. Afdalen van Jeruzalem naar
Jericho, is hier een metafoor voor het pad van Divisie. Opwaarts van Jericho
naar Jeruzalem moet je dus zien als een metafoor voor het pad van Religie. De
man die afdaalde van Jeruzalem naar Jericho, is een metafoor voor onwetendheid.
Een metafoor voor het gebrek aan inzicht in de schepping van het idee van
zichzelf en het lijden welke deze onwetendheid met zich meebrengt.
De Priester en
de Leviet passeren aan de andere kant van de weg, om hiermee aan te geven dat
een gebrek aan liefde, zowel wijsheid als wilskracht ondeugdzaam maakt.
De personages
die in deze parabel worden opgevoerd spiegelen alle vier een deel van je zelf.
Je moet ze zien als aspecten die je in je eigen leven kunt ervaren. Ze zijn
niet bedoeld als personen in een verhaaltje, maar als afspiegeling van aspecten
van jezelf. Een afspiegeling waaruit je kunt opmaken hoe je jezelf kunt
ontwikkelen om de juiste levensweg te vervolgen. Een weg naar innerlijke vrede.
Degene die deze
parabel juist weet te interpreteren, staat oog in oog met Jezus van Nazareth.
Deze staat van
bewustzijn is hetgeen je met heel je hart, heel je ziel, en al je kracht moet
liefhebben. Hierin ligt de Kracht en de Macht , hetgeen Jezus van Nazareth ‘De
enige ware God’ noemt, om vrij te komen van al je obsessies.
Vanuit een
juiste interpretatie kun je jezelf spiegelen in deze parabel. Je eigen
levensweg, waarin je wordt opgezadeld met iets wat je liever kwijt bent, of je
wordt afgenomen wat je graag bezit, spiegelt zich af in de afdaling in Divisie
van Jeruzalem naar Jericho.
Zodra je dit
beseft en accepteert, geef je jezelf daarmee de gelegenheid om op zoek te gaan
naar de ware aard van al je obsessies en het lijden dat daar uit voort komt.
Zodra het inzicht daarin begint te dagen, kun je verder aan jezelf werken tot
je in staat bent volledig vanuit dit inzicht te gaan leven.
Vanaf dit punt
van inkeer kun je, met de juiste wilskracht en met een juiste balans tussen
liefde en wijsheid, je eigen verantwoording dragen voor je verdere leven en
jezelf genezen.
Wanneer je mijn
uiteenzetting goed hebt begrepen, kun je zien dat alle vier de personages in
deze parabel én jij zelf, een eenheid vormen.
Het is middels
het opgeven van het zelf, dat je de bekering maakt op je levenspad van Divisie
naar Religie.
Het is middels
het opgeven van het zelf, dat altruïsme wordt geboren. Altruïsme is de sleutel
tot een waarlijk gelukkig leven.
Het is middels het
opgeven van het zelf, dat je hier en nu, in het dagelijkse leven, vrede vindt
in de enige ware God.
Dit is de ware
boodschap van deze parabel.
![]()
Vanuit mijn
levenservaring, ben ik ervan overtuigd dat, voor diegenen die er zich voor in
kunnen en willen zetten, volledige genezing van een identiteitstoornis mogelijk
is.
Je zult je dan
wel onafhankelijk moeten opstellen van de reguliere geneeskunde, hetgeen
overigens niet inhoudt dat er nooit een beroep op zou moeten doen. Het gaat
erom dat je zelf de verantwoordelijkheid voor je genezingsproces op je neemt.
De Westerse
reguliere geneeskunde werkt vanuit het onjuiste idee, dat de mens z’n lichaam
is. Binnen deze beroepsgroep leven velen ten onrechte in de overtuiging dat,
hetgeen de wetenschap aandraagt, voetstoots kan worden aangenomen. Zolang deze
massale blindheid voortduurt, is het vooral bij het oplossen van psychische
problemen belangrijk, zelf tot de
ontdekking te komen hoe je obsessies in jezelf ontstaan.
Laat je niets
wijsmaken door mensen die leven vanuit boekjeskennis, maar leer van mensen met
een diepere zelfkennis en een behoorlijke dosis levenservaring. Misschien zal
het in het begin enigszins onzeker aanvoelen, omdat je zonder enige ervaring
het diepe inspringt. Mijn ervaring is, dat je vertrouwen in je levensweg en je
genezingsproces vanzelf groeit, naarmate je beseft dat je door je eigen inzicht
en inzet, daadwerkelijk geneest.
Psychofarmaca
zijn enkel in staat, de vanuit het onderbewustzijn aangestuurde obsessies
buiten je bewustzijn te houden. Op de architect, die onder de obsessie gewoon
hieraan blijft doorwerken, hebben ze geen grip. Met psychofarmaca kunnen enkel
de symptomen van een ziekte worden bestreden. De architect in je
onderbewustzijn kan alleen jij tot rust brengen.
Ook de fysieke
verschijning van wat je ‘eigen lichaam’ noemt, laten aanpassen aan je obsessie
is geen genezing. Een behandeling met hormonen helpt niet enkel het uiterlijk
van het fysieke lichaam te veranderen. Ze heeft wel degelijk ook een keerzijde.
Maar weinig mensen durven dat eerlijk onder ogen te komen. Zo ontstaat een
onjuist beeld bij de behandelend artsen, in hoeverre hun patiënten werkelijk
gelukkiger zijn dan voor de behandeling.
Patiënten die
zich middels hormoonbehandeling en plastische chirurgie hebben laten
behandelen, zijn nog steeds gevangenen van hun eigen obsessies. Laat je niet
misleiden door mensen die het in hun eigen gevangenis naar hun zin proberen te
maken.
Ga bij de
bestudering van jezelf niet alleen uit van religieuze bronnen. Ook bestudering
van alchemie, astrologie, natuurwetenschappen, muziek en antropologie, heeft
mij bijzonder geholpen te beseffen hoe beperkt mijn kijk op de wereld was. Dit
besef heeft ertoe geleidt dat ik behoorlijk aan mijzelf ging twijfelen. Vanuit
die twijfel kon ik mijn kijk op de wereld veranderen.
Vanuit een
juiste kijk op de wereld van verschijnselen kon ik uiteindelijk m’n identiteit
met al z’n problemen volledig doen oplossen.
De innerlijke
rust, die je gaat ervaren wanneer je jezelf volledig en onvoorwaardelijk weet
op te offeren, vind je nog veel terug in de klassieke muziek. Het wordt
bezongen in het Requiem, een mis die tijdens een begrafenis wordt gehouden. Het
luisteren naar het Requiem van Mozart, hielp me ook bij het vinden van
innerlijke rust op een dieper niveau. Het requiem
sempiternam (Latijn), wat daarin bezongen wordt, is de totale uitdoving,
die na het overlijden plaats vindt, als je tenminste over het inzicht en de
kundigheid beschikt om jezelf hieraan volledig op te offeren. Hetzelfde idee vind
je terug in het Boeddhisme als het parinibbana
(Pali). De staat die daar aan vooraf gaat, waarin het idee van jezelf en
daarmee alle vormen van hebzucht en aversie uitdoven, heet nibbana (Pali), of nirvana
(Sanskriet).
Ik wil niemand iets
opdringen maar ik kan het van harte aanbevelen om aan de slag te gaan met
jezelf voordat je komt te overlijden. Het bestuderen van het Requiem van Mozart
kan je daarbij behulpzaam zijn. De mis is niet zo zeer bedoeld om de overledene
rust te laten vinden. Eerder geeft ze de mogelijkheid aan diegenen die
achterblijven een rouwproces door te gaan waarin het verlies van de dierbare
overledene wordt verwerkt. Het inzicht dat middels dit proces wordt verkregen,
helpt je te berusten in je eigen dood. Zodra die dan bij je aanklopt, zal dat
inzicht ervoor zorgen dat je je daar makkelijker aan kunt overgeven. Ook hier
gaat het om het opgeven van jezelf, het opgeven van je identiteit. Een dodenmis
is dus vooral bedoeld voor de levenden. In datzelfde licht moet je het
Tibetaans Dodenboek lezen. Dit werk geeft een indruk van hetgeen je kan
verwachten na je overlijden. Toch is het niet de bedoeling van dit werk om
enkel een plaatje van het hiernamaals te schetsen. De bedoeling is om de lezer
te motiveren, middels introspectie en meditatie, onvoorwaardelijke innerlijke
rust te vinden. Niet straks na je overlijden, maar hier en nu en onder alle
omstandigheden. Je zult de juiste stappen in je leven moeten nemen om een
ontwikkeling in die richting voor jezelf in gang te zetten. Elke stap die je in
de juiste richting op je levenspad maakt, brengt een stukje verlichting in je
leven. Als je echt wilt genezen, zul je zien dat het leven oneindig veel
mogelijkheden biedt om jezelf uit de narigheid te verlossen. Maak gebruik van die
mogelijkheden en je eigen talenten om aan je genezing te werken. In mijn
ervaring bestaat er geen grotere uitdaging in het leven en geen werk wat zoveel
geluk brengt, als het werken aan de ontwikkeling van inzicht in het leven en
daarmee het vinden van genezing en innerlijke vrede.
![]()
![]()
Het is
onmogelijk jezelf van je genderidentiteitstoornis te genezen door je alleen
maar op het genderfacet van je identiteit
te richten. Juist door je ook op andere facetten van jezelf te richten, krijg je
een overzicht van jezelf. Door aan het ene facet te werken, help je jezelf ook
weer andere facetten van jezelf te verbeteren. In mijn leven ben ik over veel
meer dingen gestruikeld dan alleen mijn genderidentiteit. Ik heb ál mij
struikelblokken aangepakt om van te leren. Ook dit heeft zeker bijgedragen aan
het ontwikkelen van mijn inzicht, hoe ik de oorzaak van mijn identiteitstoornis
weg kon nemen.
Plastische
chirurgie en hormoonbehandeling mogen het uiterlijk van een lichaam veranderen,
maar het resultaat van zo’n behandeling mist de functionaliteit waar het in
wezen om gaat. Het resultaat blijft surrogaat, waar je je niet altijd voor kunt
blijven verstoppen. De beperkingen in je leven neem je er niet mee weg, je
verandert ze er alleen maar mee.
In eerste
instantie ervoer ik mijn geslachtsverandering als een grote opluchting.
Eindelijk was ik bevrijdt uit mijn cel en kon ik mezelf zijn. Maar in die tijd
was ik mij nog niet bewust van een veel groter gevoel van bevrijding dat de
toekomst voor mij in petto had. Tevens was ik ook nog steeds op zoek naar
innerlijke rust en zelfvertrouwen. Bovendien waren er een hoop problemen in
mijn leven bijgekomen waar ik mij geen
raad wist. Goed beschouwd was mijn leven, na alle fysieke veranderingen, nog
steeds verre van rooskleurig.
Als ik er zo op
terug kijk, was de vrijheid die ik ervoer, in de periode waarin ik leefde naar
mijn genderidentiteit, als van een gevangene die zijn cel uit mag en op de
luchtplaats met andere gevangenen kan samenzijn.
Pas op het
moment dat ik mij volledig bevrijde van mijn genderidentiteit kwam ik de
gevangenis uit.
Niet meer
gehecht aan een bepaalde lichamelijke vorm en niet meer gehecht aan een bepaald
idee van mijzelf, ervaar ik veel meer geluk en tevredenheid dan in de tijd dat
het fysieke lichaam was aangepast aan mijn wensen.
Het doet er niet
meer toe hoe het fysieke lichaam er uitziet. Het maakt me niet uit of mensen me
meneer of mevrouw noemen. Want ik leef vanuit het inzicht dat ‘man’ en ‘vrouw’
enkel ideeën zijn die in absolute zin niet bestaan. De innerlijke drang om één
van hen te belichamen is volledig uitgedoofd.
![]()
![]()
4. Anapanasati en Vipassana
kammatthana; twee meditatieoefeningen.
‘Oplettendheid-bij-in-en-uit-ademen’
is het Nederlands voor Anapanasati. In de Majjhima-nikaya vind je verscheidene
duidelijke uiteenzettingen van deze meditatieoefening. In dit hoofdstuk zal ik
me beperken tot het uiteenzetten van de eerste basisstappen.
Als je pas
begint met het beoefenen van Anapanasati, is het belangrijk dat je zorgt voor
een rustige plek waarin je je kunt terugtrekken. Zorg voor een ontspannen
sfeer. Zorg ook dat je comfortabele kleding draagt. Neem echt even de tijd voor
jezelf. Zet dus je telefoon en de deurbel uit. Draag geen juwelen, make-up en
parfum, omdat dit afleidt en de oefening onnodig moeilijk maakt. Ook muziek op
de achtergrond raad ik je beslist af. Doe je horloge af en je schoenen uit
voordat je gaat zitten. Besef dat je je goed moet kunnen concentreren tijdens
deze oefening.
Wanneer je niet
in staat bent om in een lotushouding te zitten, kun je deze oefening in een
stoel zonder armleuningen doen. Het meest belangrijke is dat je je rug
natuurlijk en ontspannen recht houdt. Niet te hol en niet te bol. Houd je benen
dan naast elkaar, niet kruislings over elkaar. Zet je voeten iets van elkaar
vlak op de vloer.
Houd je handen
met de palmen open naar boven en leg je rechter hand in de linker in je schoot.
De duimtoppen moeten elkaar licht raken. Zij geven aan wanneer je concentratie
tijdens deze oefening goed is. Drukken ze stevig tegen elkaar dan is je
concentratie te sterk en moet je iets meer ontspannen. Vallen ze van elkaar weg
dan is je concentratie te zwak en is het zaak om snel wakker te worden voordat
je omvalt.
Voor je de
oefening begint, kun je in een ritueeltje een affirmatie of een wens
uitspreken, die je uit de narigheid waarin je zit zal begeleiden. Bijvoorbeeld:
“Ik wens dat de wijsheid, het mededogen en de liefdevolle vriendelijkheid van
Boeddha mij doordrenkt, in al mijn denken, al mijn spreken en al mijn handelen,
opdat ik in staat zal zijn op een juiste wijze alle levende wezens helpen
ontsnappen uit hun lijden. Moge deze wens mijn leraar tot steun en inspiratie
zijn”. Deze wens vormt een krachtveld waarin je bewustzijn zich richt tijdens
de meditatieoefening, zoals een kapitein z’n schip op de juiste koers zet om de
haven te kunnen bereiken.
Wanneer je
comfortabel zit, het lichaam in de juiste houding, ontspan je dan en sluit je ogen.
Adem diep in. Vul je longen en voel hoe eerst je buik, vervolgens je borst en
daarna je schouders rijzen. Adem álles uit met een flinke zucht. Leeg je longen
daarbij zoveel mogelijk. Herhaal dit nog twee maal. Volg daarna met je
concentratie de natuurlijke ademhaling van de punt van je neus, door de neus,
via de keel, tot diep in de longen. Volg de adem weer mee naar buiten tot de
punt van je neus. Wees je bewust van de kleine pauze die valt tussen de
uitademing en de daarop volgende inademing. Forceer niets. Volg enkel de natuurlijke ademhaling, mee naar binnen,
mee naar buiten, mee naar binnen, mee naar buiten en zo voort.
Wanneer je zo
een tijdje bezig bent en je meer en meer ontspant, denk je tijdens de inademing: “Ervaar het hele lichaam”.
Tijdens de daarop volgende uitademing
denk je: “Breng het hele lichaam tot rust”. Tijdens de daarop volgende inademing weer: “Ervaar het hele
lichaam”. Tijdens de daarop volgende uitademing
weer: “Breng het hele lichaam tot rust”, en zo voort.
Verander niets
in deze zinnen. Wanneer je bijvoorbeeld denkt: “Ik ervaar mijn hele
lichaam”, dan voed je je bewustzijn met een onjuiste interpretatie van de
wereld van verschijnselen, zoals ik in hoofdstuk 3 uiteen heb gezet. De
meditatieoefening krijgt dan een verkeerde lading en zal een averechts
resultaat geven. Ik schreef al eerder: er is meditatie en er is juiste meditatie. Alleen juiste meditatie helpt je uit de
problemen!
Tijdens de
oefening zul je in eerste instantie merken dat er spontaan allerlei gedachten
opkomen. Vooral de eerste tijd zul je hier in toenemende mate mee worden
geconfronteerd. Niet dat er werkelijk meer gedachten zijn, ze vallen je gewoon
meer op. Neem je voor om niet mee te gaan in deze gedachten, maar accepteer het
ook als je niet in je voornemen slaagt. Laat je in ieder geval niet
ontmoedigen. Duizenden mensen gingen je voor op dit pad en jij kunt dit ook.
Kijk naar je gedachten zoals je naar de wolken in de lucht kijkt: ze ontstaan,
ze veranderen en ze verdwijnen weer. Neem even een pauze als het je echt te
moeilijk wordt. Je kunt een vel papier en een pen naast je neerleggen om de
meest verontrustende gedachten even van je af te schrijven.
Het beste is om
dagelijks op dezelfde tijd te oefenen. Pas het binnen je dagelijkse
beslommeringen in. Begin met oefenen voor ongeveer tien minuten. Bouw dat in
een aantal maanden op tot ongeveer een half uur, of langer als dat goed
aanvoelt.
Het is beter
kort te oefenen met de juiste concentratie, dan het maar zolang mogelijk
proberen vol te houden. Langer oefenen betekend niet altijd beter oefenen. Twee
keer per dag vijftien minuten oefenen met de juiste concentratie, is wellicht
makkelijker vol te houden dan een keer per dag een half uur.
Met de tijd zal
je merken, dat de spontaan opkomende gedachten steeds onduidelijker worden en
naar de achtergrond verdwijnen. Je zult een steeds diepere rust ervaren, met
steeds langere perioden waarin gedachten helemaal afwezig zijn. Verwacht dit
resultaat echter niet binnen een paar maanden. Genezing is alleen weggelegd voor
doorzetters die bereid zijn een aantal jaren keihard aan zichzelf te werken.
Wanneer je het regelmatig oefenen moeilijk weet vol te houden, kijk dan eens of
je mensen kunt vinden waarmee je dit samen kunt doen.
Als je beheerst
wordt door de klok en alle onrust die voortkomt uit de overtuiging dat er
zoiets als tijd, in absolute zin bestaat, neem dan het volgende ter
contemplatie:
“In plaats van
mezelf op een tijdlijn te zetten tussen de ideeën ‘verleden’ en ‘toekomst’,
maar mezelf te focussen op het feit deze ideeën uit elkaar geboren worden en
geen absolute grond van bestaan hebben, kan ik ervaren dat er enkel ‘hier en
nu’ is.”
Mocht je je
interesseren in de vele andere stappen en staten van bewustzijn die je middels
deze oefening kunt ervaren, dan raad ik je aan een goede meditatieleraar te
vinden en de Majjhima-nikaya te bestuderen. Op Meditation_NL.htm
vind je nog meer informatie over Anapanasati en andere meditatie oefeningen uit
het Theravada Boeddhisme.
![]()
In het vorige
hoofdstuk heb ik uiteengezet hoe de beredenering van ‘eigen lichaam’, ‘ik’ en
‘mijzelf’ ontstaan. Tevens heb ik de ongegrondheid getracht te duiden waarop
deze ideeën zijn gebaseerd. Wanneer het inzicht van die ongegrondheid bij je
begint te dagen, houdt dit nog niet in dat de onderliggende gevoelens daarmee
uitdoven. Om die uitdoving te realiseren zul je eerst moeten onderzoeken wat
deze gevoelens tot leven brengt. Je zult dus moeten afdalen vanuit de fysieke
bewustzijnssfeer, via de sfeer van je denken, via die van je gevoelens, naar de
sferen die daaronder leven. De sferen die daaronder leven en die je afgeschermd
hebt van je bewustzijn, noemen we het onderbewustzijn. De afdaling hierin is
een reis die je zeker niet zonder goede begeleiding kunt ondernemen. Alleen
iemand die er redelijk ervaren in is en ook weet welke gevaren er aan kleven,
zal in staat zijn je op deze ontdekkingstocht door je onderwereld te
begeleiden. Een meditatieoefening uit het Theravada Boeddhisme die zich voor
dit doel leent, heet Vipassana Kammatthana.
De oefening zelf
kan ik hier niet uit de doeken doen. Net zomin als je kunt leren autorijden
door enkel aanwijzingen uit een boekje op te volgen, kun je niet zonder daarin
stap voor stap te worden ingeleid, een meditatieoefening doen waaraan
gevaarlijke risico’s kleven. Wel zal ik trachten het een en ander over deze
oefening duidelijk maken om je te motiveren een bijzonder interessante
ontdekkingstocht in je leven te gaan ondernemen.
Vipassana
Kammatthana is een oefening waarin je afdaalt door alle sferen van waaruit je
identiteit is opgebouwd. Veel mensen hebben zich dusdanig van die sferen
afgesloten, dat ze zich het bestaan ervan niet meer kunnen voorstellen. Echter,
in de manier waarop een baby, zonder dat dit is aangeleerd, feilloos de tepel
aan de moederborst weet te vinden, kun je een glimp opvangen van hetgeen zich
in die diepere sferen afspeelt. Wanneer je zo’n wonderlijk gebeuren aanschouwt,
dringt het wellicht tot je door, dat de wereld van verschijnselen zoals jij die
ervaart, maar een beperkte wereld is. Met al je intelligentie, ben je niet in
staat het kunstje van de baby na te doen.
Met behulp van
Vipassana Kammatthana maak je een innerlijke reis, via de sferen die je nu
bewust beleeft, naar en vervolgens door je onderbewustzijn. Stap voor stap trek
je je terug uit de fysieke wereld van verschijnselen en ervaar je de sferen die
eraan voorafgaan in de schepping van je identiteit. De oefening leert je alle sferen
van elkaar te onderscheiden en een toenemende rust te ervaren, naarmate je de
voorgaande sfeer tijdens de afdaling vanuit het fysieke lichaam los weet te
laten. De beperkingen die je in je bewustzijn hebt aangebracht, door je van de
resultaten van je denken, spreken en handelen uit vroeger leven af te wenden,
worden stukje voor stukje weggenomen.
Zo kun je de
confrontatie aan met hetgeen je allemaal verborgen hebt onder je identiteit. De
onrust die daar nu nog heerst, is er de oorzaak van dat je identiteit de vorm
heeft aangenomen die je nu als voldongen feit ervaart. Middels deze oefening
krijg je diep inzicht in jezelf en breng je vrede in die verborgen bronnen.
Vanuit die vrede dooft de behoefte om een bepaalde identiteit te vormen uit.
Na veel oefenen
zal het mogelijk zijn uiteindelijk ook de ongrond van dit alles te ervaren. Die
ervaring is de meest waardevolle schat in je leven die je kunt vinden. Adressen
in Nederland waar je Vipassana Kammatthana kunt leren vind je via deze link: Vipassana.htm
Eerder schreef
ik al dat ademen niet iets is dat alleen maar in de longen plaatsvindt. Het
hele fysiologische systeem welke het fysieke lichaam vormt, is een systeem van
in- en uitademen. Je hele spirituele welzijn, ook hetgeen zich in je
onderbewustzijn afspeelt, beïnvloedt dit fysiologische systeem van in- en
uitademen, en dus je fysieke gesteldheid. Wanneer je geestelijk tot rust komt
en je je steeds minder laat leiden door gedachten en emoties, komt dat ook tot
uiting in dat fysiologische proces dat we ‘eigen lichaam’ noemen.
Middels
Vipassana Kammatthana kun je tot het diepste der diepten van je ziel afdalen.
De bedoeling van deze oefening is om de onrust die in die diepte heerst, die
doorademt in je identiteit en uiteindelijk ook in het fysieke lichaam, te laten
uitdoven.
Het is van groot
belang aandacht te besteden aan hetgeen daar verborgen ligt, want daar liggen
de diepere oorzaken van je identiteit. Het feit is namelijk, dat vanuit die
allerdiepste sferen toch het een en ander tot je bewustzijn door wíl dringen.
Als je je intuïtie hiervoor hebt afgesloten, kan datgene zich uiteindelijk
zelfs in fysieke vorm manifesteren.
Middels het
beoefenen van Vipassana Kammatthana kun je de bron van zowel psychische, alsook
van ziekten die zich fysiek manifesteren, wegnemen.
Bovendien voeg
je middels het beoefenen van Vipassana Kammatthana een nieuwe dimensie aan je
leven toe. Het gewone leven, met als doel om te werken voor een dak boven je
hoofd, dagelijks te kunnen eten en drinken en het je maar zoveel mogelijk naar
de zin te maken, komt in een heel ander licht te staan. Niet meer in het licht
van het bereiken van die doelstellingen. Maar in het licht van het ontwikkelen
van inzicht en innerlijke vrede, vanuit de struikelblokken van het dagelijkse
leven. Hoe verder je op dit pad vordert, hoe meer je van het leven kunt
genieten zoals het je toevalt.
![]()
Sinds
mensenheugenis zijn velen je voorgegaan op een ontdekkingsreis, door hetgeen
men ook wel ‘de onderwereld’ noemt. Verschillende verhalen uit de oudheid gaan
over zo’n reis die iemand door de onderwereld maakt, op zoek naar een
bijzondere schat. Ik herken veel van m’n eigen ontdekkingsreis in bijvoorbeeld
de opera ‘Orpheus en Euridice’ en het Gilgamesj-epos. Deze verhalen heb ik als
metaforen voor een innerlijke ontdekkingsreis geïnterpreteerd, niet als een
feitenrelaas.
In de opera
verliest Orpheus zijn innig geliefde Euridice tijdens hun trouwdag. Euridice
sterft aan een slangenbeet. Orpheus is ontroostbaar en smeekt de goden zijn
geliefde weer in het land der levenden te brengen. Amor schiet te hulp. Orpheus
krijgt permissie om de Styx over te steken en in de onderwereld zijn geliefde
Euridice op te halen, onder de voorwaarde dat hij haar gedurende de hele reis
niet mag aankijken. Op zijn reis door de onderwereld, stemt hij de furiën,
geesten en kwade schimmen die daar heersen, vredig met zijn zang en muziekspel.
Nadat hij Euridice heeft gevonden keert hij samen met haar terug. Maar naar
mate de terugreis vordert, twijfelt Euridice aan de oprechtheid van haar
geliefde. Want ondanks al haar smeekbeden kijkt Orpheus haar de hele reis niet
aan, ontwijkt hij haar blik. Orpheus’ hart breekt bijna bij het aanhoren van
haar klaagzang. Op een gegeven moment weet hij zich niet langer aan zijn
belofte houden en kijkt hij Euridice aan. Daarop sterft Euridice nogmaals en
valt terug in de onderwereld. Orpheus is ontroostbaar. Wederom komt Amor te
hulp. Orpheus krijgt een tweede kans om zijn geliefde uit de onderwereld te
halen. Deze keer lukt het ze om gezamenlijk de onderwereld uit te komen. Reden
voor een groot feest. De opera eindigt met een lofzang op Amor. Het is tenslotte
de onvoorwaardelijke liefde die alles tot een goed einde doet komen.
Het past niet
binnen de opzet van dit werk om het hele epos van Gilgamesh te behandelen en de
ware bedoelingen van alle daden die je hierin vindt uiteen te zetten. De afloop
zal ik je echter niet onthouden, want die geeft op zich al veel om over na te
denken.
Gilgamesh maakt
een lange levensreis, waarin hij te maken krijgt met alle facetten van het
leven die een ware held moet zien te overwinnen. Ook hij maakt een reis door de
onderwereld en belandt uiteindelijk op het strand. Daar verteld iemand hem van
het bestaan van een bijzondere plant die groeit op de bodem van de oceaan. De
plant maakt eeuwig jong. Gilgamesh duikt de bijzondere plant op en komt blij
maar uitgeput weer op het strand. Vanuit een poel ziet een slang zijn kans waar
en steelt de plant. Gilgamesh is in eerste instantie van slag door dit
gebeuren. Maar de vrede keert in hem wanneer hij beseft dat de bijzondere
eigenschap niet in de plant zit, maar in degene die hem ontdekt.
Aanknopingspunten
voor je innerlijke reis vindt je ook terug in de Nag Hammadi-geschriften.
Daarin wordt de innerlijke reis niet beschreven als een reis door de
onderwereld, maar als een ontdekkingstocht door verschillende hemelsferen. Voor
wie eens een uitstapje naar het Tibetaans Boeddhisme wil maken: middels het
beoefenen van Vipassana Kammatthana kun je ‘het tussenstadium’ uit het
Tibetaans Dodenboek ervaren. Wanneer je deze boeken bestudeert in het licht van
je eigen ontdekkingsreis, kun je zien dat de verschillende religieuze
stromingen feitelijk dezelfde kern bezitten. De Joodse, de Christelijke, de
Soefi en de Boeddhistische mysticus, allemaal zijn ze op weg naar hetzelfde
doel. Iedereen op z’n eigen manier.
![]()
Of je nu ziek
bent of niet, het is sowieso wel verstandig om enige ervaring op te doen in het
vinden van de weg door de sferen die uiteindelijk tot je geboorte hebben
geleidt. Mocht je eens komen te overlijden dan bevind je je niet meteen in een
onbekende situatie.
Hoe meer je jezelf
en het ontstaan van je identiteit gaat begrijpen, hoe meer je ook je medemens
gaat begrijpen. Dit maakt de weg vrij voor het ontwikkelen van mededogen. Het
geeft de mogelijkheid tot het ervaren van onvoorwaardelijke liefde. Regelmatig
blijven oefenen zal je in staat stellen werkelijk altruïsme te ontwikkelen.
Genezing leidt
dus niet alleen tot het wegvallen van je obsessies, het garandeert je een in
álle opzichten veel gelukkiger leven.
Welke weg je ook
neemt voor je geestelijke ontwikkeling en genezing, zelfanalyse en meditatie
zijn de twee benen waarmee je deze weg bewandelt. Waarbij ik nog maar eens wil
benadrukken, dat verkeerde meditatieoefeningen je in een pijnlijke spagaat
kunnen zetten. Ze kunnen er voor zorgen dat alle tijd die je aan je ontwikkeling
en genezing besteedt, verkeerde vruchten afwerpt. Je kunt dus zelf merken of je juiste meditatie beoefend.
Ook het alleen
maar opnemen van een hoop boekjeskennis helpt je niet op weg. Je kunt dan
hooguit over allerlei onderwerpen praten, maar je beweringen blijven holle
frasen zolang je er niet naar kunt leven. Het doel is om naar je opgedane
inzichten te gaan leven. Dat wordt ook bedoeld met juiste meditatie.
Feitelijk houdt
dit in, dat je werkelijk een religieus leven gaat leiden. En hopelijk zie je
nu, dat dit niets met het prediken van één of andere leer te maken heeft, of
met regelmatig naar de kerk gaan of met
een ongefundeerd geloof, dat er ergens buiten je gezichtsveld een opperwezen is
die je moet dienen. Religie is de kunst van het relativeren tot in het absurde.
Zodra jij er
bent, leef je in Divisie, is er sprake van een onjuiste interpretatie van de
wereld van verschijnselen en is er géén sprake van juiste meditatie. Zo creëer je,
in een poging je problemen op te lossen, weer nieuwe problemen.
Los jij op in de
wereld van verschijnselen, dan is er sprake van juiste meditatie en een
religieus leven. Zo los je problemen op.
![]()
![]()
5. Het karnen in de Melkzee door hebzucht
en aversie.
In een boek over
Oost-Aziatische kunst, vond ik een aantal interessante foto’s van een
bas-reliëf in Angkor Wat in Cambodja. Dit bas-reliëf beeldt het karnen van de
Melkzee door deva’s (goden) en asura’s (demonen) uit. Het toont de slang
Vasuki, die als karntouw wordt gebruikt en om beurten door deva’s aan z’n hoofd en door asura’s aan z’n staart wordt getrokken. (Het
hele verhaal kun je eventueel terugvinden in de Indiase ontstaansepos, de
Mahabharata. Daar staat het in hoofdstuk 1, ‘De bereiding van het Amrta’, vers
17 en 18.)
Om van melk
boter te karnen, gebruikte men vroeger in India een touw, dat men om een
karnstok wondt die in een leren zak met melk stond. Door om beurten aan het ene
eind en aan het andere eind van het touw te trekken, draaide de karnstok in de
melk en ontstonden er naar verloop van tijd klonten boter in de melk.
Het was niet
zozeer het verhaal van de bereiding van Amrta dat me interesseerde. Echter, het
idee daaráchter, het kárnen van de Melkzee waardoor klonten ontstonden, sprak
wel enorm tot mijn verbeelding.
Spirituele
bewegingen van afstoten en aantrekken in de Melkzee zorgen voor het ‘karnen’,
het ontstaan en weer oplossen van vormen die we ‘elementen’, ‘atomen’,
‘stoffen’, ‘lichamen’, ‘de Melkweg’ noemen. Zo ontstaan het Melkwegstelsel en
alle andere sterrenstelsels in het fysieke universum. Zo ontstaat ook datgene
wat we ‘eigen lichaam’ noemen.
Ook de
Mahabharata is dus niet bedoeld om als een feitenrelaas te worden gelezen. De
ware betekenis wordt pas duidelijk wanneer je de verhalen als metaforen weet te
interpreteren.
Het karnen geeft
een aanwijzing hoe fysieke organen ontstaan en vorm krijgen en hun verband met
hetgeen er in het onderbewustzijn leeft. De chakra’s
die je tijdens bepaalde meditatieoefeningen kunt ervaren, staan in
verband met bepaalde organen in het fysieke lichaam. De geestkracht die vanuit
verschillende sferen van het onderbewustzijn op deze chakra’s inwerkt,
beïnvloedt zo uiteindelijk het functioneren van de daarmee verbonden organen. Voor
ze zich in het fysieke lichaam kenbaar maakt, kun je je van die geestelijke
tendensen middels meditatie oefeningen wel bewust worden.
Middels het
beoefenen van Vipassana Kammatthana kun je je geestelijke tendensen laten
uitdoven. Deze meditatieoefening zet een verwerkingsproces in gang waarin je
geestelijke tendensen - die feitelijk een resultaat zijn uit vorig leven -
worden omgezet in inzicht. Met het uitdoven van de geestelijke tendensen, neem
je de oorzaak weg van ziekten die zich als een aspect van de identiteit
manifesteren en zich uiteindelijk zelfs in fysieke vorm zouden kunnen gaan
manifesteren.
![]()
Op het eerste
gezicht zien fysieke lichamen er wellicht behoorlijk solide uit en heb je de
indruk dat ze gescheiden leven van hun omgeving. Maar als je dit beeld
uitvergroot tot op subatomair niveau, dan zul je zien dat ze feitelijk heel ijl
zijn. In een open structuur laten ze een creatief spel zien van in- en
uitademen van stoffen, die doorlopend van atoomstructuur veranderen. Dit spel
kent geen grenzen. Goed beschouwd vormt het fysieke lichaam een eenheid met het
hele gebeuren daarbuiten. Alleen een beperkte en onjuiste interpretatie van het
gebeuren brengt een scheiding aan in het totale gebeuren, een scheiding in het
universum. Fysieke lichamen zijn niet solide en leven niet gescheiden van de
rest van het universum.
De wereld van
verschijnselen is een universum dat een continue metamorfose ondergaat.
Enkel vanuit een
dwaling in het denken wordt er een scheiding gecreëerd tussen het een en het
ander. Vanuit een onjuiste interpretatie van de wereld van verschijnselen vormt
zich zo het idee van een aparte identiteit, ‘ik’, een idee van ‘zelf’ dat zich
identificeert met het fysieke lichaam dat wordt waargenomen en zich
afgescheiden ervaart van de rest van de wereld van verschijnselen.
Dat dit onjuist
is, kun je zien in het functioneren van het fysieke menselijke lichaam, dat in
zijn bestaan volledig afhankelijk is van het leven van de planeet Aarde, de zon
en de rest van het universum waarin het z’n plaats heeft.
Vanuit een
onjuiste interpretatie kan tevens de overtuiging ontstaan dat iets
onveranderlijk is. Echter, zelfs het meest harde gesteente is samengesteld uit
atomen die bewegen en is, ook al is dat met het blote oog niet direct waar te
nemen, aan verandering onderhevig.
Wie meent
zichzelf niet te kunnen veranderen, omdat het karakter van de identiteit vast
ligt in de genen van het fysieke lichaam, heeft zichzelf vastgezet in een
verstarde en onjuiste kijk op hetgeen dat tot bewustzijn komt.
Vanuit een
biochemische kijk op de wereld van verschijnselen, vanuit het fysiologische
model dat we daar van hebben gemaakt, is het dat alle zo genaamde organen zich
ontwikkelen en functioneren op een manier die we kunnen zien als in- en
uitademen. Deze manier van in- en uitademen vormt een samenwerkingsverband,
hetgeen we vervolgens ‘fysiek lichaam’ noemen. Wanneer dit proces zonder al te
veel problemen werkt, noemen we dit ‘gezond’ en ‘in balans’. Bij ziekte kunnen
we dan een ‘onbalans’ waarnemen en die trachten in balans te krijgen door
toevoeging van biochemische preparaten die we ‘medicijnen’ noemen.
Deze zeer
beperkte biochemische benadering van ideeën als ‘fysiek lichaam’, ‘gezond’ en
‘ziek’ houdt geen rekening met de spirituele tendensen die de basis vormen voor
het hele fysieke gebeuren.
Je spirituele
tendensen die je identiteit vormen, hebben een effect op al dit in- en
uitademen. Besef goed dat alle beweging en creativiteit die je gespiegeld wordt
in het fysieke lichaam, wordt veroorzaakt door spirituele tendensen vanuit
verschillende hiërarchieën in de hele menselijke ontwikkeling, vanaf het begin
van het menselijk bewustzijn.
Vanuit een
Christelijke invalshoek wordt dit gegeven gezien als een kracht vanuit een
hiërarchie van hemelse sferen die dit bewerkstelligd. Deze kracht wordt dan
gezien als een god die over het leven beschikt, die je hebt te gehoorzamen en
wiens wet je hebt na te leven. Door onder die omstandigheden innerlijke vrede
te behouden of weten te hervinden, door jezelf volledig op te geven aan ‘mijn
Vader’, leidt dat uiteindelijk tot Requiem Sempiternam.
In het
Boeddhisme wordt dit gegeven ‘het creëren van kamma formaties’ genoemd. De
creatie van kamma wordt hier volledig toegewezen aan degene die ermee wordt
geconfronteerd. Je bent dus zelf verantwoordelijk voor je kamma. Kamma toont
zich zowel in je struikelblokken als in je talenten en alle het goede wat je
toevalt in je leven. Door onder die omstandigheden innerlijke vrede te behouden
of weten te hervinden, door jezelf volledig op te geven aan ‘Suññata’, leidt
dat uiteindelijk tot Nibbana.
De ontwikkeling
van deze kracht wordt verder ook uitgebeeld in de lotgevallen van de wezens en
karakters in Ovidius’ Metamorfosen, of in de Mahabharata, of het Oude
Testament. Voor alle duidelijkheid: de personages in deze werken zijn aspecten
van de mens, bedoeld om de evolutie van het menselijk bewustzijn uit te
beelden. De goden die in deze werken ten tonele worden gevoerd, zijn creatieve goden.
Iets totaal
anders is hetgeen Jezus van Nazareth bedoeld met ‘mijn Vader’, die éne God, ‘de
verlosser’. Déze is een macht die de grond voor alle creativiteit in alle
sferen van het bewustzijn volledig wegneemt. ‘Mijn Vader’ is ongrijpbaar,
onaantastbaar, onzichtbaar, creëert niets en is niet in ideeën te vangen. ‘Mijn
Vader’ valt niets af te smeken. ‘Mijn Vader’ is daar waar jij niet bent. ‘Mijn
Vader’ is enkel te vinden aan de bron waar jij ontstond. Toch ook daar zul jij
‘mijn Vader’ niet vinden.
Enkel diegene die
zichzelf volledig opoffert en in de bron durft te sterven, zal één zijn met het
mysterie.
Laat dit
puzzeltje maar even op je inwerken.
![]()
De identiteit,
die zichzelf vanuit onwetendheid apart zet van de rest van de wereld van
verschijnselen, creëert vanuit de behoefte om zichzelf in stand te houden,
allerlei ideeën om zelf het een en ander in de melk te brokken te krijgen.
Zolang de bron,
‘mijn Vader’ of ‘Suññata’, van waaruit je identiteit zich heeft afgescheiden,
in je bewustzijn leeft, zul je dat kunnen gebruiken om al je ideeën te
relativeren en tijdens je leven innerlijke rust te hervinden. Ben je die bron
echter uit het oog verloren, dan wordt het moeilijk de ideeën die jezelf
creëert en de obsessies die daaruit ontstaan te relativeren. Hoe verder je
immers van de bron bent verwijdert en in je eigen kleine uitgekristalliseerde
wereldje leeft, hoe minder het besef is van het ontstaan ervan. Je bent dan als
een blaadje aan de boom die nog wel de blaadjes in zijn directe omgeving
waarneemt, maar geen benul meer heeft van het groeiproces van de wortels, de
dikke stam en de enorme takken die zijn bestaan dragen.
Zo ook ziet
degene die kampt met een genderidentiteitstoornis, alleen nog maar mannen en
vrouwen en heeft geen enkel benul van de steeds verder uitkristalliserende
misvattingen van de wereld van verschijnselen, die aan de vorming van de
identiteit vooraf zijn gegaan.
Enkel en alleen
door in te zien dat de identiteit geen absolute basis heeft, kan de identiteit
en alle obsessies die ermee gepaard gaan uitdoven.
Zolang dat
inzicht ontbreekt, zullen na je overlijden en het uiteenvallen van het fysieke
lichaam, de onderliggende tendensen die de wilskracht beïnvloeden niet
uitdoven. Deze niet uitgedoofde tendensen leiden zo tot een nieuwe geboorte in
de fysieke wereld van verschijnselen.
Vanuit een
nieuwe geboorte ontstaat zo een nieuwe identiteit die met dezelfde mate van
geestelijke problematiek te maken zal krijgen. Er komt, zonder inzicht, geen
einde aan deze vicieuze cirkel van geboorte, ziekte, ouderdom en overlijden.
De ernst van de
geestelijke problemen waarmee een identiteit te maken krijgt, wordt vooral
veroorzaakt door hetgeen er zich in vorig leven heeft afgespeeld en niet tot
rust is weten te komen.
Resultaten van
oorlog, waarin mensen op een vreselijke manier om het leven zijn gekomen, komen
zo in vredestijd weer tot leven. Wanneer het slagveld al lang is verlaten, de
fysieke lichamen van de gevallenen in goed onderhouden oorlogsmonumenten zijn
bijgezet en de oorlogsveteranen oud worden, dan komen de frustraties, de angst
en de woede van de overledenen die geen rust hebben kunnen vinden, opnieuw tot
leven.
Zo woedt de
oorlog voort in een nieuwe generatie mensen die geen weet heeft van hoe hun
obsessies ontstaan. Zo steekt oorlog in een nieuwe gedaante de kop op. Over
metamorfose gesproken.
![]()
Geestelijk
trekken en duwen, hetgeen zich uit in allerlei vormen van hebzucht en aversie,
zorgt er uiteindelijk voor dat fysieke vormen ontstaan waar andere vormen oplossen.
Er ontstaat zo een doorlopende metamorfose waarin je steeds meer details kunt
onderscheiden. Goed beschouwd wordt in deze evolutie dan niet steeds iets
nieuws ontdekt, maar er wordt zo steeds iets nieuws binnen het bewustzijn
gecreëerd.
Door het besef
van de eenheid van de wereld van verschijnselen uit het oog te verliezen, zet
deze evolutie een perpetuum mobile in gang waarin de problemen van de ene
creatie met een andere creatie, die weer heel eigen problemen met zich
meebrengt, worden opgelost. Wat men zo ook tracht op te lossen, er ontstaan zo
altijd weer nieuwe problemen.
De identiteit,
die zichzelf vanuit onwetendheid apart zet van de rest van de wereld van
verschijnselen, creëert vanuit de behoefte om zichzelf in stand te houden,
allerlei ideeën om zelf het een en ander in de melk te brokken te krijgen.
Onwetendheid
over de ware aard van de wereld van verschijnselen is er de oorzaak van dat de
identiteit steeds meer onderscheid gaat maken en vervolgens weer oordeelt over
de zo almaar nieuw ontstane creaties.
Vanuit een
confrontatie met de gevolgen van zijn oordelen, kunnen schaamte en angst ervoor
zorgen dat de identiteit zich hiervan afwendt. Hoe zwaarder je oordeelt, hoe
zwaarder het oordeel over jezelf valt. Wanneer schaamte en angst vanuit het
eigen oordelen de identiteit doen afwenden voor de gevolgen van z’n eigen
creatie - wanneer de identiteit niet in staat is vergevingsgezindheid op te
brengen - creëert deze zo een nieuwe identiteit waarin deze zich veilig waant.
De ware identiteit tracht zich te schuilen achter z’n eigen nieuwe creatie.
De waarheid
waaruit ze is ontstaan blijft echter in leven als het geweten van de nieuwe
identiteit. En hoewel de nieuwe identiteit zich veilig waant, heeft het met de
creatie van zichzelf een obsessie gecreëerd. Een obsessie, vanuit een pogen het
geweten te ontwijken, om vast te houden aan een identiteit waarin deze zich
veilig waant.
Vanuit het
oordelen ontstaan geestelijke spanningen van afstoten van hetgeen men niet wil
en aantrekken van hetgeen men niet heeft.
De geestelijke
spanningen die zo ontstaan zijn een uiting van ongemak, een uiting van
geestelijke onrust. In het Boeddhisme vind je dit terug in de term ‘dukkha’,
hetgeen staat voor ervaringen variërend van het kleinste ongemak tot het diepste
lijden.
Het fysieke
lichaam ademt vanuit een geestelijke behoefte om bouwstoffen op een bepaalde
plaats te krijgen (hebzucht) en afvalstoffen te verwijderen (aversie). Daardoor
gaat het zich in een bepaalde vorm manifesteren. Er gaan geestelijke spanningen
vooraf aan de manifestatie van hetgeen we als fysiek waarnemen. Zo spelen er in
het hele universum diezelfde spanningen van afstoting en aantrekking, die voor
beweging zorgen en daarmee voor het ontstaan en weer oplossen van allerlei
verschijnselen die we kunnen waarnemen.
Oplettendheid-bij-in-en-uitademen,
het oefenen van Anapanasati, is niet alleen maar om tot rust te komen en de
activiteiten van het fysieke lichaam te ervaren. Zij vormt samen met het besef
van de ongrijpbare leegte waarop elke menselijke creativiteit is gebaseerd, een
goede basis voor een gezond leven.
De beoefening
van Anapanasati, in het besef van het ontbreken van elke grond onder al je
denken, spreken en handelen, zorgt ervoor dat je je niet meer hecht aan
zinnelijk plezier, bepaalde meningen, regels en gewoonten. Deze meditatie
oefening helpt je om niet meer te hechten aan een bepaalde identiteit. Zodra je
je niet meer hecht aan een bepaalde identiteit, wordt deze bewerkbaar en
oplosbaar. Zo vormt zij een goede basis voor genezing van alle geestelijke
obsessies waarmee de identiteit gepaard gaat.
Middels het
beoefenen van Vipassana Kammatthana kun je de geestelijke onrust, die in alle
lagen van je eigen creatie heerst, tot rust brengen.
Middels deze
oefening kun je tevens het verband ontdekken tussen een bepaalde
geestestoestand die zich uitdrukt in een vorm van hebzucht of aversie en het
effect hiervan op het fysiologische gebeuren in het fysiek lichaam.
Vipassana
Kammatthana is een meditatieoefening waarmee je zelf tot inzicht kunt komen van
waaruit je identiteit zich ontwikkelt. Deze oefening geeft je de mogelijkheid
om te ervaren dat je geestelijke onrust is ontstaan vanuit een ongefundeerd
onderscheiden en oordelen. Adressen in Nederland waar je Vipassana Kammatthana
kunt oefenen vind je via: Vipassana.htm
Het regelmatig
beoefenen van Vipassana Kammatthana zorgt voor het uitdoven van de spirituele
tendens die je identiteit vormen en neemt uiteindelijk zelfs de oorzaak van het
vormen van de fysieke manifestatie weg.
Totale
uitdoving, nibbana, betekent dat er geen nieuwe geboorte meer volgt.
Hoewel het
verkrijgen van inzicht niet aan een leeftijd gebonden is, ben je wanneer je erg
jong bent wellicht nog niet in staat om de bron van je identiteitstoornis te
ontdekken. Je hebt dan de tijd nodig om het leven te ervaren en om te leren.
Het heeft zo z’n tijd nodig om tot een punt te komen in je ontwikkeling, waarop
je voldoende mentaal en geestelijk gerijpt bent om deze moeilijke
ontdekkingstocht naar genezing te ondernemen. Op dat moment zal de juiste hulp
komen wanneer je daar om vraagt. Leer te vertrouwen op het leven. Als je het
allemaal te lang vind duren eer het inzicht in het ontstaan van je
identiteitstoornis begint te dagen, besef dan dat je struikelt over je eigen
blindheid en ongeduld.
Aan inzicht en
genezing valt altijd te werken, het resultaat valt echter niet af te dwingen.
Om kinderen die met
genderidentiteitstoornis kampen toch alvast op weg te helpen, kunnen hun ouders
zichzelf in het genezingsproces betrekken. Zij dragen immers ook de bron van
hun identiteit in zichzelf. Als de ouders hun kind voorgaan in deze
ontdekkingstocht, zal dat zeker een positieve bijdrage kunnen leveren aan de
ontwikkeling van hun kind. Maar het is uiteindelijk de persoon die aan deze
ziekte lijdt, die het probleem zelf moet zien op te lossen.
Vraag jezelf af:
“Waar verberg ik mij voor achter deze genderidentiteit. Wat leeft er achter
deze façade van mijzelf en hoe is dat ontstaan”.
Stop met
oordelen en vraag om vergeving voor hetgeen in je onderbewustzijn leeft en er
voor zorgt dat je zo ziek bent.
Zo krijg je de
gelegenheid om jezelf uit de narigheid te helpen die jezelf hebt gecreëerd.
![]()
![]()
6. Theologie, Religie en de
gevolgen van een juiste en van een onjuiste interpretatie.
Van alle
scheppingsverhalen die ik gelezen of gehoord heb is er niet één die je
letterlijk moet nemen. Ze komen allemaal uit dezelfde bron, bezitten dezelfde
kern, maar zijn gekleed door de cultuur waarin zij leven. Allemaal trachten ze
een beeld te geven hoe menselijk bewustzijn ontstaat en evolueert. Ieder op
zich, worden deze verhalen het best begrepen binnen de cultuur waarin zij leeft.
In de meeste van
deze verhalen vind je een hiërarchie waarin een beeld van jezelf wordt
weerspiegelt.
Ter contemplatie
geef ik je een korte uiteenzetting van een Christelijke visie uit de Nag
Hammadi-geschriften en een uit Boeddhistische bron, het Tibetaans Dodenboek. Ik
zal een poging doen om uit te leggen wat deze geschriften werkelijk bedoelen.
Om dit hoofdstuk goed te kunnen begrijpen, raad ik je aan deze boeken te
bestuderen en daarnaast vooral jezelf.
De Nag
Hammadi-geschriften, een verzameling van vroeg Christelijke gnostische
traktaten, tonen een hiërarchie van archonten en engelen die de krachten
weerspiegelen die de ziel beïnvloeden tijdens zijn leven door de verscheidene
hemelse sferen van bewustzijn.
Na het
overlijden, het afsterven van het fysieke lichaam en daarmee wegvallen van het
aards bewustzijn, gaat de deur wijd open naar het hemels bewustzijn waarin de
ziel even hard, of misschien wel harder wanneer hij daarvoor tijdens het aardse
leven er de kop voor in het zand heeft gestoken, geconfronteerd wordt met
zichzelf. De Poortwachter die je volgens deze traktaten ontmoet, is een
metafoor voor ontbreken aan inzicht in de bron van je zelf. De Engel die je
terug jaagt naar aarde is een metafoor voor de kracht die je zelf hebt opgeroepen
en ontwikkelt, vanuit schaamte en angst, die ontstaan wanneer je met bepaalde
resultaten van je vorig leven wordt geconfronteerd. Het is het ontkennen en
negeren enerzijds, en eerlijkheid, inzicht en vergevingsgezindheid van hetgeen
waarmee je geconfronteerd wordt anderzijds, dat het krachtenspel vormt waaraan
je ten prooi valt.
In deze
confrontatie met jezelf creëer je, wanneer je je daarvoor afwendt, nieuwe
sluiers en barricades waarachter je tracht te verschuilen. In deze poging om
een uitvlucht te kunnen maken, creëer je zo een identiteit en uiteindelijk
leidt dat tot een nieuwe geboorte in de aardse bewustzijnsfeer.
Wanneer je
echter na het overlijden en het uiteenvallen van het fysieke lichaam, wel je weg
weet te vinden door de lagere hemelse sferen die geregeerd worden door
Jaldabaoth de arrogante scheppingsgod en zijn hiërarchie van archonten en
engelen, dan leidt dat tot het Koninkrijk van mijn Vader.
Door in jezelf
de liefde van Christus te verenigen met de wijsheid van Sophia en een tempel
maakt voor deze Heilige bruiloft en vervolgens aan deze Eénheid transcendeert,
dan leidt dat tot het Koninkrijk van mijn Vader.
Het Koninkrijk
van mijn Vader valt niet in woorden uit te leggen, er kan hooguit een poging
gedaan worden om uit te leggen wat het niet is. Het valt buiten alle ideeën die
we ons kunnen vormen, maar staat wel aan de basis van elk idee. Het doordrenkt
elk idee van zijn bestaan en is overal zichtbaar voor diegene die in
onvoorwaardelijke liefde en innerlijke vrede verwijlt.
Wijsheid,
Sophia, maakte ooit deel uit van deze hemelse sfeer. Op een dag was ze zo
vervult van de glorie van haar Vader dat ze hem een zoon wilde schenken in zijn
gelijkenis. En zo gebeurde het op een dag, dat zij door een geluid te uiten een
zoon baarde. Echter, toen ze haar kind zag werd ze overmand door angst, omdat
het een kop van een leeuw en een lijf van een slang had. En omdat ze dit kind
had verwekt zonde medeweten van haar partner, schaamde ze zich diep.
Om te voorkomen
dat haar Vader en haar partner haar kind zouden ontdekken, zette ze het op een
troon in een hoek van het universum en verborg hem achter dikke sluiers van
mist. Van daar uit zag haar zoon de afspiegeling van z’n moeder in de wateren
van het universum en met haar afspiegeling, de hiërarchie in de hemelse sfeer
van de Vader.
Op een dag
besloot hij z’n eigen hiërarchie te creëren en zoog een grote hoeveelheid
energie van zij moeder, om daarmee een leger van archonten en engelen te
kleien. Als hoofd van deze hiërarchie, claimde hij met mateloze arrogantie, dat
hij de enige god was en er geen god boven hem bestond.
Zo ontstonden er
drie hemelse sferen. Eerst het Koninkrijk van mijn Vader. Daaronder de sfeer van Sophia, die doordat zij een zoon
had gebaart niet langer in het Koninkrijk van mijn Vader kon blijven. En de
derde, onder de sfeer van Sophia (wijsheid), de sfeer van de scheppergod.
Die derde sfeer
kan weer onderverdeeld worden in bijvoorbeeld de twaalf sferen uit de
Astrologie, of in de arcana van de Tarot. Maar het staat ook voor de clan geest
van een Aborigines clan, of het Romeinse pantheon dat je terugvindt in Ovidius’
Metamorfosen. Deze sfeer staat voor alles wat zich in je onderbewustzijn
afspeelt.
Het leven in
deze derde sfeer kan relatief vredig zijn als je weet te leven naar de wetten
van goed en kwaad die deze sfeer beheersen. Maar je zal altijd gevangen blijven
in een perpetuum mobile van geboorte, ziekte, ouderdom, sterven, hemels
bewustzijn, geboorte, ziekte en zo voort. Dit leidt niet tot het Koninkrijk van
mijn Vader.
Om aan de poort
van het Koninkrijk van mijn Vader te komen, zul je het bewustzijn door de
lagere sferen waarin je bent beland heen moeten weten loodsen, naar de sfeer
die daar boven heerst, Sophia, wijsheid. En die wijsheid ligt besloten in de
struikelblokken die je op deze reis door deze laagste sferen tegenkomt. Het is
in het overwinnen van de scheppergod, vanuit je zelf ontdekte inzicht in het
leven en de daaruit ontstane onvoorwaardelijke liefde en Christusbewustzijn,
dat je het Bruidsvertrek kunt binnentreden: de sfeer van Sophia. Door het
huwelijk in deze sfeer te overstijgen, opent zich het Koninkrijk van mijn
Vader.
![]()
Het Tibetaans
Dodenboek verteld iets overeenkomstigs, met Boeddha-emanaties die de krachten
weerspiegelen die de ziel beïnvloeden tijdens zijn leven door de verscheidene
hemelse sferen van bewustzijn.
Na het
overlijden en ontbinden van het fysieke lichaam en daarmee wegvallen van het
aards bewustzijn, gaat de deur wijd open naar het hemels bewustzijn waarin de
ziel geconfronteerd wordt met zichzelf.
Wanneer je
daarin faalt, door angst en schaamte, het felle licht van Boeddha te
aanschouwen en je aangetrokken voelt door de kleurige schemerige lichten die je
daarnaast gewaar wordt en je daaraan toegeeft in een poging bescherming te
vinden tegen het felle licht van Boeddha, dan zal je terugvallen in aards
bewustzijn. Zo begint een nieuw leven op aarde.
Wat er ook
gebeurt in deze hemelse sferen, feitelijk is het allemaal een confrontatie met
jezelf en je eigen creativiteit. Van uit de mate van wijsheid en liefde die je
jezelf tijdens je aardse leven eigen hebt gemaakt en je reactie op wat zich aan
je voordoet, val je of terug in een nieuwe aardse geboorte, of weet je - door
jezelf in alle vertrouwen over te geven aan het felle licht dat Boeddha
uitstraalt - jezelf volledig op te offeren en zo uit te doven. Deze uitdoving
heet in het Pali, de taal die Gotama Boeddha sprak, nibbana.
Welk
scheppingsverhaal ook, alle hemelse sferen die daarin worden besproken of
beschreven kun je zien als staten van bewustzijn waarin je jezelf kunt
spiegelen. De truc is om de lagere staten van je bewustzijn te overstijgen,
door te zien dat alles wat zich daar aan je voordoet, deel is van je eigen
creativiteit. Het is echter enkel in dit aardse leven dat je de gelegenheid
krijgt om middels zelfanalyse en het beoefenen van meditatie, jezelf te
bevrijden van de onjuiste interpretatie van de wereld van verschijnselen, om
vanuit inzicht de weg te openen door die lagere sferen heen. De aarde is een
leerplaats bij uitstek. Je leven kan daarin een uitdaging zijn om tot het besef
te komen dat al je bewustzijn feitelijk geen solide basis heeft. Dus waarom zou
je er aan vasthouden of er voor vluchten. Wat je obsessie ook moge zijn, als je
ziet dat het niet meer is dan een luchtkasteel, een dwaling van je denken, dan
kun je het loslaten.
Het bestuderen
van de hemelse hiërarchieën heet Theologie. De bedoeling van Theologie is een
beeld te vormen van hetgeen er zich in het menselijk onderbewustzijn af kan
spelen. De volgende stap die in je studie moet ondernemen, is dit gegeven beeld
aan jezelf te spiegelen. Dat wil zeggen,
de in dit beeld gegeven hiërarchieën en aspecten in jezelf terug te vinden en
jezelf aan de hand daarvan te analyseren.
Wanneer je dit
spiegelen heel bewust in je hele levenswijze weet te integreren en beseft dat
de identiteit die je als ‘jezelf’
ervaart, ontstaat uit al dit spiegelen en feitelijk geen absoluut fundament heeft,
kun je die identiteit volledig opgeven.
![]()
Verkeerde
interpretatie van Theologie en Religie leidt sommige mensen tot fanatiek
oordelen en het voeren van de meest extreme acties. Er zijn mensen die vanuit
een onjuiste interpretatie van religieuze geschriften menen dat, wanneer ze
zichzelf en daarbij ook een groot aantal van hun tegenstanders met explosieven
om het leven brengen, zij daarna in een hemels paradijs komen voorzien van
allerlei geneugten. Wellicht dat bij deze mensen hun woede en honger naar
vergelding met zo’n daad even gestild wordt, maar van een eeuwigdurende
paradijselijke vrede is zeker geen sprake. Dit soort daden leiden eerder tot
oorlog.
Hoeveel mensen
lopen niet blindelings achter een geestelijk leider aan, terwijl Religie alleen
te verwezenlijken is door jezelf, in jezelf en door eigen verantwoording te leren nemen voor al je denken, spreken en handelen.
Wanneer in
religieuze geschriften wordt opgeroepen tot zelfopoffering, wordt daarmee
bedoeld het cultiveren van altruïsme. Wanneer daarin wordt opgeroepen tot een
strijd tegen het kwaad, dan wordt altijd een innerlijke strijd bedoeld om de
innerlijke vrede te hervinden en te behouden. In die strijd gaat het niet om
innerlijke emoties met kracht te onderdrukken of te negeren, maar om ze te
accepteren en uit te laten doven vanuit het inzicht dat ze feitelijk geen
absolute basis voor hun bestaan hebben. Zo ontstaat een ontspannen innerlijke
vrede.
Iedere
geestelijk leider die het kwaad veroordeelt en daarmee z’n volgelingen aanzet
tot veroordelen van het kwaad, is een blinde die geen flauw benul heeft van
hetgeen Religie werkelijk bedoeld.
Wellicht zul je
je afvragen wat het bovenstaande nog met
genderidentiteitstoornis te maken heeft. Welnu, het is het fanatisme waarmee
geoordeeld wordt, dat voor angst en schaamte zorgt. De mate van fanatisme
waarmee je oordeelt en veroordeelt, zorgt voor een even grote mate van
veroordeling van jezelf. De angst en schaamte die je in eerste instantie
anderen willens en wetens inboezemen wil, roep je zo ook over jezelf af.
Het is
uiteindelijk deze angst en schaamte die er voor zorgen dat je een identiteit
vormt die zich daaraan tracht te onttrekken. Je veroordeelt jezelf zo tot
iemand die hardnekkig een waanbeeld van zichzelf in stand houdt.
Wie in deze
fanatieke gemoedstoestand komt te overlijden en niet tot rust weet te komen,
veroorzaakt een nieuwe geboorte van een identiteit die geen besef heeft hoe de
in zijn onderbewustzijn heersende tendensen tot stand zijn gekomen en ook geen
besef heeft hoe de identiteit daaruit is ontstaan. Zonder enige weet van wat er
feitelijk toe geleid heeft, heeft deze persoon zichzelf veroordeeld tot iemand
die hardnekkig een waanbeeld van zichzelf in stand houdt, in een poging hetgeen
zich in het onderbewustzijn afspeelt, uit angst en schaamte af te dekken.
Onder mijn
genderidentiteit zat een enorme levensangst verscholen. Die heeft geen andere
oorzaak dan het fanatiek oordelen en veroordeelt worden in vorig leven. Ook het
veranderen van de uiterlijke verschijning van het fysieke lichaam is in feite
een extreme actie, in een poging te vluchten voor hetgeen ik zelf in vorige
levens had gecreëerd.
Besef dus altijd
wanneer je oordeelt, dat dit nergens op gebaseerd is. Wie vasthoudt aan een
oordeel, gaat tevens gebukt onder dit oordeel. Wie tijdig weet te relativeren
loopt een stuk lichter door het leven. Wie z’n identiteit volledig weet te
relativeren, lost daarmee ook z’n obsessies op.
![]()
![]()
7. De boeken en hun sleutels tot
inzicht.
In 1994, in een poging
om zelfvertrouwen en innerlijke rust te vinden, begon ik met het bestuderen van
het boek ‘Meditatie, doel en weg’ geschreven door professor Karlfried von
Dürckheim. Daarin werd mij duidelijk dat meditatie niet zozeer iets is van een
tijdje oefenen en dan weer de oude draad van het leven oppakken, maar dat het
te maken heeft met een levenshouding in het dagelijkse leven. Het werd me ook
duidelijk dat de Westerse manier van leven die ik nastreefde, het eigenlijke
levensdoel miste.
In m’n leven was
ik al vaker geconfronteerd met het feit dat ik maar geen reden zag om te leven.
Ik zag alleen maar mensen bezig met produceren en consumeren. En hoewel het me
weinig voldoening gaf, zeker gezien alle moeite die nodig was om enig
kortstondig geluk te ervaren, zag ik geen andere optie dan daar in mee te gaan.
Von Dürckheim liet me voor het eerst zien, dat er wel degelijk een ander doel
in mijn leven was. Een doel, welke het leven voor mij weer zin gaf.
Een ander boek
dat heel waardevol bleek in een volgende stap in mijn ontwikkeling was ‘De mens
en zijn Symbolen’ van Carl Gustav Jung. Toen ik inzag dat mijn dromen even
waardevol waren als elke andere staat van bewustzijn, wilde ik mijn dromen gaan
analyseren. In een boekwinkel in mijn woonplaats vond ik in eerste instantie
alleen maar boeken met vaste interpretaties van dromen en symbolen.
Gevoelsmatig waren die strikte interpretaties niet datgene wat ik zocht, ik
zocht eigenlijk meer een sleutel om mijn dromen juist te interpreteren. ‘De
mens en zijn Symbolen’ gaf mij die sleutel. En ook het inzicht dat alles in het
leven nog een diepere bedoeling kon hebben.
Met het
bestuderen van deze boeken begon ik ook mijzelf en mijn gedrag te analyseren.
Ik hield een dagboek bij waarin ik m’n analyses opschreef en waarin ik mij
spiegelde. Alles waarover ik struikelde in het dagelijkse leven werd deel van
mijn studie.
Iris gaf me in
die tijd een belangrijk ezelsbruggetje om toch vooral kritisch naar mezelf te
kijken. “Wanneer je met je beschuldigende vinger naar de ander wijst, kijk dan
ook eens goed naar je hand. Dan zie je nog altijd drie vingers naar jezelf
wijzen”, hield ze me voor.
In het begin was
het behoorlijk pijnlijk om mezelf te confronteren met het feit dat de bron van
mijn problemen in mijzelf lag. Ik merkte vaak dat wanneer ik geconfronteerd
werd met mijzelf, ik door mijn harde oordelen mijn eigen fouten en falen niet
onder ogen durfde te komen en ze trachtte te ontkennen of goed te praten. Het
was voor mij vaak onverdraaglijk dat ik fouten maakte.
Maar ik zag ook
wel dat zolang ik mijn eigen fouten bleef ontkennen, ik mezelf de mogelijkheid
ontnam om de oorzaak van mijn problemen te ontdekken. Eigenlijk liep ik zo van
mijn problemen weg en liet ze onopgelost. Zo stokte mijn ontwikkeling en
daarmee mijn genezing.
Dus om m’n
problemen op te lossen en te genezen moest ik diep ademhalen, eerlijk zijn en
beamen wat ik verkeerd deed. Dat ik zo m’n eerste problemen aanvaarde en voelde
oplossen, besefte ik dat ik hiermee op de goede weg was.
Iris bracht nog
iets in mijn leven waaraan ik mezelf kon spiegelen. Twee boeken over de cultuur
van de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Elk boek kwam met een set
speelkaarten. Eens per week ging ik bij haar op visite om m’n gezichtsbeharing
te laten epileren. Meestal hielden we tussendoor even een pauze om samen koffie
te drinken of te lunchen. Op een dag hield ze me de waaier met kaarten voor en
vroeg me er een kaart uit te trekken. En dus trok ik een kaart uit de stapel en
liet deze vervolgens aan haar zien. Iris las vervolgens het bijbehorende
verhaaltje uit het boek voor en legde me uit hoe ik dit voor mezelf kon
interpreteren en de les hieruit in m’n leven verwerkelijken.
De kijk op het
leven van de Choctaw, Lakota, Seneca, Azteken,
Yaqui, Cheyenne, Cherokee, Iroquois en Maya die in die boeken uiteen
werd gezet, vond ik bijzonder interessant. De manier waarop de wijsheid van de
clans werd verteld was heel speels. Ik voelde dat ik deze boeken moest kopen.
En zo geschiede.
Het eerste boek,
‘Medicine Cards’ geschreven
door Jamie Sams en David Carson, spiegelt delen van je zelf in verschillende
dieren en de levenslessen die deze dieren met hun karakter uitdragen. Het geeft
je de mogelijkheid om de karaktereigenschappen die aan een bepaald dier worden
toegeschreven aan jezelf te spiegelen en dit gegeven te gebruiken om iets in
jezelf te verbeteren. Door zo geconfronteerd te worden met facetten van jezelf
waar je je niet van bewust bent, of eens kritisch te kijken naar eigenschappen
die je als ‘normaal’ beschouwd, krijg je de mogelijkheid je
karaktereigenschappen die problemen veroorzaken aan te pakken.
Het tweede boek,
‘Sacred Path Cards’ van Jamie
Sams, spiegelt je spirituele ontwikkeling aan de hand van gebeurtenissen uit de
Aboriginal Amerikaanse cultuur. Het geeft je de kans om na te denken over het
doel van je leven en geeft aanwijzingen om bepaalde spirituele ontwikkelingen
in gang te zetten en tot volle wasdom te brengen. Het geeft je de mogelijkheid
om los te geraken van een lage en nogal zelfzuchtige levenshouding die voor
problemen zorgt in de samenleving en je te ontwikkelen tot een nobeler persoon
met meer oog voor het welzijn van anderen.
Beide boeken
vond ik bijzonder inspirerend en bleken zeer waardevol voor mijn genezing. De
speelsheid en liefde waarmee de wijze lessen zijn geschreven, geven een
uitgebreid beeld van de spirituele rijkdom van de Aboriginal Amerikanen en hoe
deze mensen leefden voordat de Europeanen hun land innamen en hun cultuur
verwoestten.
Ik kan me goed
voorstellen, dat de ‘asphalt road and
shopping mall society’ waar deze mensen nu in zijn gedwongen te leven, hen weinig geluk
brengt. Het is bijzonder jammer dat hun oude cultuur door veel mensen niet
wordt begrepen en kapot is gemaakt om plaats te maken voor de zeer
oppervlakkige Westerse cultuur van produceren en consumeren.
Zo eens in de
week pakte ik twee kaarten, een uit elke set, om mezelf en m’n ontwikkeling aan
te spiegelen. Vaak ook om hulp te vinden in het nemen van een beslissing
wanneer ik ergens in vastliep. Zo leerde ik ervaren, wanneer ik wenste een
probleem op te lossen, dat de benodigde hulp daarvoor op mijn pad zou komen. Ik
leerde hoe ik op het leven kon gaan vertrouwen.
Lama Anagarika
Govinda legt in ‘De Mystiek van het Tibetaans Boeddhisme’ uit dat er een
bijzondere kracht werkt onder de schijnbaar oppervlakkige creativiteit van het
naam geven aan de wereld der dingen. De mystiek van het Tibetaans Boeddhisme
wordt uiteengezet aan de hand van de mantra ‘Om Mani Padme Hum’. Dit boekwerk
was voor mij van bijzondere waarde om inzicht te krijgen in de creatieve kracht
van geluid.
De kracht, de
energie van geluid en de effecten die dit kan bewerkstelligen, kan niet worden
uitgelegd, maar wel worden ervaren. Zonder te kunnen begrijpen hoe en waarom,
weten we allemaal dat verschillende geluiden van verschillende instrumenten
verschillende emoties kunnen oproepen. Het geluid van een harp is meestal
rustgevend, dat van een trompet associeert men vaak met de jacht of met strijd
en overwinning. Componisten maken daar dankbaar gebruik van in het creëren van
bepaalde sferen in hun muziek.
De krachten die
zich ontwikkelen door het reciteren van mantra’s liggen buiten elk mentaal
bevattingsvermogen. Maar de kracht van spraak kan wel ervaren worden,
bijvoorbeeld tijdens het oplezen van een gedicht van William Blake. Wanneer je
zijn werk vertaald en in je eigen woorden tracht te vatten en uit te spreken,
dan voel je dat ze ten opzichte van de oorspronkelijke tekst aan kracht heeft
ingeboet. In al mijn pogingen kon ik niet anders dan toegeven, dat Blake’s woordkunst in zijn oorspronkelijke taal
veel meer kracht en diepgang had dan mijn Nederlandstalige interpretaties.
Tegelijkertijd is het onmogelijk deze diepgang en kracht te beredeneren.
Een in alle
oprechtheid geuite wens, affirmatie of gebed, heeft zo z’n kracht en dus ook
een effect op het leven. Om diezelfde reden is het dan ook beter geen venijnige
taal uit te slaan, want ook dat heeft meer negatieve gevolgen voor je eigen
geluk dan je wellicht beseft.
Een door mij met
kracht geuite wens om nooit meer boos te worden, heeft er voor gezorgd dat ik
in een situatie terecht kwam waarin ik alles op alles moest zetten om niet
kwaad te worden. Helaas faalde ik. Maar het hele gebeuren gaf me ook een
mogelijkheid om mezelf te bestuderen en de oorzaak van mijn woede onder ogen te
komen. Mijn harde oordelen en gebrek aan begrip voor de ander, waren er de
oorzaak van, dat een klein incident vreselijk uit de hand liep.
Het is
belangrijk om tot inzicht te komen en te blijven beseffen hoe geluid en taal
het leven vorm geven en je deze kunst zo goed mogelijk eigen te maken. Inzicht
hoe een gebed, het reciteren van een mantra, of het uiten van een wens werkt,
verandert de hoop op een goede uitkomst in vertrouwen in een goede uitkomst.
Dit inzicht was
een goede reden om voor en na mijn meditatieoefeningen Paritta sutta’s te
reciteren. Paritta sutta’s zijn beschermende verzen in het Pali, die destijds
ook door Gautama Boeddha werden gereciteerd. Hun werking ligt in de kracht van
de Waarheid, de deugdzaamheid en de onvoorwaardelijke liefde die ze in zich
draagt en de zuiverheid van de stem die dit uitdraagt.
Hieronder volgen
de Paritta sutta’s die ik van mijn leraar Phra Khru Phra Phat Thammaransri
Pikul heb geleerd en die ik tijdens een ritueeltje voor en na m’n meditatieoefening
reciteer. Om te voorkomen dat je er over na ga
denken vertel ik niet wat het allemaal betekent, ervaar maar gewoon wat het
doet wanneer je ze reciteert.
In het begin kan
het wel even op de lachspieren werken. Geef daar maar lekker aan toe, lachen is
gezond. Reciteer de volgende tekst krachtig en monotoon:
Yamahang samma sam bhutang, bhagavantang saranang kato,
imina sakarena tang bhakawantang abhiphuja yami. (*)
Yamahang svakathang, bhakavata dhammang, saranang kato,
imina sakarena tang dhammang abhiphuja yami. (*)
Yamahang supatipanang, sanghang saranang kato,
imina sakarena tang sanghang abhiphuja yami. (*)
Arahang samma sambuddho bhagava, bhutang bhakavantang abhivademi. (*)
Svakkatho bhagavata dhammo, dhammang namassami. (*)
Supattipanno bhagavato savakasangho, sanghang namami. (*)
Namo tassa bhagavato arahato sammasambhutassa.
Namo tassa bhagavato arahato sammasambhutassa.
Namo tassa bhagavato arahato sammasambhutassa.
Bhutang saranang gachami, dhammang saranang gachami, sanghang saranang
gachami.
Duttiyampi, bhutang saranang gachami, dhammang saranang gachami, sanghang
saranang gachami.
Tatiyampi, bhutang saranang gachami, dhammang saranang gachami, sanghang
saranang gachami.
Panatipata veramani sikkhapadam samadiyami.
Adinnadana veramani sikkhapadam samadiyami.
Kamesu micchacara veramani sikkhapadam samadiyami.
Musavada veramani sikkhapadam samadiyami.
Sura meraya majja pamadatthana veramani sikkhapadam samadiyami.
Die laatste vijf
zinnen zijn vijf voornemens die ik tracht te verwerkelijken:
Ik neem me voor
geen levende wezens te doden.
Ik neem me voor
niet te nemen wat mij niet toe behoort.
Ik neem me voor
mij op geen enkele manier in te laten met erotiek die anderen mentaal of fysiek
beschadigt.
Ik neem me voor
niet te liegen, roddelen of kwaad te spreken.
Ik neem me voor
geen toxiden tot mij te nemen die tot onachtzaamheid leiden.
Waar (*) staat,
buig ik tijdens het ritueeltje éénmaal voor mijn Boeddhabeeld.
Nogmaals, het
zijn voornemens en geen geboden of verboden. Zolang ik m’n best doe om deze te
verwezenlijken kan ik mijzelf en ook anderen vergeven wanneer het eens verkeerd
uitpakt. De valse god straft, de ware god vergeeft.
Een boek over
Boeddhisme, waarin het een en ander duidelijk uiteen wordt gezet is ‘Buddhism explained’, geschreven door Khantipalo Bhikkhu. Ik kocht het in 1996 in
Suriwong Book Centre, een boekenwinkel aan de Sridonchai Road in Chiang Mai.
Het totaalbeeld wat hierin wordt geschetst, gaf mij veel belangrijke
aanknopingspunten bij het opzetten van mijn therapie en de effecten die ik
daarvan kon verwachten.
! Op Paritta_NL.htm wordt de bedoeling en werking van bovenstaande
Paritta Sutta uitgebreid uiteengezet. Daar kan ook een mp3 bestand met een
recitatie ervan worden beluisterd.
![]()
In de periode
dat ik in gevecht was met de bureaucratie van de uitkeringsinstantie van de
WAO, las ik regelmatig uit de verhalen van de vernuftige edelman Don Quichot van la Mancha. Dit om de problemen
waarin ik verzeild was geraakt in juist perspectief te zien, te relativeren en
zo mijn woede te temperen.
Ook de
conflicten met mijn familie en m’n werkgever moest ik zien op te lossen. Ik
moest diep in mijzelf spitten om de oorzaak van zowel hun als mijn gedrag te
leren begrijpen. Met dit groeiende begrip groeide ook mijn
vergevingsgezindheid. Met de tijd ervoer ik in toenemende mate liefde en
innerlijke berusting.
In het centrum
waar ik meditatielessen volgde werden regelmatig lezingen gehouden. Wanneer
mijn gezondheid het toeliet, woonde ik daar wel eens een lezing bij over
spiritualiteit en religie, die door een auteur werd gegeven bij de presentatie
van een nieuw boek. Het heeft ertoe bijgedragen dat ik een aantal bijzondere
boeken en vooral een aantal bijzondere schrijvers ben tegengekomen. Vooral de
lezingen van Jacob Slavenburg, Eric Bruijn en Marcel Messing hebben toen een
diepe indruk op mij gemaakt. Ook deed ik er weer andere kontakten op die me
soms een zetje in de goede richting gaven.
In maart 1998
begon ik mezelf te analyseren aan de hand van een Engelse vertaling van de
Majjhima-nikaya. Dit verliep erg moeizaam, omdat ik doorlopend snel mentaal
uitgeput raakte. In de loop van dat jaar begon ik ook met het beoefenen van
Anapanasati, een meditatieoefening die in dat boekwerk regelmatig terugkwam. Ik
merkte dat deze oefening me hielp mentaal tot rust te komen, waardoor ik me
langzaam aan steeds beter kon concentreren op m’n studie.
Het was in dit
boek dat ik ontdekte hoe mijn genderidentiteit was geworteld in een onjuiste
interpretatie van de wereld van verschijnselen. Er was dus wel degelijk een weg
om volledig te genezen van deze ziekte. Door mij niet alleen te focussen op het
genderfacet van m’n identiteit, maar door inzicht te verwerven in de
constructie van m’n hele identiteit,
wist ik deze met al z’n stoornissen
op te lossen.
In juni 2000
kocht ik de integrale Nederlandse vertaling van de Nag Hammadi-geschriften, een
Nederlandse vertaling van de Tao Tê Tjing en van de Upanishaden, plus een boek
met Hindoeïstische en Boeddhistische legenden.
Het bestuderen
van de Nag Hammadi-geschriften maakte duidelijk dat Jezus van Nazareth vanuit
hetzelfde inzicht leefde als Boeddha Gautama. Hij bracht het alleen anders
onder woorden, wat eigenlijk wel logisch is, want hij leefde in een andere tijd
en een andere cultuur.
De studie van de
Tao Tê Tjing had voor mij ook een bijzondere waarde, omdat Lao Tseu daarin
vanuit zijn cultuur het idee van ‘leegte’ zoals het in het Boeddhisme wordt
gezien, of ‘mijn Vader’ zoals Jezus van Nazareth het bedoelde, in bijzonder
mooie verzen benaderd. Langzaam aan losten de sluiers op waarachter die
onoverwinnelijke macht verborgen lag, die mijn identiteit deed oplossen.
De God die vanaf
mijn jeugd als een soort enorm wezen de mensheid bestierde, werd ontdaan van
het menselijk gelaat welke hij in de beeldspraak van de Katholieke kerk voor
mij had gekregen. Ontdaan van alle oordelen en de angst en schaamte die daaruit
werden geboren, werd God een niet te overtreffen macht van liefde en vergeving
waarin het hele idee van mezelf met al z’n problemen op kon lossen.
‘Superkracht’
van Paul Davies hielp me inzicht te vergaren in de wereld van de wetenschappelijk
onderzoeker. Vooral belangrijk waren de nieuwe ontdekkingen in de fysica,
waarmee Davies aantoont dat de wetenschap in zijn onderzoek van metafysica
wordt geconfronteerd met feiten, die niet stroken met de bestaande kijk van de
wetenschap op de fysieke wereld van verschijnselen. Jammer dat Davies dat alles
in zijn boek alleen maar ziet als nieuwe ontdekkingen en niet doorheeft dat
hetgeen hij als nieuwe ontdekking bestempelt, feitelijk nieuwe creaties in z’n
bewustzijn zijn.
In plaats van zich
alleen te concentreren op de materiele kant van de fysica, zou het goed zijn
als de wetenschap zich bewust werd van de geestelijke kant van hun werk.
Hiermee zou zij de mensheid veel meer tot nut zijn.
In de huidige
kijk op de wereld van de natuurwetenschapper, kristalliseert deze zich alleen
maar verder uit in Divisie. In zijn kijk op het universum draait de aarde om de
zon.
Religie kijkt
daar anders tegenaan. Niet omdat de religieuze interpretatie een absoluut
juiste waarneming van feiten is. Maar omdat die interpretatie kan leiden tot
diep inzicht in het ontstaan en uitkristalliseren van het menselijk bewustzijn
en het daarin vormen van aparte identiteiten. De religieuze interpretatie geeft
de mens een sleutel tot het vinden van innerlijke vrede. Wie middels deze
sleutel inzicht in het ontstaan van z’n identiteit verkrijgt, ziet ook hoe de
problemen in het leven hieruit ontstaan. Met het juiste inzicht in het ontstaan
kunnen die problemen worden opgelost. Naarmate men naar dit inzicht weet te
leven zal dit ook veel problemen voorkomen. Uiteindelijk geeft deze sleutel de
mogelijkheid jezelf geheel over te geven aan die ongrijpbare leegte, waarvan ze
ooit door onwetendheid zichzelf heeft apart gezet en uit angst en schaamte zich
van heeft afgekeerd.
Het moment van
de zonopkomst, is vanuit religieuze interpretatie van de wereld van
verschijnselen, een metafoor voor deze bron; de aanvang van het menselijk
bewustzijn. Het aards bewustzijn ontwaakt met het opkomen van de zon. Met het
ondergaan van de zon dooft het aards bewustzijn weer (althans, zo was dat voor
de uitvinding van de 24-uurseconomie).
De Egyptische
zonnegod Ra is een voorbeeld van zo’n metafoor. Ra is niet een of ander figuur
die de Egyptenaren ooit vereerde, maar Ra staat voor het besef van de bron
waaruit de identiteit, het ego, zichzelf heeft afgescheiden. Een farao genaamd
Ramses (Egyptisch cartouche, Ra M SS;
hij die geboren is uit Ra) was naar alle waarschijnlijkheid niet zozeer een
wereldlijk heerser die de wet opstelde waaraan het volk diende te gehoorzamen.
Eerder was hij een geestelijk leider zoals Boeddha Gotama of Jezus van
Nazareth. Wellicht maakt bovenstaande uiteenzetting enigszins duidelijk waarom
Copernicus destijds met zijn heliocentrische theorie in aanvaring kwam met de
Katholieke kerk. Daar waar de wetenschap zich bedient van wat zij meent als
feiten waar te nemen om kennis van zaken te etaleren, bedient Religie zich van
een kijk op de wereld van verschijnselen die een uitweg biedt uit het menselijk
lijden. De kijk van de wetenschap op de wereld van verschijnselen is sinds
Copernicus alleen maar verder uitgekristalliseerd en heeft zich daarmee verder
verwijderd van Religie. De wetenschap leeft ten onrechte in de overtuiging dat
de mens z’n fysieke lichaam is. Vanuit deze onjuiste interpretatie van de
wereld van verschijnselen tracht zij inzicht in de mens en zijn ontstaan te
verwerven. Zolang zij zich niet bewust is van het dwaalspoor waarop zij zich
begeeft, zal zij het mysterie van het leven nooit kunnen ontraadselen. Toch kun
je ook in het huidige ver uitgekristalliseerde stadium van deze dwaalweg de
sleutel vinden tot het mysterie van het leven, wanneer je inziet dat nieuwe
ontdekkingen goed beschouwd nieuwe creaties in het bewustzijn zijn.
Davies’
‘Superkracht’ gaf mij niet alleen inzicht in de evolutie van de wetenschap. Zij
gaf mij ook het inzicht, dat de hele ontwikkeling die zij doormaakt toch altijd
weer een mogelijkheid geeft om het mysterie van het leven te ontdekken. Maar
dat is alleen weggelegd voor die wetenschappelijk onderzoeker die het ontstaan
van het idee van zichzelf onder de loep durft te nemen.
Na mijn genezing
heb ik getracht alle nare ervaringen met de geneeskunde te relativeren. ‘Op het
scherp van de snede’ van Heleen M. Dupuis en ‘Changes in appearance and psychosis’ van Joost à Campo waren boeken die mij
inzicht gaven in hoe de geneeskunde worstelt en z’n best doet om de juiste hulp
te kunnen bieden. Het werd mij tevens duidelijk dat de hele cultuur waarin zij
zich ontwikkelt, weinig tot geen aandacht besteedt aan introspectie. Men doet
wetenschappelijk onderzoek op buitenstaanders, niet op zichzelf. Het is jammer
dat de geneeskunde daar zo weinig oog voor heeft. Het is jammer dat, van
diegenen die daar wel oog voor hebben, ik tot nu toe niemand heb gevonden die
het lef heeft om dit binnen de beroepsgroep aan de kaak te stellen. Destijds
heb ik het hoofd van het genderteam en mijn behandelend endocrinoloog van mijn
genezing op de hoogte gesteld en hen gevraagd mijn ontwikkeling binnen het
genderteam te bespreken. Op geen van mijn brieven heb ik ooit een antwoord
gekregen. Het hoofd van het genderteam promootte destijds in zijn functie van
bijzonder hoogleraar, middels symposia in binnen en buitenland, zijn visie
binnen de geneeskunde. Het strookt niet met de medische ethiek die deze
beroepsgroep zichzelf oplegt, om zo’n duidelijk signaal te negeren en daarmee
patiënten die ernstig lijden de mogelijkheid tot genezing te onthouden. In
hoeverre kun je nog vertrouwen op een medisch team dat willens en wetens de ogen
sluit voor een bijzondere ontwikkeling van een van hun eigen patiënten?
![]()
![]()
In de
hoofdstukken 1, 2, en 3 heb ik getracht duidelijk te maken hoe ik van mijn
genderidentiteitstoornis ben genezen. In de hoofdstukken 4 tot en met 7 ben ik
dieper ingegaan op de basis van mijn therapie. Daarin heb ik ook getracht weer
te geven hoe het werken aan mijn genezing niet alleen tot volledige genezing
heeft geleidt, maar ook een heel ander en beter mens van me heeft gemaakt.
De afgelopen
jaren merk ik dat dit zo z’n vruchten begint af te werpen. Twee jaar geleden
kwam ik tijdens een wandeling bij toeval mijn ouders weer tegen. Ze liepen arm
in arm op me af. “Hé, daar hebben we Hans!”, riep m’n vader enthousiast. We
bleven op straat even met elkaar staan praten en besloten samen ergens koffie
te gaan drinken. Ik voelde me heel warm en gelukkig van binnen. Zoals ik me
herinner hoe ik me voelde toen ik als klein kind op zondagochtend bij mijn
ouders in bed tegen hen aan mocht kruipen en we samen uitsliepen.
We bestelden
koffie, namen alledrie een stuk pizza en praatten honderd uit hoe het ons de
afgelopen jaren was vergaan. M’n ouders waren bijzonder blij met mijn genezing.
De blijdschap dat we elkaar na jaren weer zagen straalde van hun gezichten. Ze
stelden voor om bij hen thuis onze hereniging te gaan vieren. M’n ouders
vertrokken samen met de auto, ik op mijn fiets. Op weg naar hun huis kocht ik
voor hen een enorme bos bloemen. In jaren had ik me niet zo gelukkig gevoeld.
Thuis gekomen schonk m’n vader voor ons alle drie een wijntje in. M’n moeder
haalde een salade met toast uit de keuken. Meerdere malen vertelden m’n ouders
hoe goed ze zich voelden dat we weer samen waren. We spraken alle drie af het
verleden te begraven. Zand erover. We gaven elkaar een nieuwe start, elkaar
samen een nieuw leven. Zo tegen zessen vroeg m’n moeder: “Eet je mee?…”
![]()
![]()
Na mijn genezing
van mijn identiteitstoornis, leek het mij geen slecht idee om mijn kennis
hieromtrent door te geven aan anderen die hier mee kampen.
Vanaf dat moment
heb ik verscheidene pogingen gedaan om belangstelling over mijn genezing te
wekken bij de reguliere geneeskunde. Onder andere bij het genderteam van het
VUmc in Amsterdam, zodat die mijn ervaring met hun patiënten zou kunnen bespreken.
Patiënten zouden zo de mogelijkheid hebben om hun beslissing, zich door het
genderteam te laten behandelen, beter te overwegen. Want in tegenstelling tot
wat het genderteam mij voor hield in de tijd dat ik hen om hulp vroeg, blijkt
er nu wel degelijk een mogelijkheid te zijn om daadwerkelijk van deze
identiteitstoornis te genezen. Je kunt je afvragen of het in dit licht nog
medisch ethisch verantwoord is, om middels hormoonbehandeling en plastische
chirurgie, het fysieke lichaam van iemand die geestelijk ernstig in de war is
aan te passen aan zijn waanbeeld. De praktijk tot nu toe wijst echter keer op
keer uit, dat reguliere geneeskundigen weinig belangstelling hebben. Tot nu toe
houden diegenen die ik van mijn genezing op de hoogt heb gesteld, om wat voor
reden ook, liever vast aan hun bestaande werkwijzen. Zelfs wanneer ze zich er
terdege van bewust zijn, dat de door hun geboden hulp géén genezing is.
Bij toeval viel
mij het afgelopen jaar een medisch proefschrift in handen, ‘Changes in appearances and psychosis’ van psychiater
onderzoeker Joost à Campo. Bestudering daarvan maakte me duidelijk hoe
ontzettend veel tijd en energie deze onderzoeker heeft gestoken, om in kaart te
brengen welke bepaalde eigenschappen en gedragingen van een patiënt kunnen
dienen bij het stellen van een diagnose. Zijn poging om zoveel mogelijk
aanknopingspunten te vinden om zijn patiënten zo goed mogelijk te helpen is
zonder meer lovenswaardig. Had hij echter de helft van zijn energie en tijd in
het onderzoeken naar het ontstaan en evolueren van z’n eigen identiteit
gestoken, dan had dit hem veel meer inzicht kunnen geven om zijn patiënten te
begrijpen en te kunnen helpen. Helaas valt zo’n geestelijke uitstap buiten de
door de beroepsgroep bepaalde banen en dreigt degene die zich daar toch aan
waagt, uit de roedel te worden verstoten. Echter, wie als therapeut z’n eigen
angst niet weet te overwinnen om de ware aard van z’n eigen identiteit te
ontdekken, zal nooit in staat zijn een patiënt op deze innerlijk weg te kunnen leiden
tot ware genezing. Hier toont zich een enorme hindernis in de ontwikkeling van
de geneeskunde.
In zijn
proefschrift bouwt Joost à Campo zijn eigen wetenschappelijk onderzoek deels
ook op uitkomsten van eerder wetenschappelijk onderzoek door derden. Daar is op
zich niets op tegen. Maar men moet daarbij goed blijven beseffen, dat een
resultaat van medisch wetenschappelijk onderzoek áltijd gezien moet worden
binnen de context van het betreffende onderzoek. Resultaten van medisch
wetenschappelijk onderzoek gaan gepaard met een hoop mitsen en maren. En aan
het einde van het betoog is er vaak verder onderzoek gewenst. Dat iets
wetenschappelijk bewezen is, wil dus niet zeggen dat er sprake is van een
absolute waarheidsbevinding. In tegendeel.
Het hele wetenschappelijke
bouwwerk dat zijn proefschrift toont, is in mijn optiek geen bouwwerk dat je
zonder risico kunt betreden. Wie de beperkingen van de uitgangspunten van het
onderzoek uit het oog verliest, verliest daarmee het vermogen de stellingen van
het proefschrift te relativeren. De ontwikkeling in de diagnostiek van de
huidige reguliere geneeskunde leunt, vanuit mijn ervaringen, veel te zwaar op
wat de wetenschap aandraagt. Bovendien verliest zij daarbij maar al te
makkelijk de context van het wetenschappelijk onderzoek uit het oog. Niet omdat
de wetenschap deze context opzettelijk verdoezeld, maar omdat de grote
hoeveelheid aan informatie die zij cumuleert, onmogelijk nog volledig valt door
te geven. Daarin schuilt het gevaar dat wél conclusies worden overgenomen, maar
de noodzakelijke relativerende context van het onderzoek niet tot de
geneeskunde doordringt.
De wetenschap
mag dan formules hebben ontdekt waar men geen speld tussen kan krijgen. Even
vaak rammelt hun werk aan alle kanten, wanneer relevante aspecten waar de
onderzoeker zich niet bewust van is, buiten het onderzoek blijven. Aan de ene kant geeft de wetenschap duiding,
aan de andere kant roept zij weer nieuwe vragen op. Daarom geeft zij geen
stabiele basis voor geneeskunde. Het is zonder meer aan te raden om zeer
voorzichtig te zijn met het overnemen van conclusies uit wetenschappelijke
rapporten. De verandering die een wetenschappelijk onderzoeker waarneemt is
niet per definitie een teken van verbetering. De verbetering die de
geneeskundige waarneemt is niet per definitie een teken van genezing.
Inzicht in het
ontstaan van de mens en daarmee het ontstaan van ziekte, is de enige juiste
basis voor geneeskunde. Wetenschappelijk bewijs betreffende de werking van
medicijnen en therapieën moet altijd worden bijgesteld aan de ontwikkeling van
de mens en de situatie waarin de ziekte zich manifesteert. De reguliere
geneeskunde zou beter moeten beseffen dat, wanneer zij al te zwaar op de
wetenschap leunt, zij zich op gevaarlijk ijs begeeft.
Andersom komt ook
voor. Een arts vertelde mij eens ijskoud geen geloof te hechten aan mijn
genezing om dat dit niet wetenschappelijk bewezen was.
Artsen die
beweren dat, wanneer iets niet wetenschappelijk bewezen is, datgene dus onmogelijk kan bestaan, laten
daarmee zien dat zij hun praktijk niet baseren op medisch inzicht, maar op
hetgeen de wetenschap hen aandraagt en hen in een gegeven situatie goed
uitkomt. Deze artsen handelen vanuit andermans
boekjeskennis, niet vanuit hun eigen
geneeskundig inzicht. Met deze werkwijze leggen ze tevens de
verantwoordelijkheid voor hun geneeskundig handelen bij de wetenschap. Het is
maar heel de vraag in hoeverre je op zo’n geneeskundige kunt vertrouwen.
Het is niet mijn
bedoeling, om met deze kritische kijk, de geneeskunde en de wetenschap in een
kwaad daglicht te stellen. Wel hoop ik dat het tot de lezer doordringt, dat de
hulp die de wetenschap en de geneeskunde biedt, hoe goed deze ook bedoeld is,
altijd z’n beperkingen heeft. Het is daarom aan te raden de
verantwoordelijkheid voor alle ziekte en narigheid die je overkomt en de
verantwoordelijkheid voor je genezingsproces, zelf te leren dragen. Zelf
inzicht verwerven in de ware bron van je ziekte, voorkomt dat je onnodig een
beroep doet op geneeskundigen die het vaak domweg ontbreekt aan de mogelijkheid
om de ware oorzaak van je ziekte te kunnen begrijpen. Het voorkomt dat
geneeskundigen, vanuit een onjuiste kijk op je problemen, je problemen met
onjuiste middelen trachten op te lossen.
![]()
Met het genezen
van mijn identiteitstoornis waren zeker niet alle bronnen van mijn identiteit
uitgedoofd. Mijn ontdekkingsreis is duidelijk nog niet ten einde gekomen. Met
enige regelmaat struikel ik nog over mezelf. Maar ik weet nu de innerlijke weg
te bewandelen om ook mijn overige struikelblokken stukje bij beetje uit de weg
te ruimen. Door de bron waar mijn onrust uit voortkomt, liefdevol, begripvol en
met de nodige humor aan te kijken.
Telkens blijkt
weer, dat begrip en vergeving de sleutels zijn tot het vinden van innerlijke
rust.
Wanneer ik besef
dat mijn hele ego en alle problemen die deze creatie met zich meebrengt nergens
op gebaseerd is, kan ik ongegeneerd lachen om m’n eigen zotheid. Het leven is
voor mij een heel stuk aangenamer geworden.
Met dit werk
hoop ik je de nodige handvatten en voetsteunen aan te reiken om de
verantwoordelijkheid voor je genezing op je te leren nemen.
Hopelijk opent
dit werk je de ogen voor de mogelijkheden tot genezing die er wel degelijk
zijn, als je maar bereid bent je obsessies onder ogen te komen en hard aan
jezelf te werken.
Laat dit werk een aanzet zijn voor geneeskundigen om
zich te bezinnen op hun huidige werkwijzen en zich in te spannen om zich in hun
praktijk in de juiste richting te ontwikkelen. Want met het aanpassen van het
fysieke lichaam aan de obsessie van een patiënt kan een leuke boterham verdient
worden, maar de geneeskundige die zich met deze praktijken inlaat is geestelijk
net zo blind als z’n patiënt.
![]()
Graag wil ik iedereen
bedanken die mij geholpen heeft in mijn ontwikkeling en in mijn genezingsproces
door me te laten struikelen en vallen, of door me weer op de been te helpen en
mij de gelegenheid te geven mezelf te analyseren en m’n leven te beteren.
Ik wens met heel
mijn hart, dat mijn verhaal alle lezers zal inspireren de ware uitweg te vinden
uit hun problemen en ziekte.
Echt, er ís een
uitweg. Die uitweg ligt besloten in jezelf.
![]()
Literatuur die mij inspireerde.
§
Iris Murdoch, The Unicorn, Penguin
Books, England.
§
Prof. Karlfried Graf von Dürckheim, Meditatie - doel en weg, Uitgeverij Ankh-Hermes bv,
Deventer.
§
Prof. Karlfried Graf von Dürckheim, Hara, het dragende midden van de mens, Uitgeverij
Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
Engelien Scholtes, De verborgen
dimensie in het werk van Jung en Pauli, Uitgeversmaatschappij J. H. Kok,
Kampen.
§
C.G. Jung, De
mens en zijn Symbolen, Lemniscaat, Rotterdam.
§
Paulus Rijntjes / Magnolia Heijboer, Van geest tot lichaam, Uitgeverij Ankh-Hermes bv,
Deventer.
§
Marcel Messing, Gnostische wijsheid
in Oost en West, Uitgeverij Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
Jacob Slavenburg, Mystiek en
Spiritualiteit; Een reis door het tijdloze, Uitgeverij Ankh-Hermes bv,
Deventer.
§
Lynn V. Andrews, Shakkai,
HarperCollins Publishers.
§
Hannah van Buuren, Lichten in de
tijd, lichten in uzelf, Uitgeverij De Ster, Breda.
§
Jamie Sams & David Carson, Medicine Cards, Bear &
Company.
§
Jamie Sams, Sacred Path Cards, The
Discovery of Self through Native Teachings, HarperCollins Publishers.
§
Anne de Vries, Bartje, G.F. Callenbach – Uitgever
– Nijkerk.
§
Lama Anagarika Govinda, De mystiek van het Tibetaans boeddhisme,
Uitgeverij Karnak, Amsterdam.
§
Erik Bruijn, Tantra, yoga en meditatie, Uitgeverij Ankh-Hermes bv,
Deventer.
§
Khantipalo Bhikkhu, Buddhism explained, Silkworm
Books, 54/1 Sridonchai Road, Chiang Mai 50100, P.O.Box 76, Chiang Mai 50000,
Thailand.
§
Paul Hoornaert (vertaling), De Drievoudige Lotus Soetra,
Servire Uitgevers bv, Utrecht.
§
De Dalai Lama, Vriendelijkheid en helder Inzicht,
Uitgeverij Mirananda, Den Haag.
§
De Dalai Lama, Innerlijke vrede,
Uitgeverij Karnak, Amsterdam.
§
E. Wolfram, De Occulte Oorzaken van Ziekte, een verklaring van Paracelsus’
Volumen Paramirum, Uitgeverij W.N. Schors, Amsterdam.
§
Jolande Jacobi, Paracelsus, Selected Writings,
Princeton University Press, 41 William Street, Princeton, New Jersey 08540,
USA.
§
Eugen Herrigel, Zen in de kunst van
het boogschieten, De Driehoek, Amsterdam.
§
Lama Kazi Dawa-Samdup / W.Y. Evans-Wentz, Het Tibetaans dodenboek (Bardo
Thödol), Uitgeverij Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
I.B. Horner, O.B.E., M.A., Majjhima-nikaya, the Collection of the Middle
Length Sayings, The Pali Text
Society, U.K.
§
Ovidius, Metamorphosen, Nederlandse vertaling door M. d’Hane-Scheltema,
Athenaeum - Polak & Van Gennep Uitgeversmaatschappij bv, Amsterdam.
§
Lao-tseu, Tao-Tê-Tjing, Nederlandse vertaling door J.A. Blok, Uitgeverij
Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
Dr. W.H. van Vledder, Het mysterie van het Zelf, Upanishaden,
Uitgeverij Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
Paul Davies, Superkracht, Uitgeverij L.J. Veen bv, Utrecht / Antwerpen.
§
Jacob Slavenburg / Willem Glaudemans, Nag Hammadi-geschriften dl. 1&2,
Uitgeverij Ankh-Hermes bv, Deventer.
§
E.T.A Hoffmann, Het Duivelselixer, Uitgeverij
Contact, Amsterdam.
§
Ad Borsboom, De clan van de Wilde Honing, Spirituele rijkdom van de Aborigines,
Uitgeverij Maarten Muntinga bv, Amsterdam.
§
W.T.S. Thackara, Het Gilgamesj-epos,
tijdschrift Sunrise: maart/april, mei/juni, juli/augustus 2000, Theosophical
University Press Agency, Den Haag.
§
Heleen M. Dupuis, Op het scherp van
de snede; goed en kwaad in de geneeskunde, Uitgeverij Balans, Amsterdam.
§
Joost à Campo, Changes in appearance
and psychosis, Datawyse / Universitaire Pers Maastricht.
§
Desiderius Erasmus, Lof der Zotheid,
Nederlandse vertaling door Petty Bange, Uitgeverij SUN, Nijmegen.
Muziek die mij inspireerde:
§
Giacomo Puccini, Turandot.
§
Nicolai Rimsky-Korsakov, The Legend of the Invisible City of Kitezh.
§
Joseph Haydn, The Creation.
§
Arvo Pärt, Alina; Spiegel im Spiegel.
§
Wolfgang Amadeus Mozart, Idomeneo, La Clemenza di Tito, Die Zauberflöte, Requiem.
§
Guiseppe Verdi, Aida.
§
Pietro Mascagni, Iris.
§
George Frideric Handel, Messiah.
§
Gaetano Donizetti, l’ Elisir d’ amore.
§
Philip Peris, Didgeridoo.
§
Andrew Lawrence-King, Ludus Danielis.
§
Christoph Willibald Gluck, Orfeo & Euridice.
§
Einojuhani Rautavaara, Angel of Light.
Hans Stam
van Riemsdijklaan 186
1945 XS Beverwijk
Het rapport Genderidentiteitstoornis Genezen is vrij
van kopie rechten. Een vriendelijk verzoek aan diegenen die uit dit verslag
delen overnemen voor gebruik in andere publicaties, om daarbij duidelijk te
verwijzen naar het volledige verslag, zodat de lezer het gebruikte deel in zijn
oorspronkelijke context terug kan vinden.
Beverwijk,
september 2006
Naschrift 1
december 2008:
‘Suññataphalasamadhi’
is een project dat uit mijn genezing is voortgekomen. Het doel ervan is in
eerste instantie om mensen die met zichzelf in de knoop zitten de nodige
handvatten en voetsteunen te geven om zichzelf uit de knoop te halen. Maar
eigenlijk kan iedereen er wel iets uithalen om het leven voor zichzelf en voor
anderen een stuk aangenamer en gelukkiger te maken. De meditatieoefeningen en
uiteenzettingen op de website van het project geven iedereen de mogelijkheid om
kritisch maar toch vooral relativerend naar zichzelf te kijken, zichzelf te
accepteren en daar waar nodig in positieve zin te veranderen. Al doende kan een
aangenamer en meer altruïstische manier van leven worden ontwikkelt.